Hette Bosma houdt van schoenen, maar meer nog van mensen

DRACHTEN - De laatste twee jaar opereerde hij al een beetje in de schaduw, maar zaterdag neemt Hette Bosma definitief afscheid als ondernemer. Meer dan een halve eeuw verkocht hij schoenen in de Zuiderbuurt.

Tekst en foto's FokkeWester Hette Bosma is 66 jaar geleden geboren in Balk, maar groeide vanaf zijn zesde op in Drachten. Zijn vader had in Balk een kruidenierszaak en begon er de eerste snackbar van Friesland. ,,Ze maakten zelf patat. Van frikandellen had toen nog niemand gehoord. Mijn vader was superondernemend. 's Ochtends om vier uur trok hij er al op uit als monsternemer voor de melkfabriek. Toen hij in 1954 bij Philips in Drachten kon komen, heeft hij de zaak verkocht. Het gaf vastigheid, maar hij vond het vreselijk tussen die vier muren. Bovendien waren er twaalf kinderen, dus om wat extra te verdienen werkte hij in de ploegendienst en daar kon hij niet zo goed tegen.'' Lopende band Toen Hette op zijn vijftiende van school moest om te gaan werken, kon hij ook wel bij Philips aan de slag, vond heit. Daar dacht Hette anders over. ,,Ik had er in de vakantie wel gewerkt en dat was altijd heel gezellig, maar ik wist dat ik zonder opleiding nooit verder zou komen dan de lopende band. En dat trok mij niet.'' Omdat twee van zijn zusters in schoenenwinkels werkten, probeerde hij dat ook. ,,Ik werd in 1963 aangenomen bij Boersma in de Zuiderbuurt, een filiaal van een zaak uit Assen en de grootste eenmanszaak in Noord-Nederland. Op zaterdag werkten er wel zeventien man. Ik had eigenlijk niets met schoenen. Het liefst was ik leraar aardrijkskunde of geschiedenis geworden. Dat leek me prachtig. Maar ja, in een gezin met twaalf kinderen zit dat er niet in. Ik moest elke week mijn loonzakje inleveren bij mijn moeder. Daar was ook geen discussie over, er moest geld op tafel komen.'' Hette Bosma werkte jarenlang met veel plezier in de schoenenzaak, alleen onderbroken door twee jaar militaire dienst bij het Korps Marinier, begin jaren zeventig. ,,Ik was soldaat in vredestijd, dus het was een twee jaar durende vakantie op staatskosten. Ik wilde er heen voor de actie, maar ik heb nooit wat meegemaakt'', vertelt hij vrolijk. Na zijn terugkeer tussen de schoenen kreeg hij al snel meer taken en verantwoordelijkheid. Het toeval wilde dat de bedrijfsleider, John Kuipers, regelmatig bridgede met Henk Hemmes, die zijn schoenenzaak ook in de Zuiderbuurt had. Kuipers pochte vaak over zijn werknemer, die hij helemaal los vertrouwde. Hemmes spitste de oren, want hij zocht een opvolger omdat zijn enige dochter niet in de zaak wilde. ,,Ik kon zo bij hem aan de slag, maar ben nog een tijdje bij Kuipers gebleven om een opvolger in te werken.'' In het diepe gegooid Hette Bosma zou zelf ook rustig ingewerkt worden, maar dat liep heel anders omdat Hemmes ernstig ziek werd. ,,Ik werkte er nog maar net, toen Hemmes overleed. Hij was bij mij thuis om het eerste half jaar te bespreken, toen hij plotseling onwel werd en in elkaar zakte. Een maagbloeding, bleek later. Dat was op 6 juni 1976. Ik was nog maar één keer met hem mee geweest op inkoop, bij de inkoopvereniging in Velp. Ik werd echt in het diepe gegooid.'' Hemmes was begonnen bij de Bata en bleef zich ook later in zijn eigen zaak richten op het goedkopere segment. Bosma besloot het roer om te gooien en zorgde voor een gestage upgrading. ,,Het vergt jaren om een nieuwe klantenkring op te bouwen. Ik ben begonnen met echt mooie merken en dat is langzaam uitgebouwd. Het is wel aardig geslaagd, al zeg ik het