Piet Deunhouwer, een blijmoedig schilder en oude rot in het vak

LIPPENHUIZEN - Er zullen maar weinig kunstenaars zijn die op hun 90-ste nog in staat zijn te schilderen, zoals Piet Deunhouwer, een van de beste schilders in de regio. „Kijk, ik beef nog niet.”

Perspectief, anatomie, licht en schaduwwerking, het bizarre en het gewone, alles heeft zijn liefde. Piet Deunhouwer woont nog steeds zelfstandig en beweegt zich zonder hulpmiddelen als een hinde door het huis, met diverse trapjes en opstapjes en zijn atelier, dat achter de woning staat in Lippenhuizen. „Mijn geheim?, ik zou het niet weten, gewoon doorgaan met ademhalen.”

Zijn moeder en tantes zijn ook heel oud geworden, dus het zit wel in de familie. Deunhouwer werd in 1928 geboren in Utrecht, als enige zoon van een timmerman en een coupeuse. Zijn ouders konden beiden goed tekenen. Zijn moeder ontwierp zelf ook kleding en maakte alle kostuums die Heintje Davids bij haar optredens droeg.

Zijn vader overleed op zijn 36-ste. Piet Deunhouwer was toen 12 jaar. Zijn moeder moest alleen zorgen voor het inkomen. Toen hij 17 was werd zijn eerste strip, Koos de voetballer, gepubliceerd in de Ketelbinkiekrant. Met die verdiensten kon hij zijn moeder helpen.

Reclametekenaar

Deunhouwer wist al heel jong dat hij kunstenaar wilde worden en de kunstacademie wilde volgen. Zijn ouders vonden dat prima, maar adviseerden hem reclametekenaar te worden, zodat hij in staat zou zijn in zijn eigen onderhoud te voorzien. Hij is met zijn studie aan de Kunstacademie in Rotterdam begonnen.

Tijdens de oorlog werd de academie bezet en moest hij stoppen met zijn opleiding. Na de oorlog ging hij verder met zijn studie, maar hij werd opgeroepen voor militaire dienst vlak voor het laatste jaar. Hij vroeg uitstel om het laatste jaar af te kunnen maken. Dat kreeg hij niet. „Ik dacht, ik zal jullie wel krijgen en hing een gang in de kazerne vol met tekeningen van naakte vrouwen. De commandant zag dat en ik moest bij hem op kantoor komen. Hij zei dat hij ze schitterend vond en vroeg me of ik zijn drie dochters wilde portretteren. Ik kreeg dan iedere woensdagmiddag vrij van de militaire oefeningen en kon bij hem thuis aan de slag. Dat was natuurlijk geweldig. En ik heb er uiteraard heel lang over gedaan voordat ik de portretten af had”, zegt hij glimlachend.

Na de militaire dienst rondde hij de opleiding af en werd reclametekenaar bij verschillende bureaus, waaronder een snoepfabriek. „Ik kreeg erg veel opdrachten en heb toen besloten voor mezelf te beginnen. Daarnaast bleef ik strips tekenen voor diverse bladen en schilderde ook. Op de academie had ik geen schilderles gehad en nam toen les bij de bekende surrealist J.F. van der Berg.” Zijn schildersnaam was Johfra.

Beatles tekenen

„Ik heb de LO tekenen/handvaardigheid gedaan en wilde lesgeven aan een middelbare school in Voorburg. Hiervoor bleek ik echter niet bevoegd. De directie heeft er toen voor gezorgd dat ik op basis van kwaliteit toch voor de klas mocht staan. Vanaf toen heb ik heel lang lesgegeven op verschillende scholen, op meerdere niveaus. Ik maakte er een gewoonte van iedere week op de achterkant van het bord een tekening te maken aan de hand van de toen gangbare popmuziek, dat waren vaak de Beatles. Iedereen vond het prachtig en het mocht absoluut niet verwijderd worden. Ook haalde ik tijdens tekenles vaak een leerling naar voren waar ik dan een karikatuurportret van maakte. Alle portretten kwamen op de gang te hangen totdat deze vol was. Dan kon iedereen zijn of haar portret meenemen.”

