Opsterland ontgroent en vergrijst sneller dan rest van Friesland

Opsterland - Opsterland telt momenteel 30.000 inwoners en heeft die in 2030 nog altijd. Alleen ziet de samenstelling van de bevolking er dan heel anders uit, zeggen de demografen van de provincie. Tegen die tijd is een derde van alle Opsterlanders ouder, of veel ouder, dan 65 jaar.

De groep die het geld moet verdienen neemt ondertussen fors af, en krijgt ook minder kinderen. Niettemin stijgt het aantal huishoudens in de gemeente, vooral door de toename van alleenstaande ouderen. De demografische ontwikkelingen lopen uit de pas bij de andere plattelandsgemeenten in Friesland, Opsterland ontgroent en vergrijst sterker dan het provinciaal gemiddelde. Inmiddels heeft Opsterland, als een van de eerste gemeenten, een scenario uitgewerkt hoe het verder moet met wonen, onderwijs, sport, zorg, en ontmoeten in zijn dorpen: Vitaal Opsterland 2. Fijn om te wonen, maar valt er straks ook nog wat te beleven in Opsterland? Het gemeentebestuur denkt van wel, al moet het antwoord vooral uit de dorpen zelf komen. Na het eerste schot voor de boeg vorig jaar, met de indeling in centrum-, plus-, en woondorpen, presenteert het college van B&W nu het vervolg: Vitaal Opsterland 2. Daarin neemt Opsterland definitief afscheid van het autonome dorp – het dorp waar je geboren wordt, naar school gaat, werkt en plezier maakt, kinderen krijgt, en uiteindelijk doodgaat. Dat dorp bestaat eigenlijk allang niet meer als gevolg van de individualisering, mobiliteit, en schaalvergroting. Het aanbod van voorzieningen bepaalt ook niet zozeer de leefbaarheid van Opsterland als wel de bereikbaarheid ervan, zegt de gemeente in het toekomstscenario. Het dorpsgevoel wordt vooral gesterkt door de onderlinge contacten en de bereidheid om elkaar de helpende hand te bieden. Daar zit hem wel de kneep, onderkent de gemeente, want de levenslang loyale vrijwilliger verdwijnt, mensen zijn nog best bereid om zich belangeloos in te zetten, maar kortdurend met zicht op een einde. De kunst is om dat te organiseren, de dorpssteunpunten en de mantelzorgers spelen hierbij een wezenlijke rol, aldus het beleidsscenario. Als simpele klusjes voor ze worden gedaan, kunnen ouderen langer thuis blijven wonen, uiteindelijk fungeert de Wmo als vangnet. Zelfs dorpshuis niet heilig De gemeente neemt de tijd om op de demografische ontwikkelingen te anticiperen, de komende tien jaar zal er in de Opsterlandse dorpen nog niet gek veel veranderen. Wellicht zakt een basisschool door de ondergrens (Jonkerslân) of laait de discussie op over een sportveld (Langezwaag) vanwege leegloop, maar voorlopig blijft het gros van de bestaande voorzieningen in stand. In de tussentijd zullen de dorpen wel alert moeten blijven, zelfs het dorpshuis is niet heilig als de exploitatie uitzichtloos blijkt te zijn. Het ene dorp is het andere niet, vandaar dat de gemeente zegt maatwerk te willen leveren. Aan dat maatwerk zitten evenwel grenzen. Voor de instandhouding van scholen gaat de gemeente op termijn uit van een leerlingenaantal van 80 kinderen, door onderwijsinstelling Primo aangeduid als het normgetal voor een gezonde basisschool. De gemeente heft geen scholen op, daarover besluiten schoolbesturen zelf, maar heeft als huisvestingsverschaffer wel een stok achter de deur. Dat betekent dat Opsterland doorgaat met het promoten van samenvoeging tot brede scholen als vervanging aan de orde komt. Al is dat overal niet even gemakkelijk doordat gebouwafschrijvingen geen gelijke tred houden, bijvoorbeeld in Beetsterzwaag. Versplintering doemt Het behouden van sportvelden hangt af van de intensiteit waarop er gespeeld wordt, de gemeente laat zich hierbij leiden door gebruiksnormen van het NOC*NSF. Beneden de norm heeft consequenties voor de mate van onderhoud, of het kan voorkomen dat een wedstrijdveld de lagere status krijgt van ‘wetra veld’, de combinatie wedstrijd/trainingsveld, VV Gorredijk heeft ermee te maken. Omdat ze verouderd zijn ziet de toekomst voor enkele sportzaaltjes in de plus- en woondorpen er mistroostig uit. De gemeente gaat namelijk voor de schoolgymlessen uit van de beschikbaarheid van een locatie binnen de wettelijk voorgeschreven straal van 7.5 kilometer. Is dat het geval, dan is opknappen of vervangen niet noodzakelijk. Dat kan op termijn vervelend uitpakken voor bijvoorbeeld Nij Beets en Bakkeveen, want indirect krijgt daarmee ook het lokale sportverenigingsleven een knauw; als de kleine clubs moeten uitwijken doemt versplintering. Vrijwel alle dorpen geven in hun dorpsvisies aan te willen bouwen voor starters om hun jongeren te behouden. Begrijpelijk, al wijzen de cijfers dwingender naar de toekomstige behoefte aan seniorenwoningen. De woningbouwcorporaties staan op dit moment niet te springen om voor starters te bouwen, ze stoten op den duur wel een kleine 400 huurwoningen af die voor beginnende huishoudens betaalbaar zouden moeten zijn. De banken vormen echter hier het probleem, ze verstrekken nauwelijks toegang tot hypotheekleningen. De gemeente wil nu onderzoeken of wooneenheden voor de startergroep in leegstaande panden als schoolgebouwen kunnen worden ingericht. Begin volgend jaar komt Vitaal Opsterland 2 aan de orde in de gemeenteraad.