Hansje Steenhuisen neemt na halve eeuw afscheid van de zorg

GORREDIJK/JOURE

Hansje Steenhuisen (65) neemt donderdag na dertien jaar afscheid van huisartsenpraktijk De Kompe in Gorredijk. Daarmee komt een einde aan een loopbaan van 45 jaar in de zorg.

Tekst en foto's Fokke Wester Het afscheid is er eentje met een dubbel gevoel, geeft Steenhuisen aan. Aan de ene kant is het lekker om van de verplichting af te zijn en haar eigen tijd in te kunnen delen. Anderzijds geniet ze nog alle dagen van haar werk. ,,Ik ben nog nooit een dag met tegenzin naar Gorredijk gereden. Ik heb echt het gevoel dat ik mijn loopbaan met een climax beëindig.'' Intern Hansje Steenhuisen is geboren en getogen in Groningen en op haar achttiende koos ze voor de verpleging. ,,Dat was nog de inserve opleiding verpleegkundige, in het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Je volgde de vierjarige opleiding tijdens het werk en woonde ook intern. In die tijd, dan heb je het over bijna een halve eeuw geleden, kon je kiezen uit het onderwijs of de verpleging, zo was het ongeveer. Ik had er wel iets mee, vond het leuk om mensen te verzorgen. Mijn ouders hadden een eigen landbouwmechanisatiebedrijf, maar daar had ik geen zin in. Mijn vriendinnen gingen de verpleging in en mijn ouders vonden het eigenlijk ook wel een goed idee, want daarin was altijd werk.'' Na haar opleiding trouwde ze en verhuisde ze met haar man naar Wezep. ,,Toen heb ik in het Sofia Ziekenhuis in Zwolle gewerkt. Daarna zijn we verhuisd naar Joure. Mijn man is een Fries en hij wilde wel graag terug naar Friesland. Dat was in 1977, toen is ons eerste kind ook geboren. Ik ben er wel een jaartje uit geweest, maar al snel ben ik begonnen in Tjongerschans in Heerenveen. Weekenddienst, avonddienst.'' Stap zetten In die periode begon Steenhuisen met de opleiding Maatschappelijke Gezondheidszorg, waarna ze achttien jaar werkte in de Thuiszorg. ,,Toen vond ik het welletjes. Ik had met name veel terminale zorg en dat werd me gewoon te zwaar. Mentaal, maar fysiek ook. Toen had je nog niet die voorschriften dat een patiënt die thuiskwam uit het ziekenhuis ook thuis een hoog/laag-bed moest hebben. Dan zat je soms mensen te verplegen in een laag tweepersoonsbed en dat was op een gegeven moment voor mij niet meer te doen. Bovendien veranderde de organisatie en werd de Jeugdzorg afgesplitst. Het werd er voor mij niet leuker op en ik wilde ook wel weer eens wat anders. Het is ook wel goed om in je leven eens een stap te zetten en wat anders te ondernemen.'' Steenhuisen had op dat moment ook al vijfentwintig jaar lang vrijwilligerswerk gedaan voor gehandicapten. ,,Ik ging als verpleegkundige mee met bijvoorbeeld de Zonnebloem en de Henri Dunant en zo. Dat vond ik hartstikke leuk. Dat was ook wel zwaar, maar wat je daarvoor terugkrijgt aan sfeer, dat is geweldig.'' Twee jaar lang werkte ze in de Medische Opvang Asielzoekers, waarvoor ze spreekuur hield in de diverse Centra in de regio. ,,De MOA fungeerde als een soort poortwachter. Mensen met klachten kwamen bij ons en dan moesten wij inschatten of ze wel of niet naar de huisarts moesten, of naar het ziekenhuis.'' Samenvoegen Toen in 2003 haar baan verviel omdat het aantal asielzoekers sterk daalde, zag ze de advertentie staan van de drie huisartsenpraktijken in Gorredijk. Die wilden graag hun praktijken samenvoegen en zochten daarvoor een praktijkondersteuner. ,,Samen met een collega ben ik aangenomen om die drie praktijken bij elkaar te brengen en daarvoor de astma/copd-zorg en diabeteszorg op te zetten.'' Tien jaar geleden zijn ze alle drie verhuisd naar een nieuw, gezamenlijk gebouw, De Kompe. ,,Dat is zeg maar de hoed waaronder de drie praktijken, elk met twee huisartsen, nu werken. Er zijn nog steeds drie praktijkhouders, maar wij werken voor alle drie. In de beginjaren hopten wij van de ene praktijk naar de andere, nu hebben wij een eigen kamer. Het is één Kompe, zo voelt dat ook met alle collega's, maar de patiënt heeft nog steeds zijn eigen huisarts.'' Nieuw beroep De praktijkondersteuner was, toen Steenhuisen begon, nog een vrij nieuw beroep. ,,Ik was een van de eersten in Friesland, het was het derde jaar van de opleiding. Natuurlijk had ik al heel veel ervaring, maar die opleiding ging meer over het organisatorische aspect: hoe zet ik een spreekuur op, welke computersystemen kom je tegen. Je kunt zeggen dat de praktijkondersteuner tussen de huisarts en de assistente in zit.'' ,,Ik ben gespecialiseerd in diabetes en mijn collega in astma/copd. Onze agenda's zijn dus gevuld met chronische patiënten. De huisarts stelt altijd de diagnose vast, en iemand met diabetes komt daarna bij mij. Alle diabetespatiënten in Gorredijk die niet naar het ziekenhuis gaan, die zie