Kleinzoon van kapitein Lemster smokkelboot: 'Pake hat it goed dien'

Honderden Joden uit het westen van Nederland zijn tijdens de oorlog met de Jan Nieveen naar Friesland gesmokkeld, over het IJsselmeer. Onder hen ook veel van de 210 Amsterdamse ‘crèchekinderen’. Kapitein op deze Lemmerboot was Haije Bouwman. Zijn kleinzoon en naamgenoot vertelt over de heldendaad van pake.

Hij klinkt stellig. ,,Jaaa, pake wist ervan, van de Joden. Dat is duidelijk.’’ Terwijl hij praat tuurt Haije Bouwman (64) over het IJ, aan de achterkant van het centraal station van Amsterdam. Zijn ogen zijn vochtig. Niet van emotie, maar van de schrale wind die deze zonnige middag door de hoofdstad waait. Hier, vanaf de De Ruijterkade bij het station, vertrok vroeger de boot naar Lemmer. De Lemmerboot, de Jan Nieveen. De van de Groningen-Lemmer Stoomboot-Maatschappij, het Groningse bedrijf dat ook op Amsterdam en Rotterdam voer.

Op de bank in zijn antikraakwoning in hartje Amsterdam, vlak bij het Waterlooplein, graaft Bouwman wat dieper in het verleden: ,,Mijn pake werd in 1942 kapitein op de Jan Nieveen en had in die tijd contact met een Amsterdamse verzetsman’’, zegt hij in het Nederlands. Zijn Fries is wat roestig. Hij groeide weliswaar op in Sneek, maar woont al sinds 1974 in Amsterdam. ,,Die verzetsman heette Kees de Wit. Dat was zijn schuilnaam. Nou ja, contact is misschien een groot woord. Die man sprak aan het begin een paar keer met pake en toen wist hij waarschijnlijk genoeg.’’

Helemaal zeker kan De Wit niet zijn geweest, vermoedt Bouwman. ,,Hij hoopte maar dat mijn pake te vertrouwen was. De Wit moest een inschatting maken. Openlijk hierover praten ging in de oorlog natuurlijk niet zo makkelijk. Je wist maar nooit.’’ Het eerste gesprekje met ‘zeebonk’ Bouwman verliep nogal stroef, zou De Wit later hebben verteld. Beide mannen waren vooral aan het aftasten en deden alsof zij elkaar niet precies begrepen.

Zijn pake, geboren in Hommerts en in de oorlog als vijftiger woonachtig in Lemmer, zat zelf niet in het verzet. Aan boord van het 45 meter lange schip verkeerde hij in een lastige positie, vertelt Bouwman. ,,Die boot was een soort openbaar vervoer, hè. Iedereen ging mee op de Jan Nieveen, het vlaggenschip (in de vaart sinds 1928, red.) van het Groningse bedrijf. Dus ook de Duitsers met hun oorlogsmaterieel en paarden waren vaak in de buurt.’’

,,Mijn pake liet het smokkelen van Joden oogluikend toe, zo moet je dat zien. De hele oorlog. Hij wist zogenaamd van niks. Zogenaamd, want hij zag het natuurlijk wel. En als er onraad dreigde, bijvoorbeeld controles door de Duitsers bij sluizen waarvan hij op de hoogte was liet hij dat meestal weten aan de verzetsman. In bedekte termen. Kees de Wit had stille medewerking van pake. Als je niet te veel wist, dan kun je onder druk ook niets aan de Duitsers vertellen.’’

Als Von Knorring in Finland

De Jan Nieveen (1928), vernoemd naar de directeur van het Groninger botenbedrijf, was lange tijd het vlaggenschip van de Groningen-Lemmer Stoomboot-Maatschappij. Eind jaren vijftig werd deze Lemmerboot verdreven door het wegverkeer.

De naam veranderde vervolgens in IJsselhaven en later in Wolga en het schip deed dienst als rondvaartboot in Rotterdam en de Biesbosch. Meerdere malen dreigde sloop, maar het schip bleef toch gespaard en werd vanaf eind jaren zeventig nog zo’n tien jaar ingezet voor rondvaarten, nu vanuit Lemmer. Inmiddels ligt de ‘Nieveen’ al drie decennia in het zuiden van Finland. De boot heet daar F.P. von Knorring en is in gebruik als restaurantboot in Mariehamn.

