Mobilisatie WOI bepaalde leven Drachtsters Evert Rinsema en Pieter de Boer

Drachten

De officiële Wapenstilstand maakte op 11 november 1918 een einde aan de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918. In het leven van twee Drachtsters werkte het nog lang door.

Voor de auteurs Kees Bangma, Nykle Dijkstra, Sytze de Graaf en Ritske Mud is de honderdste verjaardag van het einde van de oorlog de reden dat ze op zondag 11 november het boek Ver van het front? Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog presenteerden in Tresoar in Leeuwarden.

Mythe doorgeprikt

Als het boek één mythe doorprikt, dan is het wel het beeld dat die ‘slachting aan de Marne’ onbekommerd aan het neutrale Nederland voorbijging. Wat betreft het wapengekletter bleef Nederland veel bespaard, maar de ‘Groote Oorlog’ zoals de Belgen hem steevast noemen had op andere gebieden wel degelijk invloed op het dagelijkse leven in Friesland. Want daar ligt de nadruk op in het prachtig uitgevoerde boek.

Een miljoen Belgen staken de grens over die door een grootscheepse mobilisatie door Nederlanders en ook Friezen werd bewaakt. Maar er was meer dat van invloed was. Bijvoorbeeld de duikbotenoorlog die voor voedselbonnen zorgde omdat er te weinig eten was, de zeemijnen langs de kust zorgden ongewild ook voor veel leed, om dan nog maar te zwijgen over de Spaanse griep, de ‘windvlaag des doods’ zoals de ziekte ietwat te dichterlijk wordt genoemd.

Schoenmaker

Voor de 200.000 mannen die in 1914 werden gemobiliseerd liepen de ervaringen uiteen. Voor de Drachtster schoenmaker Evert Rinsema betekende de mobilisatie bij het Vierde Bataljon Landweerinfanterie in West-Brabant een verrijking. Hij ontmoette er in Tilburg de postbode Christiaan Emil Marie Küpper, die als kunstenaar bekend werd als Theo van Doesburg. Door die vriendschap kwam Van Doesburg met regelmaat in Drachten. Hij was de grondlegger van de kunstrichting De Stijl die primaire kleuren combineerde met zwart, wit of grijs in zo eenvoudig mogelijke vormen. De Drachtster architect Cornelis Rienks de Boer gebruikte deze kleurenschema’s van Van Doesburg voor een aantal woningen aan de Torenstraat.

Die kleurrijke bouwvreugde in de jaren twintig van de vorige eeuw deed menig wenkbrauw fronsen van afkeuring en het zou dan ook niet lang duren voordat een nieuwe verfbeurt een einde maakte aan de al frivole kleuren. In 1988 werden de kleuren hersteld en tegenwoordig maakt de straat mondiaal furore als de Papegaaienbuurt. Voor schoenmaker Rinsema die in zijn vrije tijd graag Griekse filosofen las, betekende dit alles een klein beetje roem, want hij werd door Van Doesburg vereeuwigd als een Drachtster variant op de toen beroemde filosoof Friedrich Nietzsche.

Martelgang

Hoe anders verliep die mobilisatie voor zijn plaatsgenoot Pieter de Boer, die in 1915 onder de wapenen werd geroepen. Gelegerd in Kazerne III in Amersfoort wordt het bepaald een martelgang voor De Boer, die veel hulp en steun kreeg van de fameuze auteur Adrianus Michiel de Jong, beroemd om de jeugdboeken over Merijntje Gijzen en geestelijk vader van Bulletje en Bonestaak. De Boer krijgt tijdens die diensttijd last van de heup en rechterbeen, wat niet adequaat door de ‘falende’ militaire geneeskundige dienst wordt behandeld.

Als De Boer in 1916 op verlof onwel wordt en bloed opgeeft, krijgt hij opdracht zich weer te melden bij zijn onderdeel. Eerst wordt hij beschuldigd van simulatie, later dat jaar wordt hij afgekeurd. Indien hij een verklaring ondertekende dat het fysieke ongemak niet door de militaire dienst zou zijn ontstaan, dan kreeg De Boer vijftien gulden mee. Uiteraard tekende De Boer niet en zo begint een lange strijd om een wettelijk recht.

Bond

In de ontslagbrief stond echter met nadruk dat het letsel niet in ‘militaire dienst is ontstaan’. De Boer was van mening dat hij recht had op een militair pensioen omdat hij door een falende medische verzorging invalide was geworden. Via de politiek krijgt De Boer in 1921 een uitkering van 800 gulden, maar structureel werd er niks geregeld. En zo werd op 1 april 1925 de Bond van Mobilisatie-invaliden opgericht.

Het zou een levensvervulling worden voor de rest van zijn leven met kortstondige politieke avontuurtjes in de gemeentelijke SDAP en als kandidaat voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer voor de Algemene Democratische Unie. De ironie wil dat het recht van de mobilisatieslachtoffers pas echt erkend werd onder invloed van de Tweede Wereldoorlog en de mobilisatie van 1939-1940. De Boer wist echter ook na die erkenning in 1948 van geen ophouden en verloor volgens de auteur in het boek soms de realiteit uit het oog, maar nimmer het persoonlijk gewin. In 1969 werd de bond opgeheven.

Verschillend

De beide levens van Rinsema en De Boer tonen aan hoe verschillend een relatieve korte periode van mobilisatie kan nagalmen. In het boek zijn het slechts twee levens tussen al die andere levens van gewone mensen die ongevraagd de problemen van een wereldbrand op hun bordje kregen.

Het boek Ver van het front? Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog is onder andere te krijgen via www.uitgeverijlouise.nl.

Tekst: Rynk Bosma