ik hier langskomen. Voordeel is dat ik een heel korte link heb met de huisartsen en zij naar mij.'' Verdiepen Het is leuk om zo specialistisch te kunnen werken, vindt Steenhuisen. ,,Omdat je daar dan heel veel van kunt weten. Dat miste ik in de thuiszorg ook wel een beetje, want dat is heel breed. Toen ik hier kwam had ik echt het gevoel van yes, ik kan me heel erg verdiepen in één ding. Dat was in mijn geval diabetes, omdat mijn college long-ervaring had, maar dat had dus ook net zo goed andersom kunnen zijn.'' Diabetes was voor Steenhuisen overigens niet nieuw, omdat ze haar hele loopbaan als verpleegkundige al met de ziekte te maken had. ,,In de Thuiszorg kom je ook bij diabetespatiënten thuis, maar die verdieping heb je daar niet. Ik heb er ook allerlei cursussen voor gevolgd. De wijkverpleegkundigen doen hier de diabeteszorg thuis, maar onder auspiciën van mij. Als ze vragen hebben komen ze bij mij en ze leveren de prikresultaten bij mij in, zodat ik kan beoordelen hoe het verder moet.'' Opvolgster Het gevaar van specialisatie is dat met het vertrek van de persoon ook een heleboel kennis verdwijnt. Bij De Kompe is dat probleem ondervangen door ruim op tijd te zorgen voor een opvolgster. ,,Ik heb mijn kennis grotendeels kunnen overdragen aan twee collega's. Dat is het voordeel van een grotere praktijk. Sommige collega's in andere plaatsen doen alles, hier kunnen we de taken verdelen.'' Naast de ondersteuners voor astma/copd en diabetes zijn ze er tegenwoordig ook voor hart- en vaatziekten en voor ouderenzorg, terwijl de ondersteuner voor kankerpatiënten er aan zit te komen. ,,Daar kunnen de andere medewerkers en soms zelfs de huisartsen terecht met vragen of om even te sparren. Een huisarts in een kleinere praktijk zal denk ik eerder een patiënt doorverwijzen naar de specialist in het ziekenhuis.'' Volksziekte ,,Neem bijvoorbeeld het instellen van mensen op insuline, dat werd vroeger altijd in het ziekenhuis gedaan. Nu blijven ze gewoon hier in de praktijk. Ook op ander gebied geldt dat, want diabetes is niet alleen suiker, maar ook nieren, bloeddruk, het is een veel groter geheel. Diabetes is een van de grote chronische volksziekten, maar het is wel een aandoening waaraan je zelf een heleboel kunt doen.'' ,,Leefstijl is daarin heel belangrijk. Daarom werken we ook nauw samen met diëtisten, omdat mensen hun leefstijl moeten veranderen. Wij leggen niets op, maar proberen vooral preventief te werken. Dat is ook een leuk onderdeel van mijn werk, het motiveren van mensen om daar bewust mee bezig te gaan. Dan heb je wel een vertrouwensband nodig, want ze moeten het wel van je willen aannemen. En mensenkennis, dat bouw je in de loop der jaren ook wel op.'' Hechte relatie Het contact tussen de praktijkondersteuner en de patiënt is intensief. ,,Ze komen hier met een bepaalde regelmaat, dan bouw je ook eerder een hechte relatie op. En de tijd, dat is ook belangrijk, wij hebben meer tijd dan de huisarts. Sommige mensen komen hier al zo lang ik hier werk, dan krijg je toch wel een band, want er gebeurt van alles in zo'n periode.'' Nu het afscheid nadert, merkt Steenhuisen dat ze iets goeds achterlaat. Dat maakt het afscheid ook lichter. ,,Het is een beetje dubbel. Ik zal met name de praktijk en de collega's gaan missen, en de patiënten ook. Maar het is een groot voorrecht als je zo je werk af mag sluiten, dat is gewoon heel bijzonder. Hoeveel mensen zijn er niet die zeggen: hè hè, eindelijk, of die vragen: hoe lang moet ik nog? Dat is toch vreselijk. Het geeft een goed gevoel dat ik mijn kennis heb kunnen overdragen en dat ik het zo kan afsluiten. Ik heb het gevoel dat ik iets op poten heb gezet dat goed wordt voortgezet. Mijn opvolgster past hier en mijn patiënten worden goed opgevangen.'' Geen zwart gat Het beruchte zwarte gat ziet Steenhuisen niet. ,,Ik zal dit missen, maar de vrijheid die ik er voor terug krijg, dat je geen rekening meer met anderen hoeft te houden wanneer je op vakantie wilt gaan bijvoorbeeld, dat lijkt me gewoon heerlijk. Ik heb nu 45 jaar gewerkt, er zijn ook andere dingen in het leven. Ik heb er deze zomer vaak over nagedacht, goh, volgend jaar, dan...'' ,,Op 11 december is mijn eerste echte pensioendag, dan gaan we een weekje naar Vlieland. Maar we hebben een zoon in Myanmar wonen, daar kunnen we nu wat vaker naar toe, en wat langer. Ik lees graag en daar heb ik nu toch te weinig tijd voor. Verder hebben we een hond en een boot, dus ik wandel veel en in de zomer gaan we lekker het water op. En ik zie mezelf ook wel weer een studie oppakken of zo, ik wil me wel blijven ontwikkelen. Ik ben wat dat betreft een laatbloeier, ik kom steeds weer wat tegen waarvan ik denk: oh, dat is leuk. Het komt helemaal goed.''

Auteur

Fokke Wester