André Kuipers verrast door wat er in de Elfwegentocht voorbij komt

Drachten

Met het afvlaggen van een stoet aan elektrische voertuigen op de Lange West heeft astronaut André Kuipers vanochtend de Drachtster afvaardiging aan de Slotparade van de Elfwegentocht op pad gestuurd. En hij gaf ze een boodschap voor de wereld mee.

André Kuipers was een aansprekende gast bij het Groene Spektakel. Zowel in de Lawei als bij de start op de Lange West kwamen veel mensen bij hem langs om met hem op de foto te gaan. Kuipers was dan ook pas de tweede Nederlander na Wubbo Ockels die in de ruimte is geweest. André Kuipers maakte twee missies mee in de ruimte. In 2004 was de eerste van elf dagen naar het internationale ruimtestation ISS. Op 21 december 2011 begon zijn tweede missie, waarvoor hij 193 dagen in de ruimte bleef. Sinds zijn terugkeer is hij actief als Ambassadeur voor de Aarde.

Geuren en kleuren

Vanochtend in alle vroegte deed hij zijn verhaal in een bomvolle Lawei, voor alle deelnemers aan de Slotparade van de Elfwegentocht. Met veel foto's en filmpjes die hij maakte tijdens zijn verblijf op het Internationale ruimtestation vertelde hij in geuren en kleuren over het leven en werken in het ISS. Aan het slot van zijn betoog liet hij in heldere woorden zijn boodschap achter bij de toeschouwers. ,,Wij hebben maar één aarde, hier moeten wij het mee doen. En zoals we het nu doen, komt het niet goed.''

André Kuipers (59 is afgestudeerd als arts. ,,De reden waarom ik arts wilde worden en astronaut ben geworden was dezelfde, namelijk de science-fictionboekjes van mijn oma. Daar gebeurden allerlei spannende dingen in. Zo werd er onder andere ergens leven gemaakt. Die biochemische kant vond ik interessant.

U heeft ook gewerkt als arts?

Jazeker.

En toen zag u die advertentie staan van Astronaut gezocht.

Nou, ik wist dat die ging komen. Kijk, je moet heel erg gemotiveerd zijn, anders mis je die advertentie ook nog. Ik wilde graag astronaut worden, maar het bestond niet in Nederland. Toen Wubbo Ockels kwam, dacht ik ineens: hé, dat is een Nederlander, een wetenschapper. Het kan dus. Je hoeft niet beslist een Amerikaanse testpiloot te zijn. Ik zag astronauten met brillen op, ik droeg toen zelf ook een bril. Ik dacht: oh, dat zijn gewone mensen allemaal.

Je hoefde er geen superman voor te zijn.

Nee, je hoefde geen superman te zijn. Je moet gezond zijn, vanzelfsprekend, je moet de juiste opleiding hebben en dan is er heel veel mogelijk. Vooral motivatie is belangrijk. Toen ben ik gaan uitzoeken wanneer de nieuwe selectie was. En toen de advertentie kwam, wist ik al dat hij kwam. Je denkt dat het waarschijnlijk niet lukt, maar als je het niet probeert, krijg je daar spijt van. Zo ben ik er in gestapt. Nou, en inderdaad, tot mijn verbazing kwam ik steeds een stapje verder. En op een gegeven moment ben je dus astronaut.

En sindsdien bent u niet meer arts.

Nee, ik zou niemand aanraden om mij als arts te nemen, want ik heb al dertig jaar geen patiënt meer gezien. Als arts ben ik bij de luchtmacht gekomen, in de luchtvaartgeneeskunde. Ik deed onderzoek naar gezonde mensen in een ongezonde omgeving. Dus zuurstofgebrek, versnellingskrachten, trillingen, dat soort zaken.

Allemaal dingen waar u dus later mee te maken kreeg.

