Stroffelstiennen laten struikelen met voeten, hoofd en hart (met filmpje!)

DRACHTEN

Met een emotionele plechtigheid zijn vanmiddag op drie plaatsen in het centrum de laatste twaalf stroffelstiennen geplaatst, ter nagedachtenis aan de vermoorde Drachtster Joden.

Vorig jaar werden de eerste drie Stroffelstiennen in Drachten geplaatst in de stoep van Beter Wonen. De gedenkstenen werden vanmiddag gelegd voor de woningen aan de Kerkstraat 3, de Stationsweg 113 en Noordkade 106. Ze zijn voor de gezinnen Jacob Turksma, Mozes Turksma en Veronica Esje van Leer-Zwarts. De plechtigheid begon in de aula van het Drachtster Lyceum, waar de hele dag al in het teken stond van de herdenking. Twee van de geëerde slachtoffers waren namelijk leerlingen van de school, David en Simon Turksma. Geadopteerd Het Lyceum heeft vorig jaar de stenen voor beide jongens geadopteerd. Leerlingen droegen vanmiddag bij aan de herdenking met liedjes en gedichten. Ook werden alle stenen door leerlingen op hun plaats gelegd, omdat er van beide families Turksma geen nabestaanden meer zin. De stroffelstiennen voor Veronica Esje van Leer, die gehuwd was met Jacob van Leer, werden gelegd door de kleinkinderen van haar zwager Mozes van Leer, de broer van Jacob: Jan, Durk-Tjidze, Leo en Grietje van Leer uit Drachten. De aandacht en de betrokkenheid van de Drachtster schooljeugd was voor een aantal sprekers hoopvol en een teken dat het leed uit de Tweede Wereldoorlog niet vergeten wordt. Want vergeten is het grootste gevaar, omdat we dan niet leren van de geschiedenis, zegt Abraham Schabbing, secretaris van de Joodse gemeente Leeuwarden, die heel Friesland omvat. Hij kon in het begin van zijn toespraak moeilijk uit zijn woorden komen, omdat hij zo werd gegrepen door wat hij op de school had gezien. Schabbing sprak later bij de steenlegging in de Kerkstraat het Kaddisj-gebed uit, waarna burgemeester Tom van Mourik een herinneringspaneel onthulde over de Joodse slachtoffers in Drachten. Hoe kon dit? Roel Oostra werd kort geïnterviewd door leerlingen. Hij vertelde hoe hij vlak voordat hij zelf ging onderduiken afscheid ging nemen bij de familie Turksma aan de Stationsweg. Hij had hen nog gevraagd om ook onder te duiken. ,,Maar ze wilden anderen niet tot last zijn.'' Volgens Schabbing moet zoiets in die tijd worden gezien. ,,Dat was de naïviteit van vroeger. De mensen waren gezagsgetrouw en wat zouden anderen er wel niet van zeggen. Bovendien kon niemand zich voorstellen dat er echt mensen werden vergast en verbrand. Na de oorlog werd dat pas goed duidelijk, maar zelfs vandaag vraag je je nog steeds af: hoe kan dit, hoe kon dit?'' En het gevaar is nog altijd niet voorbij, zegt Schabbing. Nog steeds zijn er mensen die niet zelf nadenken, maar afgaan op wat politici zeggen. ,,Ze gaan niet op onderzoek uit, om achter de waarheid te komen. Ook in onze maatschappij. En dan kun je zeggen over Wilders: ja, maar dat zijn maar woorden. Maar dat is maar een heel kleine stap. Hitler is ook begonnen met woorden. We moeten waakzaam zijn, alert blijven. Kijk om je heen. Racisme en fascisme mogen nooit weer een plaats in onze samenleving krijgen.'' Duitse kunstenaar De Stroffelstiennen zijn een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Zijn idee was dat er een straatsteen moest komen voor elke vermoorde Jood. De gedachte achter de stenen is dat je er over struikelt met je voeten, en daarna met je hoofd en je hart. Mensen moeten bukken om ze te kunnen lezen en op dat moment maken ze tegelijk een buiging naar de woning van de slachtoffers. Van zijn Stolpersteine zijn er door heel Europa al meer dan 60.000 geplaatst. ,,Dat hij hier vanmiddag niet kan zijn om ze zelf te plaatsen, komt