Juf Esther van de Paedwizer maakt eigen methode voor dichtles

BEETSTERZWAAG - Poëzie is een beetje het ondergeschoven kindje binnen de taalmethodes in het basisonderwijs. Naast het dictee en het opstel verdient ook het vers een plekje in de taalles, vindt juf Esther Siebenga van pcbo De Paedwizer in Beetsterzwaag. Een goede methode daarvoor was er nog niet, dus schreef ze die zelf.

Test en foto's Fokke Wester Bij de viering van Sinterklaas was het gedicht bij de surprise voor veel kinderen vaak een probleem. Op De Paedwizer niet meer. Sinds juf Esther Siebenga begon met het maken van de methode Dichter - Dicht - Gedicht heeft de poëzie voor de kinderen weinig geheimen meer. ,,Vroeger hikten ze er enorm tegenaan, maar vorig jaar hoorde ik een jongetje zeggen: ik heb een gedicht gemaakt in de vorm van een rondeel. Dat vind ik dan toch grappig.'' Heel stoer Dichter - Dicht - Gedicht kwam pas dit voorjaar uit en nu al zijn er dertig exemplaren van verkocht, voor 59,95 euro per stuk. Miljonair zal Esther Siebenga (39) uit Hemrik er niet van worden, zegt ze lachend. ,,Maar rijk worden was ook niet mijn bedoeling hiermee. Ik ben er trots op dat de methode nu op de markt is en dat hij al op dertig scholen in Nederland wordt gebruikt. Dat verbaast me ook wel een beetje, want het is altijd spannend of zoiets gaat lopen. We hebben hem hier op school ook aangeschaft en dat vind ik toch wel heel stoer. Ik heb er drie jaar aan gewerkt, steeds weer bijgeschaafd en herschreven. Dan is het mooi als het eindelijk klaar is.'' Ze schreef de eigen methode op aanraden van Wouter de Vlugt, de vroegere directeur van de Paedwizer. Hij werkte mee aan de ontwikkeling van tal van lesmethoden, onder andere voor taal en rekenen. Het leek hem leuk als er ook iets met poëzie gedaan zou worden. 'Is het niet wat voor jou?' vroeg hij aan Esther. ,,En het leek me wel een leuke uitdaging. Dat was drie jaar geleden. Ik heb me eerst goed ingelezen, om te zien welke dichtvormen er allemaal zijn en welke ik al kende. Aan poëzie wordt in het basisonderwijs niet zo veel gedaan, terwijl er veel kinderen zijn die, als je ze uitdaagt, de prachtigste dingen kunnen maken.  Dat merkte ik ook al snel in mijn eigen groep.'' Dertig versvormen Siebenga koos voor de methode dertig versvormen uit, waar ze lessen omheen bouwde. Daarbij zitten de bekende vormen, zoals het sonnet en de limerick, het rondeel en het naamgedicht. Daarnaast heeft ze ook een les gemaakt over bijvoorbeeld de zevenaar, het stripgedicht of het elfje. Dat laatste is een versje van elf woorden, verdeeld over regels van achtereenvolgens een, twee, drie, vier en een woord. Het laatste is een verrassend antwoord. Voor het stiftgedicht werken de kinderen met een krantenbericht, waarin ze woorden doorstrepen. Wat uiteindelijk overblijft vormt het gedicht. ,,De eerste opdracht daarbij is: omcirkel de zelfstandig naamwoorden en de werkwoorden. Zo komt er ook weer grammatica aan te pas.'' Een andere les gaat over het stapelgedicht, waarbij je boeken op een stapel legt. De ruggen met de titels vormen uiteindelijk het gedicht. ,,In het cijfergedicht gebruik je getallen en in een andere versvorm bedenken we onzinwoorden of combineren we tegenstellingen. Het gaat allemaal om creativiteit.'' Voorbeeldversjes Esther Siebenga en haar collega's van de Paedwizer probeerden de lessen steeds uit in de groepen vijf tot en met acht. Behalve dat ze zo mooi kon zien wat wel en niet werkte, leverde het haar ook veel voorbeeldversjes op die ze weer in de methode kon gebruiken. ,,De kinderen worden niet alleen in aanraking gebracht met de dichtvorm, ze moeten er ook zelf mee oefenen. En ze vonden het prachtig als een gedicht van hen werd uitgekozen.'' ,,Het idee dat jouw versje ook op een andere school wordt gebruikt, is natuurlijk geweldig. Een aantal kinderen hier op school werkt nu met het gedicht dat een oudere broer of zus heeft gemaakt. Dan glimmen ze van trots.'' Daarnaast zijn er ook gedichten gebruikt van 'echte' dichters, zoals Mies Bouhuys en Willem Wilmink, terwijl Siebenga zelf ook een aantal voorbeelden schreef. Kopieermap Dichter Dicht Gedicht is uitgegeven als een kopieermap, waarin opgeteld meer dan 100 lessen staan voor de groepen vijf tot en met acht. ,,Dat is natuurlijk heel aantrekkelijk, want de leerkracht die er mee aan het werk gaat hoeft niet meer zelf in bundeltjes te zoeken naar voorbeelden. Ze hoeven alleen de les te kopiëren en daarmee kunnen de leerlingen bijna elke week een half uurtje stoeien met taal en poëzie.'' ,,Dat kan klassikaal, maar de leerlingen kunnen er ook zelf mee aan de slag gaan. Het kan ook worden aangeboden als extra materiaal bij taallessen. Bovendien kun je met dezelfde dichtvorm verschillende lessen maken, door gewoon een ander onderwerp te kiezen of aan te sluiten bij een activiteit, zoals kinderboekenweek of het afscheid van groep 8. De lessen zijn zo divers, dat je steeds weer wat nieuws kunt bedenken. '' Vaak alleen gekeken naar nut Tot nu toe was er weinig aandacht voor dichten. Esther Siebenga: ,,Vaak wordt in het onderwijs alleen gekeken naar het nut. Opstel maken is belangrijk, dictee ook. Maar dan gaat het om de technische kant van schrijven. Het creatieve wordt nog wel eens vergeten. Toch is het ook belangrijk dat kinderen leren hun gevoel onder woorden te brengen. Dat moet je durven, maar dan moet je wel weten dat je het kunt. En dat leer je in deze lessen.'' ,,Sommige kinderen hebben moeite met deze lessen, vooral als ze een minder grote woordenschat hebben. Andere kinderen bloeien helemaal op. Een meisje vertelde me dat haar hond dood was en dat ze daar een gedicht over had geschreven. 'Ik vind het heel moeilijk, maar het helpt me wel', vertelde ze me. Ze kreeg de gedichten mee naar huis en op de ouderavond hoorde ik later van haar ouders hoe belangrijk de teksten voor haar waren. Op zo'n manier kun je emoties beter verwerken. Een gedicht schrijven is tegelijk een herinnering scheppen, want een gedicht dat je zelf schrijft, vergeet je niet zo snel meer.''