Zeker, zeker, daardoor ben ik gaan werken voor ESA. Ik ben als arts eerst bij ESA gekomen en ik coördineerde daar medische experimenten die we deden met Rusland en Amerika. Dus zo zat ik als arts in de ruimtevaart. Tot de mogelijkheid kwam om zelf astronaut te worden. En als je eenmaal astronaut bent, dan ga je de hele wereld over om dingen te leren, dus je eigen vakgebied moet je dan een beetje vergeten.

Hoe is het om voor het eerst als astronaut buiten de dampkring te komen.

Ja, die eerste keer is fantastisch.

Is het net als de eerste keer vliegen?

Ja, ik denk het wel. Zo'n gevoel van: dit is heel bijzonder. De grote angst van astronauten is dat het niet doorgaat. Dat iemand zegt: we gaan niet.

Je bent niet bang voor het risico dat je loopt?

Nee, nee.

Het beeld van de Challenger die ontploft bij de lancering en de Columbia die uit elkaar valt bij de terugkeer.

Ja, ja, dat klopt. En natuurlijk, er zitten risico's aan vast, maar er zijn meer beroepen die dat hebben. Als je nou bij de brandweer zit of bij de politie, of je bent militair. Maar je weet ook dat er heel veel aan gedaan is om dat te voorkomen. Je weet wat je moet doen als er wat gebeurt. Je wilt het zo graag, dat je je denkt: ik doe het toch. Dus ik was niet bang voor de lancering. Je moet vertrouwen op andere mensen. Dat doen wij nu ook, we gaan er vanuit dat dit dak niet instort en dat je remmen het doen, enzovoort. Dus wat dat betreft geen angst. Wel alert zijn. Als er iets misgaat moet je dat herkennen en precies weten wat je er aan kunt doen.

Nou bent u twee keer in de ruimte geweest, is de tweede keer leuker?

Ja. De eerste keer was vooral... Ik wilde absoluut een baan om de aarde maken, ik wilde de aarde vanuit de ruimte zien. Maar daarna denk je: oh, dat is wel heel bijzonder hier, dat wil ik veel meer meemaken. Ik wil echt leven in de ruimte. En dat kon bij mijn tweede vlucht. Toen kon ik meteen een half jaar. En ja, dan kun je ook veel meer van die aarde zien, kun je veel meer ervaren hoe het is om te zweven.

Wat mij bij is gebleven is dat u ontroerd raakte toen u vanuit de ruimte de Wadden zag, voor het eerst.

Ja, dat was een van de eerste dingen die ik zag. Je lanceert, controleert alles, en dan kun je naar buiten kijken. En een van de eerste dingen die ik zag waren de Waddeneilanden. En dat is wel bijzonder, om je eigen plek op aarde te zien. Je moet wel snel zijn bij Nederland, want voor je het weet zie je weer een ander stuk van de wereld. Maar het is heel bijzonder om je hele land in één oogopslag te zien.

Nou heeft Nederland ook een typische vorm, dat maakt het makkelijker, Duitsland kun je niet zien.

Nederland heeft een heel specifieke vorm, omdat er heel veel land/watergrenzen zijn. En dat is heel makkelijk navigeren. Vanuit een vliegtuig, maar ook vanuit ruimte kun je heel goed al die verschillende onderdelen zien. Mensen zeggen wel eens dat je de Chinese Muur kunt zien vanuit de ruimte, maar dat is dus niet zo. Dat is heel moeilijk, want die muur heeft de zelfde kleur als zijn omgeving. Maar de Afsluitdijk zie je juist heel goed. En de provincie Friesland met al die meren er in natuurlijk helemaal. Wat dat betreft is Nederland ideaal om waar te nemen.

In uw presentatie begint u met wat allemaal bijzonder is in de ruimte en in die capsule, maar het eindigt met: we kijken naar de aarde en we zien hoe het heel snel slechter wordt. Hebben alle astronauten die zelfde ervaring?

Ja, ja, ja, heel veel astronauten gaan zich na hun vlucht bezighouden met die kwetsbare planeet. Een collega zit bij het Wereldnatuurfonds in Rusland, een Amerikaanse collega heeft pas aan een heel goede documentaire meegedaan over de kwetsbaarheid van de aarde. Een Braziliaanse collega houdt zich bezig met het regenwoud.

