PopCity | Friesland is thuiskomen voor Douwe Bob

DRACHTEN

Douwe Bob genoot zondagmiddag van het spelen op Popcity in Drachten. Hij en zijn band speelden een strakke set, waarin het ene nummer soms automatisch overging in het volgende. Opvallend was ook het onderlinge plezier. Een kort interview.

Tekst en foto's Fokke Wester Het is opvallend hoe hecht je met je band speelt. Douwe Bob: We spelen nu ook al weer vijf jaar samen. We raken steeds beter op elkaar ingespeeld. Eén blik is vaak al genoeg. Voor het laatste songfestival heb je natuurlijk ook een tijdlang heel intensief gerepeteerd. Douwe Bob: Dat was voor maar één nummer, maar je gaat wel heel erg op details letten. Muzikaal gezien was het niet eens zo belangrijk, want het was heel veel playback natuurlijk. Alleen de zang was live, de rest was gewoon een toneelstukje. Maar je leert er wel heel veel van. Je leert met mensen omgaan, met de media. Interviews geven, haha. En je leert 'nee' te zeggen. Als je altijd maar ja zegt, loop je op een gegeven moment je zelf voorbij. Hoe vond je spelen op Popcity? Douwe Bob: Fantastisch, leuk. Ik hoor van heel veel artiesten dat ze Friesland altijd heel stug vinden, of zo, maar dat vind ik helemaal niet. Ik denk dat ik hier sowieso al mijn naam mee heb. Ik ben een geboren en getogen Amsterdammer, maar ik spreek aardig Fries. Mijn vader kwam uit Makkum. Heb je nog een band met Friesland? Douwe Bob: Ja, heel erg zelfs. Ik heb iets heel speciaals met Friesland en Friesland heeft ook iets speciaals met mij. De Friese zalen zijn de eerste die uitverkocht zijn bij mij. Ik heb een bijzondere band met de mensen hier. En als ik even weg ga of zo, ik heb een paar dagen niks te doen, dan ga ik altijd naar Friesland toe. Ik heb hier nog altijd heel veel familie wonen. Mijn achternaam, Posthuma, zie je hier ook vrij vaak, al is het natuurlijk niet allemaal familie van me. Ik ben opgegroeid als een Douwe in de grote stad. Dat heb je daar gewoon niet. Ik herken dat wel, als Fokke. Douwe Bob: Fokke, Douwe, dat zijn van die namen. Het enige waar ze ons van kennen is Douwe Egberts en Fokke & Sukke. Dat is hier anders. Ik schud hier tien mensen de hand en twee daarvan heten ook gewoon Douwe. En eentje heet Fokke. Dat vind ik grappig om mee te maken. Een beetje als een Amerikaanse Afrikaan die voor het eerst in Afrika tussen de Afrikanen zit. Douwe Bob: Ja, zoiets, haha. Thuiskomen? Douwe Bob: Dat is het! Thuiskomen. Wat ben je nu verder van plan. Je dacht dat je het Songfestival zou winnen... Douwe Bob: Jahaha. Dat is niet gelukt, wat nu? Heb je plannen? Douwe Bob: Spelen man. Dit is sowieso wat ik het liefste doe, gewoon live spelen met de band. En als we dat in het buitenland kunnen doen... Ik wil gewoon zoveel mogelijk spelen op zoveel mogelijk plekken. Verhalen verzamelen, avonturen meemaken. Je bent nu 23. Bob Dylan had zijn artistieke hoogtepunt toen hij 25 was. Douwe Bob: Dan moet ik opschieten. Aan de andere kant. Dylan is nu 75 en hij geeft nog 100 concerten per jaar. Douwe Bob: Dat is waar. Maar ik heb wel altijd heel sterk het gevoel gehad dat het nú moet gebeuren. Ik moet opschieten, zo'n drang. Ik heb altijd honger gehad en ik hoop dat ik dat altijd zal blijven hebben. Al bij het eerste optreden dat ik van je zag, op tv in het eerste seizoen van De Beste Singer Songwriter (dat hij won, fw), viel op hoe natuurlijk je speelde met de band, toen nog de begeleidingsband van Tim Knol. Het leek allemaal zo logisch. Douwe Bob: Het was ook logisch. Het ging zo organisch. Ik heb zoveel geluk gehad dat ik met deze jongens kan spelen en dat zij met mij willen werken. Daar sta ik nog iedere keer versteld van. De muzikanten spelen stuk voor stuk ook in andere bands en hebben naast Douwe Bob hun eigen projecten. Sta jij voor hen op nummer 1? Is Douwe Bob hun prioriteit? Douwe Bob: Aah, dat is niet aan mij om te zeggen. Ik zou dat nooit durven vragen. Stel dat ik een toernee door Engeland zou plannen, dan zou ik hen echt eerst vragen of ze mee gaan. En zij bepalen. Douwe Bob en zijn band, zo wil ik het niet zien. Zo is het wel, maar ik zou nooit iets van hen verwachten. We doen het met zijn allen en dat wil ik zo houden. Op het moment dat ik hen dwing om een keuze te maken, dan gaat het de verkeerde kant op.''  

Auteur

Fokke Wester