Volgende keer mogen vluchtelingen in Ureterp zelf hun brood pakken

BEETSTERZWAAG/URETERP

De crisisopvang van vluchtelingen vorig jaar november in Opsterland heeft goed gewerkt. Alleen de medewerking van het COA was ondermaats.

Dat is de belangrijkste conclusie van een evaluatierapport, dat op verzoek van Opsterland is opgesteld door R. Wennekers, kwaliteitsadviseur van de gemeente Heerenveen. De opvang kostte in totaal 89.172 euro, waarvan het COA 72.900 euro vergoedde. Opsterland schoot er dus per saldo 16.272 euro bij in. Volgens de evaluatie is dat tekort aanvaardbaar, al wordt de kanttekening gemaakt dat de ambtelijke kosten buiten beschouwing zijn gelaten. Gastvrij De crisisorganisatie heeft volgens de evaluatie lerend vermogen getoond en snel, flexibel en adequaat ingespeeld op onvoorziene omstandigheden en gebeurtenissen. De Crisis Noodopvang (CNO) in Ureterp is mede daardoor zeer succesvol verlopen en werd positief gewaardeerd door alle betrokkenen. Belangrijk daarbij waren ook de enthousiaste, betrokken en gemotiveerde houding en inzet van de leden van de crisisorganisatie, de vrijwilligers en tolken en van de inwoners van Ureterp, die zorgden voor een hartelijke en gastvrije ontvangst en opvang van de vluchtelingen. Volgens Wennekers heeft de crisisorganisatie effectief en doelmatig gefunctioneerd. Alleen het stroomlijnen van de inzet van vrijwilligers bleek niet altijd even goed te lukken. Soms waren er teveel vrijwilligers aanwezig en soms te weinig. Ook was het vrijwilligers niet altijd duidelijk genoeg wat er van hen verwacht werd. COA onder de maat Volgens het rapport was de samenwerking met de Veiligheidsregio Fryslân en andere organisaties goed, maar was samenwerking met het COA onvoldoende mogelijk. Het COA leverde te weinig ondersteuning aan de CNO en aan de vluchtelingen. Met name de informatievoorziening door het COA was onder de maat. De informatie die het COA verstrekte bleek vaak onjuist of onvolledig te zijn. Ook reageerde het COA afhoudend als om ondersteuning gevraagd werd. De gebrekkige medewerking van het COA was frustrerend voor de crisisorganisatie en leidde tot onrust bij de vluchtelingen. Wennekers geeft het advies om goed vast te leggen wat er gedaan en gebeurd is, zodat in een volgend geval daaruit profijt kan worden getrokken. Dan ook moeten duidelijke eisen worden gesteld aan het COA over de ondersteuning die die organisatie moet leveren. Tijdens het evaluatieonderzoek kwamen van de zijde van de vrijwilligers een aantal tips naar voren die nuttig zouden kunnen zijn voor een volgende keer. Zo moeten vluchtelingen zelf hun brood kunnen pakken. Nu werd het om hygiënische redenen uitgedeeld, maar het zou prettiger aandoen wanneer het brood bijvoorbeeld al klaar staat op tafel. Verder moet volgens de vrijwilligers worden voorkomen dat vluchtelingen zien hoe voedsel wordt weggegooid als dat bijvoorbeeld om hygiënische redenen noodzakelijk is. Ook moet beter worden gekeken naar het aanbod van mensen en organisaties in de omgeving om dagbestedingsactiviteiten voor de vluchtelingen te organiseren. Tijdens de opvang in Ureterp hadden bijvoorbeeld de kerken wel meer willen doen. Dertiende keer De crisisopvang voor vluchtelingen begon vorig jaar op dinsdag 24 november en eindigde vijf dagen later. De eerste dag kwamen er 60 personen aan in Ureterp, waar de opvang plaatsvond in mfc De Wier. Dat was een tegenvaller, omdat er een organisatie en accommodatie was ingericht voor 150 mensen. In de eerste bus zaten 18 personen die aanvankelijk weigerden de bus te verlaten. Dit deden zij uit protest, omdat ze al voor de 13e keer in een crisisnoodopvang terecht zouden komen. Na een toezegging van de Centrale Organisatie opvang Asielzoekers (COA) waren zij bereid de bus te verlaten. Deze 18 mensen zijn twee dagen later inderdaad overgeplaatst naar permanente opvangvoorzieningen elders in het land. Woensdag 25 november kwamen nieuwe groepen aan en na het vertrek van de groep van 18 verbleven er op vrijdag 26 november ongeveer 120 mensen in De Wier. Doordat de accommodatie was berekend op 150 personen en dus niet helemaal bezet was, kon hen wat meer ruimte en privacy worden geboden.  

Auteur

Fokke Wester