simpelweg omdat hij het er te druk mee heeft'', legde Sofia Krol uit. Dat de Stolpersteinen zijn bedacht door een Duitser is voor Abraham Schabbing geen probleem. ,,Daar heb ik geen moeite mee. Niet alle Duitsers waren verkeerd. Maar bij ons in Leeuwarden zijn wel gemeenteleden die er tegen zijn. Omdat het van een Duitser is en vanwege de vorm. We zijn altijd vertrapt, zeggen ze en nu lopen ze weer over ons heen. Ik begrijp dat volkomen, maar of ik het er mee eens ben, dat is een ander verhaal.'' De vijftien Drachtster stenen zijn er gekomen op initiatief van Sofia Krol, die samen met Smelne’s Erfskip het project uitvoerde. Krol had deze zomer ook de plaatsing rond van zeven stenen voor de vermoorde Romafamilie Mirosch, die vanuit Drachten werden weggevoerd en in de kampen zijn omgebracht. Dat plan was al helemaal rond, maar is inmiddels ingetrokken, nadat de familie besloot niet langer mee te werken. Kijk hier naar het korte filmpje dat redacteur Fokke Wester maakte Hieronder volgen de toespraken van Sofia Krol en oud-leraar Joost de Vries van het Drachtster Lyceum: ------------------------------------------- Sofia Krol: Als je een idee hebt kan dat vaak alleen maar slagen als je in contact komt met de juiste mensen. Ik had het geluk dat ik in contact kwam met Roel Oostra, die mij op het spoor van Smelne's Erfskip zette en later met Jaap van der Wal. Jaap heeft onder meer, zeer nauwgezet en op integere wijze gezorgd voor de prachtige vormgeving van de artikelen in het magazine van SE, maar ook voor het herinneringspaneel wat straks wordt onthuld. Daarna ontmoette ik Willemien Terpstra-Vermeulen, kleindochter van de Drachtster verzetsstrijder Roelof Vermeulen, die baby Hinderika Zilverberg liet onderduiken. Willemien is hierdoor zeer betrokken en haar praktische en nuchtere inslag is van grote waarde geweest. Zonder de inspanningen van Willemien Terpstra en Jaap van der Wal hadden we hier vandaag niet gestaan. Willemien, Jaap en ik, de stroffelstiennen commissie, hebben elkaar gevonden in dezelfde opvatting over waarom we dit eigenlijk willen. Het herinneren en eer bewijzen aan de Drachtster Joden, die op gruwelijke wijze zijn omgekomen en er voor zorgen dat hun namen niet vergeten worden in Drachten, zodat ze als het ware voortleven, iets wat heel erg van belang is in de Joodse cultuur. Doorgeven Heel belangrijk vinden we ook het doorgeven aan volgende generaties van wat er destijds is gebeurd. Bewustwording van waar het gedachtengoed van het Naziregime van discriminatie en uitsluiting uiteindelijk toe heeft kunnen leiden. Denkbeelden die helaas nog steeds niet zijn uitgeroeid en die zo lijkt het, alleen maar weer meer gehoor vinden in heel Europa. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er bijvoorbeeld weer rechts-nationalisten in de Bundesstag gekozen. Wij zijn bezorgd over deze ontwikkelingen en daarom willen we letterlijk en figuurlijk een klein steentje bijdragen om onverschilligheid te voorkomen, voor het uitsluiten en wegzetten van mensen in onze tijd. Zelf ben ik heel erg geraakt in 2015 bij de Auschwitzherdenking door de woorden van Roman Kent, een Auschwitzoverlevende: Hij zei onder meer het volgende: Onze enige hoop dat Auschwitz nooit weer zal gebeuren ligt bij onze kinderen en kleinkinderen: We zullen moeten proberen tolerantie en begrip bij te brengen aan onze jongeren met betrekking tot anders zijn. Wij zijn allemaal uniek, zoals we hier zitten, maar in de basis ook niet zo heel erg verschillend, we hebben zo onze dromen en willen het beste voor onze kinderen en kleinkinderen. Ik wil daarom tegen een ieder hier, maar ook vooral tegen alle leerlingen zeggen: Probeer die ander te begrijpen, waarom die anders is en