Noordelijke Indië-herdenking in Marum

Marum

Voor de vijfde keer wordt volgende week woensdag 15 augustus van 18.45 tot 21.30 uur het einde van de Japanse Bezetting in voormalig Nederlands Indië herdacht in Marum.

Voor een heel grote groep Indische Nederlanders, veteranen, KNILers, Molukkers in Groningen, Drenthe en Friesland is het niet mogelijk om op de grote herdenking in Den Haag te zijn. Omdat 15 augustus nog steeds geen officiële dag is moet er een vrije dag voor opgenomen worden en het tijdstip (12:00 uur) en afstand zijn voor velen een belemmering.

Alternatief

Vijf jaar geleden is Tony Simon begonnen om die groep in het noorden een plek te geven, waar ze samen even kunnen stilstaan bij wat er gebeurd is en het leed delen dat er nog bij velen is. ,,Het is het enige alternatief in de noordelijke provincies voor de Herdenking in Den Haag. Ook in Drachten en omgeving wonen veel mensen van de bovengenoemde groepen’’, aldus Tony Simon.

Het programma begint om 18.45 uur met de ontvangst van de gasten bij het Romaanse kerkje aan de Noorderringweg in Marum, waarna om 18.55 uur de herdenking begint. Op het programma staan verder optredens door Gospelgroep Hosiana, die onder meer gospels en het Nederlandse en Molukse volkslied zal zingen, toespraken door Tony Simon en de Locoburgemeester van Marum en een kranslegging bij het monument. Vanaf 20.00 uur zijn er voordrachten met verhalen van toen en nu door mensen van toen.

Orde en rust

Op 15 Augustus 1945 capituleerde Japan in dit gebied en kwam er een einde aan de oorlog. Voor de mensen in onder andere Indië betekende dit nog niet dat er sprake was van een bevrijding. Omdat de geallieerden Indië nog niet binnen waren getrokken kregen de Japanse militairen de opdracht de orde en de rust te bewaren tot de geallieerden de macht in dat land konden overnemen.

Twee dagen na de capitulatie van Japan, 17 augustus 1945, verklaarde een invloedrijke groep Indonesiërs onder druk van hun jonge achterban Indonesië onafhankelijk van zowel Japan als Nederland. Het gevolg was dat Indonesische strijdgroepen alles op alles zetten om wapens van het Japanse leger te pakken te krijgen. Dit om te voorkomen dat de Nederlanders hun voormalige machtspositie terug zouden nemen.

De onafhankelijkheidsoorlog ging met heel veel geweld en moordpartijen gepaard. Velen van de zogenaamde buitenkampers (onder wie veel Indo-Europeanen en Chinezen) en ex-kampers belandden in een concentratiekamp, nu onder regime van Indonesische ‘vrijheidsstrijders’ of werden op gruwelijke wijze vermoord. Uiteindelijk leidde deze oorlog op 27 december 1949 tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Blijven of vertrekken

Het gevolg hiervan was dat velen gedwongen werden te kiezen tussen Nederlander zijn of Indonesiër worden. Een keuze tussen blijven of vertrekken. In de jaren 1945 tot 1958 werden zo’n 300.000 mensen noodgedwongen verscheept naar Nederland.

Pas in 1970 werd voor het eerst het einde van de oorlog in Indië herdacht. Eerder was er geen ruimte voor de verhalen over die ‘Verre Aziatische oorlog’. Daarna werd de herdenking jaarlijks gehouden, steeds op een andere plaats, totdat in 1988 in Den Haag het Indisch Monument werd onthuld door Koningin Beatrix.

Daarmee kreeg het lijden van alle landgenoten in Azië na 43 jaar eindelijk erkenning, maar pas in 1999 erkende het kabinet Kok 15 augustus als het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden en werd erkend dat er vele duizenden Nederlandse burgers omgekomen zijn of geleden hebben in de gruwelijke Japanse kampen.