zelf. Ik heb pieken meegemaakt en dalen. Ik heb wel eens 13 procent rente betaald en een paar keer een dip in de economie beleefd. In de loop der jaren komt alles voorbij, maar wat omzet betreft heb ik eigenlijk nooit te klagen gehad. In deze laatste crisis is dit het eerste jaar dat het iets minder gaat, maar wij scoren nog altijd beter dan de rest. Wij zitten in het midden- en hogere segment en hebben heel trouwe klanten. Die hadden vroeger geld en hebben nu nog geld. Wij hebben hen altijd goed behandeld en dat betaalt zich nu uit. Dat is de basis van alle handel, het gaat vooral om het gunnen.'' Rode schoenen Ook het prachtige plekje bij het centrum speelt mee, zegt Bosma. Daardoor komt er nog wel eens iemand binnen die toevallig passeert. ,,Zo links en rechts pak je dan wat mee. En we horen heel vaak van mensen van buiten dat ze hier de aandacht krijgen die ze elders niet meer gewend zijn. Een belangrijke factor daarin was Baukje Lubbers-Vroegop, zij heeft 33 jaar bij mij in de zaak gewerkt. Wij kunnen niet op prijs concurreren, dus moet je iets anders hebben, zo simpel ligt het.'' Schoondochter Fokkelien weet nog wel iets waardoor Hette Bosma zich kon onderscheiden: lef. ,,Hette durfde altijd aparte dingen te doen. Daardoor kwamen ze wel binnen. Gekke modellen, andere kleuren, dat moet je durven. Hette had bijvoorbeeld altijd wel een paar rode schoenen staan.'' Eye-catchers, noemt Hette Bosma dat. ,,Je moet wat anders hebben dan de rest, al is het alleen maar om de kleur wat op te halen. Tussen al dat bruin en zwart valt een paar rode schoenen wel op. Op een feestje stond ik eens met een man buiten te roken. Hij zei: 'wat heb jij mooie rode schoenen, waar heb je die vandaan?' Bij Hemmes in Drachten, zei ik. Hij wilde ze ook wel en ik heb gezegd dat ik ze wel voor hem kon bestellen. Hij heeft me later nog een paar keer gebeld om te vertellen wat hij nu weer voor geks had beleefd door die schoenen. Daarmee lok je eerder een gesprek uit. Ik heb wel eens een importeur van een bepaald merk gebeld om een bestelling door te geven. Die zei: jij bent de enige in heel Nederland die het hiermee aandurft.'' Half kopje vocht ,,Die aparte schoenen bepalen je uitstraling, die vertellen de klant: hier kun je terecht voor bijzondere schoenen. Daarnaast moet je in de winkel natuurlijk ook de normale kwaliteitsschoen hebben, want met alleen aparte schoenen red je het niet. Bij de inkoop heb ik veel steun gehad van mijn echtgenote, Selma Kanon, zij zit in de mode en daar worden de schoenen toch op aangepast. Iedereen heeft minstens drie paar goede schoenen nodig. Die kun je om en om dragen, zodat ze ook de tijd krijgen om te ademen. Je voeten verliezen per dag een half kopje vocht en dat hoopt zich op in de schoenen. Ik hou van mooie schoenen, maar ik lig er 's nachts niet wakker van. Het gaat er in dit vak meer om dat je van mensen houdt, dan van schoenen. Het kost maar een beetje moeite om vriendelijk te zijn, zeg ik altijd, en het wordt er zoveel leuker van. Ik ben al die 51 jaar nog nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. Dat is heel wat waard, hoor.'' Bosma maakte zich ook verdienstelijk voor de middenstand in het algemeen. Zo was hij jarenlang bestuurslid van de winkeliersvereniging H&I en zat hij in de Zuiderbuurtcommissie. ,,Ik heb de luifels zien komen en ik heb ze weer zien gaan. Dat de nieuwe luifels in de jaren negentig niet doorgingen vond ik wel jammer, maar als je ziet hoe daarna de gevels allemaal zijn opgeknapt, dan is het er absoluut mooier op geworden. En dat geldt ook