doet als jij, probeer die ander te leren kennen, dan zal blijken dat het juist ook heel mooi is dat we allemaal net een beetje anders zijn. Grondlegger Dit gedachtengoed is ook van de 70-jarige Duitse kunstenaar Gunter Demnig, die de grondlegger is van het Stolpersteineproject in Europa. U zult denken waarom is hij er niet bij vandaag? Dat heeft wat mij betreft een hele goede reden: Hij heeft veel adressen om stenen te leggen en daarom lukt het niet om een hele middag in Drachten te blijven. Gunter Demnig is in 1992 met zijn project gestart in zijn woonplaats Keulen. De aanleiding hiervoor was dat het destijds 50 jaar geleden was dat Heinrich Himmler, één van de belangrijkste leiders van het Derde Rijk, leider van de SS en in die hoedanigheid hoofdverantwoordelijke voor de holocaust, het bevel gaf tot deportatie van 1000 Sinti en Roma. Gunter Demnig plaatste na 50 jaar de eerste regels van dat bevel in de muur van het stadhuis, opdat dit nooit vergeten zou worden. Hij wilde namelijk dat er bewustwording zou komen voor de gruweldaden van het Naziregime ten aanzien van Joden, Roma-en Sinti, politieke gevangenen, homosexuelen, Jehovah’s getuigen en gehandicapten. Hij heeft hiermee een daad gesteld, in eerste instantie zelfs zonder toestemming van de overheid. Inmiddels heeft hij 60.000 struikelstenen gelegd in 20 landen en 1100 steden en dorpen. Sinds 2015 wordt zijn project door 'Spuren' georganiseerd om het project veilig te stellen als hij daar zelf niet meer toe in staat is. Hij is inmiddels ereburger van Keulen en ambassadeur voor Democratie en Tolerantie in geheel Duitsland. Hij heeft bedacht dat elke steen begint met: hier woonde en vervolgens één naam van één persoon op de steen, omdat volgens Demnig een persoon pas vergeten is wanneer zijn of haar naam vergeten is. Welke namen willen wij vandaag blijven herinneren? Het betreft drie families, die op drie verschillende adressen in Drachten hebben gewoond. Mozes Turksma Ik begin met de beide families Turksma. Hun voorouders David Turksma en Betje de Vries kwamen zo rond 1883 vanuit Leeuwarden naar Drachten. Ze vestigden hun bedrijf aan de Kerkstraat (De Hûnesteeg). Hier werd van alles verhandeld: huiden, lompen en wat we tegenwoordig vintage noemen. Twee van hun zonen, Mozes en Jacob, gingen later in de zaak werken. Het was een goed lopend bedrijf. Ik heb de vele advertenties in het archief gezien. Mozes trouwde met Betje Benninga en zijn broer Jacob met haar zus Rozette Benninga uit Eenrum. Mozes en Betje woonden tot ongeveer 1937 op het Moleneind NZ 69, even voorbij het Smelnehûs. Hier is hun enige dochter Doortje geboren. Gerard Sytzema, een vroegere buurjongen, schreef dat de familie Turksma veel voor hen had betekend, vooral toen zijn moeder ziek was. In 1937 zijn Mozes, Betje en dochter Doortje verhuisd naar de Stationsweg 113, wat nu nummer 115 is. Vader Mozes wordt op 31 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Direct na aankomst wordt hij hier op 3 september op 57-jarige leeftijd vermoord. Dochter Doortje wordt een paar maanden later op 20 november 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Direct na aankomst wordt zij hier op 23 november vermoord op 21-jarige leeftijd. Voor moeder Betje was haar laatste half jaar in Drachten vast een moeilijke tijd, toen haar man en haar dochter al waren afgevoerd. Betje wordt op 57-jarige leeftijd, na 2 maanden Westerbork, op 14 mei 1943 in Sobibor vermoord. Roel Oostra is de enige hier aanwezig die hen nog persoonlijk heeft gekend. Jacob Turksma Jacob en Rozette gingen wonen in het ouderlijk huis van Jacob en Mozes, aan de Kerkstraat 3. Ze kregen drie kinderen: Betsie, David en Simon. De dienstbode van de Turksma’s