„De leukste herinneringen heb ik aan het lesgeven aan kinderen van het doofstommeninstituut, Effatha in Voorburg. Elke keer als ik hun aandacht wilde, stampte ik met mijn voet op de vloer. Dit dreunde zo’n beetje door de hele school. En dan zag je ze opkijken. Het was opvallend hoeveel tekentalent deze kinderen hebben, ze zijn natuurlijk heel visueel ingesteld. Tijdens het tekenen was het altijd heel stil. Je hoorde alleen het gebrom en gesnuif, want dat horen ze niet van zichzelf.”

Toen hij in Den Haag meedeed aan een door V&D georganiseerde wedstrijd won hij de publieksprijs. Het schilderij werd meteen verkocht en dit leidde tot steeds meer opdrachten van met name gebouwen en landschappen. Een grote opdrachtgever was de Holland America Line. Enorme speciaal geprepareerde panelen werden bij zijn atelier bezorgd. De metersbrede schilderijen waren bedoeld voor de wanden in de cruiseschepen.

Ichthus College

In 1972 kreeg hij via een bevriende collega, rector van het Ichthus College in Drachten, het aanbod om in Drachten les te geven. Hij nam het aan en verhuisde naar Wijnjewoude met zijn echtgenote, die hij op de kunstacademie heeft leren kennen. Zij was weefster. Ze kregen een zoon, die archeoloog is geworden. De boerderij die ze gingen bewonen werd totaal gerenoveerd. ,,Het rieten dak lekte vreselijk en ik heb alle 4000 dakpannen zelf op het dak gelegd, een enorme klus, dat heugt me nog steeds. Op de zolder had ik mijn atelier, waar ik workshops modeltekenen gaf. Ik had veel naaktmodellen die wilden poseren.”

Deunhouwer is een van de oprichters geweest van kunstenaarsgroep Prisma’88. De oprichters vonden elkaar in 1988 op wat hen samenbindt: een hoge opvatting over hun vak en een realistische verbeelding. De naam symboliseert de verschillen en gelijktijdig de binding binnen de groep als de kleuren in het spectrum: verschillend, helder te onderscheiden, maar onlosmakelijk samenvallend in het licht. De vereniging bestaat inmiddels 30 jaar. De negen kunstenaars, zes schilders, twee keramisten en een fotograaf, ontmoeten elkaar nog regelmatig, bespreken elkaars werk en vormen elkaars stimulans.

Van alles wat hij heeft gedaan gaat zijn hart toch het meest uit naar het maken van strips. Wat het vrije werk betreft vindt Deunhouwer zichzelf eerder een sprookjesverteller en neo-romanticus, dan een magisch- of surrealist. Hij heeft grote bewondering voor Jeroen Bosch, Carel Willink, Delvaux en Magritte. Inspiratie krijgt hij vaak bij toeval. Hij ziet bijvoorbeeld een oude watermolen, of zijn oog valt op de fraaie vormen van een broccoli. Hier maakt hij een foto van, die hij gebruikt als achtergrond op een schilderij. Bij de meer abstracte vormen begint hij met het maken van een prop van een groot vel papier. Die vouwt hij dan open en maakt daarvan een foto, die de basis vormt voor het schilderij. Het werken met olieverf bevalt hem het best, soms in combinatie met krijt.

Logboek

In tegenstelling tot veel andere kunstenaars heeft hij nooit hoeven ‘leuren’ met zijn werk. „Ik heb nog nooit een galerie benaderd, ik word altijd gevraagd.” Zijn schilderijen vinden gretig aftrek. Hij laat zijn logboek zien, waarin alle werken zijn beschreven die hij in zijn leven heeft gemaakt. Meer dan 90 procent daarvan is verkocht. In zijn atelier staan nog betrekkelijk weinig werken. Enkele jaren geleden heeft Museum Opsterland een overzichtstentoonstelling voor hem georganiseerd. Veel vroeger verkochte werken werden beschikbaar gesteld door de kopers.

Op de vraag of de ouderdom van invloed is op zijn schilderen antwoordt hij ontkennend. „Het schilderen is wel op een lager pitje komen te staan. Wat ik heb willen zeggen is gezegd. Ik heb minder behoefte om te schilderen en vind dat prima. Ik verveel me geen moment, want ik heb voldoende hobby’s. Ik bezoek graag exposities en lees graag. Gelukkig voel ik me lichamelijk goed.” Op de vraag of hij de zelfde keuzes zou maken als hij alles over had mogen doen knikt hij volmondig ja. Hij heeft nergens spijt van.

Tekst en foto Japke Weij