voor de Drachtstervaart en het Raadhuisplein. Het is altijd lastig om ondernemers op één lijn te krijgen. Sommigen kijken niet verder dan hun eigen stoepje, maar het gaat natuurlijk om het belang van de hele plaats. Er is wel een boel veranderd. Zo was ik vroeger fel tegen de zondagsopening, maar nu denk ik dat je er niet meer omheen kunt. De koopavond is al lang niet meer wat hij geweest is, op donderdagavond is het hier bijna uitgestorven. De handel verschuift overal naar de zondag, dat is bijna de nieuwe zaterdag geworden. Drachten is nu de grootste plaats in Nederland zonder spoorlijn en zonder koopzondag, dat is absoluut niet goed. Ook die nieuwe jongens op het Raadhuisplein willen toch hun omzet halen.'' Hette Sjoes Hette Bosma bemoeide zich de laatste twee jaar alleen nog met de financiële administratie. De zaak is inmiddels overgenomen door zoon Jelmer (36) en schoondochter Fokkelien (46). De naam Hemmes blijft behouden. ,,Ik heb hiernaast op het hoekje ook een schoenenzaak gehad, Hette Sjoes, met dezelfde initialen, maar ik heb er geen moment over gedacht om de naam te veranderen. Hemmes is mij net zo eigen als Bosma. Ik heb er laatst nog over gesproken met Wiesje Hemmes, de dochter, die woont nu in Amerika. Ik heb haar gebeld om te vertellen dat ik zou stoppen, maar dat de naam Hemmes zou blijven. Dat vond ze heel fijn. En het is ook geweldig als je zo’n zaak in goede harmonie kunt overdoen aan je kinderen.’’ Dat Bosma een opvolger zou krijgen, was lang ongewis. ,,Onze twee andere zonen, Rein en Floris, hebben nooit interesse gehad in de schoenen en eigenlijk had ik er met Jelmer ook al niet meer op gerekend. Hij hielp wel al jong mee in de winkel, maar ging studeren in Groningen, bedrijfskunde en accountancy.’’ Via een omweg belandde de middelste van de drie zonen tenslotte toch weer in de winkel. ,,Ik had geld nodig om met vrienden weg te kunnen, daarom heb ik dit werk als vakantiebaantje aangenomen. En toen ontdekte ik dus hoe leuk het was’’, zegt hij lachend. In de winkel ontmoette Jelmer ook zijn latere partner Fokkelien. ,,Zij is hier zeventien jaar geleden begonnen en nooit weer weggegaan.’’ Traplopen Jelmer Bosma werkte tot een paar jaar geleden als bedrijfsleider bij een schoenenzaak in Heerenveen, maar toen vader Hette werd afgekeurd keerde hij terug naar Drachten. Versleten knieën, zegt Bosma senior. ,,Van het traplopen. Elk paar schoenen betekende trap op en trap af. Gelukkig heb ik er als ik normaal loop weinig last van.’’ Zaterdag neemt Bosma in de winkel afscheid van zijn klanten. Hij zal ze missen, maar het werken zelf mist hij niet. ,,Ik zit al twee jaar veel thuis en ik heb me nog geen dag verveeld. Ik heb het smoordruk met niks. Ik klus wat en ben veel in de tuin aan het werk. Voor mijn gevoel is er altijd wel wat te doen. Ben ik niet aan het houthakken voor de hockeyclub, dan ben ik wel aan het schilderen bij de tennisvereniging.’’ Bosma heeft weinig spijt, zegt hij beslist. ,,Wat ik wel zou doen, als ik weer moest beginnen, dat is zo snel mogelijk een eigen pand kopen. Wij hebben dit altijd gehuurd en het is ondertussen wel een keer of drie betaald. Verder heb ik nergens spijt van. Ik heb hier altijd met heel veel plezier gewerkt. En ik ken er nog twee, die hetzelfde kunnen zeggen. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in. Zelf heb ik indertijd na twee jaar de zaak helemaal verbouwd, dus ik zou er niet vreemd van opkijken als het er hier over twee jaar heel anders uitziet. Maar ik zal er ook niet van opkijken als het dan nog precies zo is als nu.’’