LTO-voorzitter Maat: ‘Landbouw sleutel om uit economische crisis te komen’

Leeuwarden - De agrarische sector is een van de sleutels om de economische crisis te boven te komen. “We zijn geen deel van het probleem, maar een deel van de oplossing. Een flink deel van de bedrijven blijft investeren en we blijven exporteren”, zei voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland vanmorgen in Leeuwarden, tijdens de Dag van LTO Noord in Fryslân.

Volgens Maat doet het kabinet er goed aan om vooral de sterkere sectoren te stimuleren. Zo mag een veel krachtiger inzet worden verwacht om duurzame energie te stimuleren, waardoor ook andere sectoren als de stagnerende bouw nieuwe impulsen krijgen. Ook vindt hij dat jonge boeren in het kader van het nieuwe GLB krachtiger ondersteund moeten worden. Minder geld uit Brussel Inspelen op veranderende omstandigheden en de nieuwe realiteit was ook het thema van Ruud Huirne, directeur Food&Agri van Rabobank Nederland. Die realiteit is dat de komende jaren minder geld uit Brussel komt. Boeren moeten de EU-toeslagen vooral niet zien als een vaste inkomstenbron. Zijn advies aan de bijna vijfhonderd bezoekers: breng uw omgeving goed in kaart, zet in op innovatie en een flexibele bedrijfsopzet, zodat u als ondernemer kansen kunt pakken die voorbijkomen. Voorzitter Geart Kooistra van LTO Noord provincie Fryslân zei zich te verbazen over de landelijke politiek. In het parlement zitten structureel te weinig mensen die zich verdiepen in en bemoeien met de (inter)nationale landbouwpolitiek. Bovendien werkt volgens hem de huidige politiek niet stimulerend, maar juist verlammend voor een nieuw en dynamisch overheidsbeleid dat perspectief biedt. Ongelijke spelregels De Belgische landbouwjournalist Jacques van Outryve zette het Europese landbouwbeleid, hoe gemeenschappelijk ook, in een andere context. Hij verwees naar de interpretatie van definities, bijvoorbeeld over bedrijfsomvang. Wat hier klein is, is elders groot en de ene spelregel hier is weer anders dan elders in bijvoorbeeld een Oost-Europese lidstaat. Het EU-beleid biedt daardoor veel minder gelijke spelregels waaronder geproduceerd wordt dan vaak wordt gesuggereerd. Duurzaam produceren in de land- en tuinbouw is nodig, maar zeker zo belangrijk is dat voedselproductie samenhangt met de consequenties voor het landschap en omgeving. Dat besef wint terrein, stelde Outryve. Voorts benadrukte hij het belang van branding van het Nederlandse agrarische product in het buitenland. Kleinschalig, slow food, voedsel uit eigen regio, het vertegenwoordigt allemaal waarden, maar de naam en faam van het goede Nederlandse product mag er over de grens niet onder lijden.