vertelde in 1968 dat er 'hiel wat omgong yn it bedriuw, veel bedrijvigheid dus. Net voor de oorlog hebben ze een nieuwe woning gebouwd. Dit huis is later afgebroken, de gevelsteen met hun namen erop ligt in Herinneringskamp Westerbork. Het feit dat we vandaag juist hier bijeen zijn heeft te maken met dat David en Simon Turksma hier beiden op deze school hebben gezeten. David totdat hij bijna 17 was en Simon totdat hij bijna 15 was. Vanaf januari 1942 was het namelijk verboden voor Joodse leerlingen om openbaar onderwijs te volgen en moesten ze naar een Joodse school in Leeuwarden. Hun stroffelstiennen zijn vorig jaar door de leerlingen van deze school bekostigd. David, de oudste zoon wordt als eerste van de familie op 2 november 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Hij heeft nog enkele maanden moeten werken voordat hij op 18-jarige leeftijd op 28 februari 1943 is vermoord. Vader Jacob, 55 jaar, moeder Rozette, 53 jaar en hun zoon Simon, 16 jaar zijn op 14 mei 1943 direct na aankomst vermoord in Sobibor. Betsie Mok-Turksma, het oudste kind van de Turksma’s is op 6 juli 1943 vermoord in Sobibor. Ze is dan 21 jaar. Officieel hoort er eigenlijk niet een stroffelstien voor haar gelegd te worden in Drachten, maar zij is nog niet eens een jaar getrouwd met Noach Mok als ze beiden worden vermoord. Zij heeft haar hele leven in Drachten gewoond en wordt nu als het ware via de stroffelstiennen weer herenigd met haar familie in de Kerkstraat. Van Leer De voorouders van de familie Van Leer van de Noordkade 106 komen uit Gorredijk. De beide broers Jacob en Mozes van Leer zijn de kinderen van Leman en Vrougje van Leer uit Gorredijk. Hun ouders zijn in de Kerkstraat gaan wonen en onderhouden daar nauwe contacten met de Turksma’s. Veronica Esje Van Leer-Zwarts was de weduwe van Jacob van Leer, die op 39-jarige leeftijd in 1939, net voor de oorlog is overleden. Ze woonden op Noordkade 106 samen met hun drie kinderen Mozes, Vrougje en Dina. Jacob en zijn broer Mozes van Leer hadden samen een onderneming. Ze waren koopman en dreven handel. Veronica Esje kwam oorspronkelijk uit Raalte, maar het grootste deel van haar familie woonde in Meppel. Na de oorlog blijkt dat haar hele familie in Meppel is uitgemoord. Dit is helaas ook de reden waarom er bijna niets over haar en haar gezin bekend is en wij ook geen foto’s van haar en haar kinderen hebben kunnen vinden. Veronica Esje is 42 jaar als ze samen met Vrougje, 14 jaar en Dina, 10 jaar, vanuit Westerbork naar Auschwitz wordt gedeporteerd en waar ze allen bij aankomst direct zijn vermoord. Haar enige zoon, Mozes is 16 jaar als hij na enkele maanden dwangarbeid in Auschwitz wordt vermoord op dezelfde dag als David Turksma. Mogelijk dat ze samen te werk zijn gesteld en dat ze samen de dood tegemoet zijn gegaan. Veronica Esje wilde, zoals veel Joden, niet onderduiken omdat ze niemand tot last wilde zijn. Het moet voor haar vast een moeilijke periode zijn geweest, als weduwe met drie zorgbehoevende kinderen. De zwager van Veronica Esje, Mozes van Leer, heeft het naast zijn eigen gezin als enige van zijn familie overleefd omdat hij was ondergedoken. Hij was getrouwd met een niet-Joodse Friese boerendochter. Hun twee kinderen worden daarom als niet joden beschouwd. Door de geboorte van zijn eerste kleindochter was hij bij een razzia niet aanwezig op het onderduikadres. Dat heeft Mozes gered. Eigenlijk wisten de kleinkinderen maar weinig van de familietragedie van Veronica Esje en haar kinderen. Dit komt waarschijnlijk omdat Mozes weinig heeft verteld over wat zijn familie in de oorlog is overkomen. Verdriet te groot Ze werden allemaal vermoord, tenminste twintig familieleden, maar daarnaast ook