Terwispel in beeld voor opslag kernafval

Terwispel - Zuid-Friesland staat te boek als kansrijkste plek voor de definitieve berging van radioactief afval, zo blijkt uit een voorstudie van TNO.

De oeroude kleilaag op een halve kilometer diepte onder Terwispel, Sneek, Bantega en Streggerda zou de juiste dikte en samenstelling bezitten. De geschiktheid van de Friese ondergrond komt naar voren uit een langjarig onderzoek dat een speciaal team van TNO uitvoert in opdracht van minister Henk Kamp van EZ. De voorstudie is het begin van de zoektocht naar een definitie bergingslocatie in Nederland, als gevolg van de onderlinge afspraak van de Europese landen uit 2011 dat iedere lidstaat zelf zijn eigen kernafval voor eeuwig opbergt. Vanwege de te verwachten maatschappelijke beroering voltrok het onderzoek zich tot nu toe in relatieve stilte. Ondoorlatendheid In Friesland gaat het om het pakket Boomse Klei van meer dan honderd meter dikte, dat zo’n 30 miljoen jaar geleden is gevormd in het tijdperk Oligoceen. Nergens anders in Nederland zou de kleilaag zo homogeen van kwaliteit en vrij van breuklijnen zijn. Door die ondoorlatendheid van de laag bestaat de minste kans op contact met het grondwater, volgens TNO. Kleilagen met dezelfde diktes in Limburg en Brabant zouden minder geschikt zijn vanwege de aanwezigheid van meerdere breuklijnen. De onderzoekers komen tot hun voorlopige bevindingen door bestaande gegevens te verzamelen en onder de loep te nemen. Zo komt Terwispel in beeld omdat oliemaatschappij Chevron daar in de vroege jaren zeventig gasboringen heeft gedaan. Toevallig zijn daarbij de gegevens over de Boomse kleilaag bewaard gebleven. Dergelijke informatie ontbreekt weer over de kleilaag onder bijvoorbeeld de Veluwe, waardoor de Zuid-Friese locaties in dit stadium nadrukkelijk op de voorgrond treden. Proefboringen Geoloog Geert-Jan Vis en geohydroloog Hanneke Verweij van TNO benadrukken de kennisleemtes in het onderzoek. Om de kandidaat-sites voor kernafval werkelijk goed in beeld te krijgen, zijn proefboringen en nader seismologisch onderzoek nodig, aldus de onderzoekers. Daarmee laait onvermijdelijk het nucleair afvaldebat weer op, dat 25 jaar geleden door de politiek werd gesmoord met de oprichting van Covra, de tijdelijke opslag van kernafval bovengronds in Zeeland. Gedeputeerde Sietske Poepjes neemt echter alvast stelling over mogelijke proefboringen in Friesland. “Die zijn hier niet welkom. Als wij proefboringen toestaan dan zwemmen we een fuik in.” Overigens neemt de politiek de tijd voor definitieve keuze van de nucleaire afvalsite, de bouw neemt pas na 2080 een aanvang. Tekst: Wim Bras Foto: NDC / LC