Raad Opsterland: Discriminatiemeldpunt niet in eigen huis

Drachten - De gemeenteraad ziet niets in een eigen discriminatiemeldpunt voor Opsterland. Het college wil de ruimte om de mogelijkheid te kunnen onderzoeken.

Het college wil af van de kosten voor Túmba, dat de wettelijke taken van de gemeente behartigd bij gevallen van discriminatie. Volgens wethouder Rob Jonkman zijn de klachten in Opsterland zo gering in aantal dat de gemeente veel goedkoper uit is als het zelf de meldingen en de bijbehorende afhandelingen in eigen huis uitvoert. Jonkman baseert zich op cijfers uit 2011 en 2012, waarin respectievelijk drie om vier discriminatiegevallen voorvielen. Van de vergoeding van 37 eurocent per inwoner van het Rijk om de verplichting uit te voeren, zou Opsterland dan het nodige over kunnen houden. Nu betaalt de gemeente jaarlijks 9000 euro aan Túmba. 16 meldingen In de voorbespreking maakte Túmba-directeur Brenda Ottjes echter al duidelijk dat Opsterland geen reden heeft om zich rijk te rekenen. Het aantal discriminatiemeldingen in de gemeente liep in 2013 op tot zestien stuks, in 2014 noteert Ottjes tot nu toe dertien gevallen. Elk discriminatieafhandeling kost zo’n 700 euro en dat kan echt niet goedkoper, zo maakte ze duidelijk. In 2013 zat Opsterland dus al onder de kostprijs, maar omdat Túmba voor vrijwel alle Friese gemeenten de discriminatiezorg behartigd, kan het uit. “Om en om gaat de een over het budget en blijft de ander eronder.” Na dit ‘glashelder betoog’ – de kwalificatie komt van OB-voorman Sikke Marinus – vindt in ieder geval de oppositie dat Opsterland zich niet in het wespennest van de zelfhulp moet steken. PvdA-er Roel Vogelzang kondigde woensdagavond al een amendement aan om voornemen van het college van tafel te krijgen. OB zit op dezelfde lijn, maar acht het nog te vroeg voor een amendement. Burgemeester Marian Jager sloot daar diplomatiek op aan door de raad om ruimte te vragen een alternatief voor Túmba te kunnen onderzoeken. “De bezuiniging staat pas voor 2016 ingeboekt, laten we die tijd benutten.” Tekst: Wim Bras