De start van de milieubeweging in de jaren zestig kwam ook toen voor het eerst een foto van de aarde vanuit de ruimte werd gepubliceerd.

Ja, dat was een heel belangrijke foto, met kerst 1968, vijftig jaar geleden dit jaar. Earth Rise. En voor het eerst konden wij, door mensenogen, die aarde zien opkomen boven de maan. Als een heel kwetsbare blauwe bol, in een heel dreigend heelal. Leeg, koud, straling. En nu konden we ineens zien: oh, dat is alles. Dat is onze oase.

En daar moeten wij het mee doen.

Daar moeten wij het mee doen. En de term Ruimteschip Aarde kwam toen op. Wij zijn allemaal astronauten op een ruimteschip met beperkte voorraden. Dat is een belangrijk omslagpunt geweest.

Dat is ook de boodschap die u nu voortdurend uitdraagt.

Ja, iedereen is zeer geïnteresseerd en bereid om naar dat verhaal uit de ruimte te luisteren. Want dat is een gekke wereld. Het is exotisch, er gebeuren allemaal gekke dingen, niks is normaal, eten en drinken en naar de wc gaan, slapen, zweven, het is allemaal heel apart. En omdat mensen daar graag naar luisteren, omdat dat een wereld is waar je niet zomaar even heen kunt, kun je ook meteen een heel goede boodschap brengen.

Die boodschap is ook een logisch vervolg op uw verhaal.

Ja, je kan natuurlijk zeggen: techniek en wetenschap is leuk en die aarde is heel mooi, maar ook heel kwetsbaar. Je bent er zo omheen, hij heeft maar een heel dun dampkringetje. We wonen er met heel vele mensen en er komen er elke dag nog eens 200.000 mensen bij, die willen allemaal water, die willen allemaal energie en schone lucht, dus dat wordt een probleem. Daarvoor moeten we slimme dingen verzinnen om dat te kunnen doen. Dat is een boodschap die je heel goed kunt brengen. En je kunt het laten zien. Ik wil niet alleen een vingertje ophouden, van we doen het fout. Ik wil laten zien: dit is er aan de hand. Je kunt het zien met het blote oog, met satellieten kun je het over een langere periode in kaart brengen. Dan heb je de echte bewijzen. Die ruimtevaart is belangrijk, omdat die helpt mensen bewust te worden. Deze planeet is niet oneindig, we moeten er zuinig op zijn.

Verwacht u dat die boodschap aankomt?

Nou ja, ik merk het aan de reacties in het publiek, als je een foto laat zien van de Amazone van nu en tien jaar geleden.

Maar ze halen vanavond wel weer een hamburger bij de Mac.

Nou, kijk, vroeger had niemand het over elektrische auto's, niemand had het over groene stroom, niemand had het over bioproducten. Nu liggen de schappen vol met bioproducten. En waarom? Niet omdat de supermarkt zo aardig is, maar gewoon, omdat ze er winst mee kunnen maken. Dus als bedrijven doorkrijgen dat je nog steeds winst kunt maken als je duurzaam werkt, dan krijg je een heel nieuwe economie. Zonnepanelentechnologie enzovoort. En allemaal nieuwe bedrijven. En de consument krijgt door dat je nog steeds prettig kunt leven, ook al is het duurzaam. Want dat kweekvlees smaakt straks zo goed dat je het niet meer kunt onderscheiden van koeienvlees. Zo'n elektrische auto, ik zag er vandaag een heleboel voorbijkomen, dat wordt steeds mooier en beter, dus dan kun je die omslag krijgen.

En dan is zo'n Elfwegentocht natuurlijk een prachtige etalage.