nog al zijn Joodse vrienden in Drachten. Ja daar word je stil van. Dit verdriet was mogelijk te groot om over te vertellen. De kleinkinderen waren zo geroerd over het verhaal van de omgekomen familie van hun grootvader Mozes, dat ze samen, om die reden de afgelopen zomer concentratiekamp Auschwitz hebben bezocht. De plek waar zovelen van de familie en de Joodse vrienden uit Drachten zijn omgekomen. Leman, de zoon van Mozes heeft het bekende café Van Leer in de jaren vijftig in Drachten opgericht. Uitgerekend aan de gevel van dit café tegenover de plek waar de Turksma’s hebben gewoond, zal burgemeester Van Mourik vandaag een herinneringspaneel over de vier Joodse families in Drachten onthullen. Wybe Fraanje schreef vorig jaar in het Fries Dagblad, na het leggen van de stenen voor de familie Zilverberg, het volgende: Het duurt niet lang meer tot de laatste Holocaustoverlevende er niet meer is, dat ook nergens meer een dader leeft en alle ooggetuigen zijn overleden. Dan zal het grote ontkennen pas goed beginnen. Als een olievlek zal dat over de wereld stromen. Het zal steeds minder voor de hand liggen dat onze kinderen en kleinkinderen de echte waarheid onder ogen krijgen. Stroffelstiennen kunnen daaraan bijdragen: in dit huis, in uw woning, bij ons thuis, in onze straat, daar woonden vroeger Joden, die er niet meer mochten zijn. Zover mag het nooit meer komen en daarom ben ik vandaag ook zo ontzettend blij met deze olievlek hier! Daarover gaat het vandaag: opdat wij niet vergeten! ------------------------------------------- Joost de Vries: Ik neem jullie mee naar het Drachten van de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Een dorp aan de vaart, aan de tramlijn Veenwouden – Gorredijk, 8000 inwoners, niet klein en niet groot. Uiteraard met de kerk in het midden en van die kerk loopt een smal, krom straatje naar de Zuiderbuurt, de Kerkstraat. Hier was de sigarenwinkel van Kijlstra, daar zou later de bioscoop van Drachten komen. De Kerkstraat (door veel Drachtsters enigszins spottend de hounejoep oftewel de hondensteeg genoemd) was wat je noemt een volksbuurt. In de kleine huisjes woonden vaak grote gezinnen, de meeste mensen hadden het daar bepaald niet breed. Wel was de saamhorigheid groot: bij problemen, ziekte of andere ellende hielp men elkaar. Iedereen sprak Fries, ook de familie Turksma, wonend op Kerkstraat nr. 3, bestaande uit vader Jacob, moeder Rosette en de kinderen Betsy (1923), David (1925) en Simon (1927). Mollenvellen Vader Turksma had op nr. 3, dat was het pand direct achter de sigarenwinkel, een handel in oude lompen en metalen en allerhande tweedehandsspullen, maar hij verdiende waarschijnlijk nog het meest met de handel in dierenvellen, en dan vooral mollenvellen. In de wijde omgeving werd er op mollen gejaagd en die werden dan naar Turksma gebracht om daar achter het huis gestroopt, gezouten en gedroogd te worden. Je kreeg 8 centen voor een mol, Turksma verkocht ze dan weer door voor 50 cent per vel. De mollenvellen werden gebruikt bij kledingfabricage en voor vliegtuigstoelen. Maar ook met een dode kat of hond kon je rustig bij Turksma terecht, men keek toen wat anders tegen huisdieren aan dan tegenwoordig. Door het drogen van de dierenvellen hing er vaak wel een behoorlijk penetrante geur rond het huis, maar in de Kerkstraat maakte niemand daar een probleem van. Zo leefde de familie Turksma vreedzaam tussen de andere bewoners van de Kerkstraat. Er was eigenlijk maar één verschil, de Turksma’s waren Joods. Maar dat was voor niemand een probleem, het gezin leefde volledig in harmonie met de niet-joodse omgeving. Binnenshuis was moeder Rosette de baas: ze hield zich strikt aan de leef- en spijswetten van de