Precies, precies. Zelfs ik stond verbaasd van wat er allemaal voorbij kwam. Kijk, auto's, dat weet je, maar vrachtwagens, veegauto's van de gemeente, motoren van de politie, er kwam zelfs een shovel voorbij. Dat is fantastisch. Ik was echt onder de indruk van de verscheidenheid die er al is. Wat dat betreft is er al duidelijk een verandering gaande en als Nederland zijn we goed in nieuwe techniek, in hichtech, dat is ook meteen een exportproduct. En als andere landen zoals China ook wakker beginnen te worden, want zelfs die zien dat de luchtvervuiling de spuigaten uitloopt, dan kunnen we een grote slag slaan. Dus dat zijn goede ontwikkelingen.

Op deze Elfwegentocht wordt ondertussen wel heel erg cynisch gereageerd door veel mensen.

Er zijn altijd mensen die zuur zijn. Die staan heel zuur in het leven. Je hebt ook mensen die een raket heel vervuilend vinden, maar je kunt niet zonder die nieuwe technologieën. Je moet dingen kunnen aantonen, demonstreren, het gaat om de lange duur. En we moeten ons niets aantrekken van zuurpruimen, want als je dat doet, dan kom je nooit verder. Dan hadden we nog steeds in grotten gewoond, want waarschijnlijk hadden die ook zuur gereageerd op iemand die op een boomstam ging zitten en er een boot van ging maken. Wat moet je daarmee. Je hebt altijd mensen, en dat liet ik ook zien in mijn presentatie, die zeggen: aah, je kunt toch niet vliegen met iets dat zwaarder is dan lucht, elektrisch licht is onzin, niemand zal ooit in zijn huis een computer nodig hebben. Er zijn altijd mensen die niet doordenken, die vastzitten in hun conservatieve gedachten, en niet zien wat de potentie is. Dus daar moeten we ons niks van aantrekken.

U bent van 1958, net als ik, dus u bent ook opgegroeid met heel veel negativiteit. De kikkers gingen dood door het gebruik van landbouwgif en daardoor verdwenen ook de ooievaars. En toen was de boodschap: die komen nooit weer terug. Rapport van Rome...

Ja, zure regen.

Nu hoor je overal weer kikkers en bij Beetsterzwaag is een heel grote kolonie ooievaars, echt terug van weggeweest.

Ja, bij ons huis hoor ik 's avonds ook uitgebreid de kikkers, dat is fantastisch.

Maar dat is ook een hoopvol teken.

Jaha! In de jaren zeventig zijn mensen slecht omgegaan met het milieu, er werd maar gedumpt, de Vogelmeerpoldertoestanden, DDT, dioxine, enzovoort. Omdat er geen goede regelgeving was.

Maar als de boodschap doorkomt, dan kan het dus wel.

Ja, als je maar maatregelen neemt. De zure regen is er niet meer, het gat in de ozonlaag gaat beter, we zien hier die enorme vervuiling niet meer, dus zeker. Daarom is het ook belangrijk dat je blijft hameren op het goed naleven van de regels, dat er ook sancties staan op bedrijven die alsmaar dumpen. Die mogelijkheden zijn er, daarom ben ik ook wel heel optimistisch. De techniek en de wil van de mensen, die is er best. Maar dat is een langzaam proces. De olie-industrie zet natuurlijk de hakken in het zand, maar ja, die zijn ook niet gek, dus die zien de bui wel hangen. Die gaan ook langzamerhand over op andere vormen van energie.

Geeft geld dan de doorslag?

Voor een heleboel bedrijven natuurlijk wel. Maar ja, niemand wil een Kodak worden. Als je te laat bent met je nieuwe toepassingen, dan delf je het onderspit. Natuurlijk zijn grote bedrijven als Shell ook al lang bezig om het op een andere manier te gaan doen. Want straks houdt het gewoon op. Het is een langzaam proces, maar het is belangrijk om te demonstreren wat er mogelijk is. Je zult altijd conservatieve mensen houden die niet doordenken en die aan hun eigen belangen vast willen houden. Maar als ze slim zijn, dan passen ze zich aan en dan kun je in de toekomst verder.

Tekst en foto’s Fokke Wester