joodse orthodoxie, die op de buitenwereld vaak zo’n gecompliceerde indruk maken. Op vrijdagavond werd de Sjabbat ingeluid en op zaterdag ging het gezin met de tram naar de sjoel in Gorredijk. Goede cijfers De drie kinderen kenden zo een vrij onbezorgde jeugd, waarin de school een belangrijke rol speelde. David en Simon waren goede leerlingen op de lagere school. In die tijd ging je ook naar school op zaterdagochtend. David en Simon deden dat dus niet vanwege de sjabbat, maar die lessen konden ze best missen, ze haalden altijd goede cijfers. Daarom ging David in 1938 naar de Rijks HBS. Dat was heel wat voor een jongen uit de Kerkstraat, want daar was het de gewoonte dat je na de lagere school naar de ambachtsschool ging of meteen aan het werk bij een baas. Vader en moeder Turksma wilden echter dat hun jongens het verder zouden schoppen dan voddenboer, dus lieten zij ze doorleren, want ook Simon begint in 1940 aan de eerste klas van de HBS. Op een klassenfoto uit 1938 zie je David, die toen in de eerste klas zat. Niets onderscheidt hem van de anderen, geen van de kinderen op deze foto heeft dan ook maar enig vermoeden van het verschrikkelijke lot dat David boven het hoofd hangt. Want vanaf 1940 naderde het onheil. In mei van dat jaar bezette Nazi-Duitsland Nederland. De nazi’s verkondigen een rassenleer waarin de joden worden beschouwd als een verderfelijk ras dat er op uit is om andere volken en rassen te verzwakken en uiteindelijk de wereldheerschappij te grijpen. Het was rabiate onzin, maar vanaf 1940 werd de Nazi-ideologie steeds dwingender aan Nederland opgelegd. Buigen als riet in de storm De meeste joodse Nederlanders probeerden zo gewoon mogelijk door te leven, te buigen als riet voor de storm en je dan weer oprichten als die storm voorbij is. Zo ook de familie Turksma. Betsy verloofde zich in 1941 met Noach Mok en trouwde in 1942 met hem, ze gaan wonen in Haarlem. 1942 is ook het jaar dat alle Joden de jodenster moeten gaan dragen, het brandmerk waaraan ze voor iedereen gemakkelijk zijn te herkennen. In datzelfde jaar mochten David en Simon niet meer naar de Drachtster HBS. De Duitsers wilden geen vermenging meer van joodse en niet-joodse kinderen. Ze moesten naar de Joodse school in Leeuwarden. Dat betekende elke dag ’s ochtends heen met de tram naar Veenwouden, dan met de trein naar Leeuwarden en aan het eind van de middag weer terug. Een mevrouw uit Burgum heeft als meisje vaak met David & Simon meegereisd in de tram. Zij moest naar de huishoudschool in Leeuwarden. Volgens haar had David een oogje op haar en deed hij zijn best om indruk op haar te maken “al ha’k noait ’n tút hân.'' Dit maakt wel duidelijk dat ook in deze moeilijke tijden pubers deden wat pubers altijd doen. Lang heeft David niet op de Joodse school gezeten want al op 12 november 1942 werd hij opgepakt door de Nederlandse politie en op de trein naar Westerbork gezet. Westerbork, het verzamel- en doorgangskamp van de Nazi’s. Al na ruim een week, op 20 november, ging hij op transport naar Auschwitz. Met honderden anderen werd hij in de veewagens gepropt voor de lange reis naar Polen. Iedereen mocht één koffer met kleren meenemen, want er is hun verteld dat ze daar aan het werk gezet zullen worden. Arbeit macht Frei Ook David is onder deze poort met de cynische woorden 'Arbeit macht frei' het kamp binnengereden. Hij werd er inderdaad enige maanden als dwangarbeider aan het werk gezet, want Auschwitz had voor de nazi’s ook een economisch doel. Maar toen hij uitgeput raakte door het zware werk en het onmenselijke regime en niet veel nut meer had voor de SS, restte hem, met talloze anderen, slechts de gaskamer. In hun administratie hielden de Nazi’s het allemaal nauwkeurig bij: op 28 februari 1943 werd David Julius Turksma uit Drachten, oud 17 jaar, vermoord. Een graf is hem niet gegeven, wellicht zit zijn koffer nog in de enorme stapels koffers die je nog in de depots van Auschwitz kunt bekijken. En ongetwijfeld zit zijn bril hiertussen. Immers, als onderdeel van de industriële genocide werd door de Duitsers alles bewaard wat van nut kon zijn voor de oorlogseconomie. Ondertussen werden aan Simon en zijn ouders diverse keren onderduikplekken aangeboden, maar die hebben ze steeds geweigerd. Ze wilden andere mensen niet tot last zijn, ze wilden bij elkaar blijven en hoopten in Duitsland met David te worden verenigd. En ze gingen toch werken in Duitsland en werken dat konden ze goed…. Met de kennis van nu zou je het naïef kunnen noemen maar het lot dat hun wachtte ging toen natuurlijk vrijwel ieders voorstellingsvermogen te boven. Loyaal Toen ze in maart 1943 door landwachters van huis werden gehaald om naar het tramstation gebracht te worden liep Simon een 50 meter achter zijn ouders. De buren en mensen uit de Zuiderbuurt fluisterden Simon toe om niet mee te gaan, er werden hem nog weer onderduikplekken aangeboden. Maar Simon was loyaal aan zijn ouders en ging met hen mee, zijn ondergang tegemoet. Hij heeft nog een briefkaart geschreven in de trein naar Groningen en uit het raam gegooid. Deze is gevonden en doorgestuurd naar de familie Heida in Beetsterzwaag. Jan Heida was Simons beste vriend. De volgende tekst stond er op: Beste fam. Even groeten. Ik schrijf slecht. Nu wordt het beter, halte Buitenpost. We zijn vol goede moed. Hou jullie je goed want nog eventjes dan is de ellende over. Veel groeten en een stevige handdruk van Simon. Ik heb maar een paar briefkaarten. Daarom schrijf ik maar aan één persoon. We gaan nu richting Westerbork en dan in de vreemde, maar we komen spoedig weerom… Ze kwamen dus niet weerom. Op 11 mei 1943 gingen ze in Westerbork op transport naar Sobibor. Sobibor (op de grens van Polen en Wit-Rusland) was uitsluitend een vernietigingskamp. Bijna iedereen die daar aankwam na een helletocht van drie dagen ging meteen de gaskamers in. Zo ook Simon en zijn ouders. Op 14 mei werden ze samen met nog 1443 andere Nederlandse Joden vermoord. Volledig uitgewist Van Sobibor is niets meer over. Aan het einde van de oorlog hebben de Duitsers de sporen van hun misdaden zoveel mogelijk uitgewist. De as van de slachtoffers is over grote oppervlakten verspreid. Zo is binnen een paar maanden een Drachtster gezin volledig uitgewist. Volmaakt onschuldige slachtoffers van een perverse ideologie en een misdadig systeem. Graven waren hen niet gegund, wat als aandenken van hen en de andere omgekomen Drachtster Joden rest is sinds 2001 het Joods monument hier vlakbij in het Van Haersmaparkje: 14 zuilen van verschillende lengtes, van boven ruw afgeknot, als symbool van hun ruw afgebroken levens. De Kerkstraat buurt is begin jaren ’60 afgebroken. De kale, kille steeg die ervan is overgebleven lijkt haast ook een symbool voor de tragische gang die de familie Turksma heeft moeten maken. Verder herinnert er niets meer aan dit drama. Gelukkig liggen daar nu 5 stolpersteine/stroffelstienen, die de voorbijgangers zullen laten struikelen, eerst met hun voeten, dan met hun hoofd en dan met hun hart. Al lezend zullen ze buigen voor deze slachtoffers, waaronder David en Simon. Zij kwamen nooit meer terug op de Drachtster HBS, hun banken bleven leeg. Op veel grafstenen op joodse begraafplaatsen staat de wens gebeiteld dat 'de ziel van de overledene gebonden moge  worden in het Boek van het eeuwige leven'. Dat is ook de wens die wij David en Simon meegeven met het plaatsen van deze stenen.  

Auteur

Fokke Wester