Veel van de hier afgedrukte oude foto’s van de Jan Nieveen zijn afkomstig van de website spanvis.com, waarvoor veel dank. Op deze site is meer informatie te vinden over Lemster schepen en – veel breder – de historie van Lemmer en omgeving.

 

Ook de Amsterdamse ‘crèchekinderen’ moet kapitein Bouwman hebben gezien. Van de hoed en de rand wist hij niet, maar hij begreep vast en zeker wat er gaande was, zegt zijn kleinzoon. ,,Pake herkende de studentes die de Joodse kinderen meesmokkelden op de Jan Nieveen niet allemaal, denk ik. Hij was bijvoorbeeld niet aanwezig bij overleggen of zo. Veel te gevaarlijk. Maar hij had het wel door.’’

Bouwman kreeg ook heus wel mee dat sommige Joodse kinderen tijdens de oversteek van het IJsselmeer werden verstopt achter de hoog opgestapelde koffers en de andere bagage in het ruim. Er zaten zelfs kinderen bij volwassen vrouwen onder de banken in de salon van de boot, veilig bedekt door de ruimvallende lange jurken. ,,En Joodse jongens werden als dat nodig was als meisjes verkleed, met lippenstift en hoofddoekjes. Op die manier waren hun zwarte haren niet te zien. Erg spannend dus. Onnozel trouwens dat de Duitsers niet onder de banken keken.’’

Een ‘element’ dat de spanning aan boord alleen maar verhoogde was de hofmeester van de Jan Nieveen, vertelt Bouwman. ,,Pikant.’’ Op zijn laptop zoekt de Amsterdammer naar extra gegevens. Deze hofmeester, die de koffie schonk, was lid van de NSB, aldus Bouwman. ,,Hij droeg ook graag een uniform. Mijn pake niet. Ah nee juh, nergens voor nodig. Pake was geen vrienden met de hofmeester.’’

Zoals zo vaak in de oorlog was de situatie niet zwart-wit. ,,Het bleek eigenlijk wel een goeie NSB’er. Die had je ook. Hij heeft namelijk ook een Joodse vluchteling gered uit handen van de Duitsers, toen die eens aan boord kwamen. Een grijstint, zogezegd. En toen de Wehrmacht in 1944 in Amsterdam de Jan Nieveen vorderde om er bewakingspersoneel in te huisvesten, wist de hofmeester de Duitsers over te halen om daarvoor een ander schip te nemen.’’

Haije

 

noemt de Amsterdammer zijn pake, die overleed in 1982 op 91-jarige leeftijd. Zijn beppe Engeltje Bouwman was net zo. Zij werd 93 jaar en stierf in 1986. ,,Het waren doeners, geen praters. Pake was eerder trots op het feit dat hij in de oorlog zo goed paarden kon inladen, die waren vaak erg onrustig, dan dat hij Joden heeft gered.’’

Dit had alles te maken met een dramatisch nachtelijk ongeluk van de Jan Nieveen in januari 1945, denkt Bouwman. Hiervoor, en vanwege de verdenking van samenwerking met de Duitsers, werd de kapitein na de oorlog vervolgd. ,,In beide zaken is hij overigens niet veroordeeld’’, zegt zijn kleinzoon.

Met name het bootongeluk speelde een grote rol in het verdere leven van de kapitein. ,,Het is een dramatisch verhaal. Begin ’45 botste de Jan Nieveen ’s nachts op het IJsselmeer op een andere boot van hetzelfde bedrijf, de Groningen IV, een kleinere boot. Hierbij vielen dertien doden. Het waren opvarenden van de zinkende Groningen IV die niet op tijd konden overspringen op de Nieveen.’’

Pake, ,,een rechtschapen gereformeerde man’’ en ,,geen lolbroek’’, bleef hieraan tot in lengte van jaren denken, weet Bouwman. Het ongeluk heeft zwaar op hem gedrukt. Onduidelijk is of hij schuldig was.

 

,,Vanwege de oorlog en de Britse bombardementen op schepen (die voor de Duitsers moesten varen, red.) voeren de boten ’s nachts geblindeerd. Zonder licht dus. Om aanvaringen te voorkomen moest er continu iemand op de boeg staan om vooruit te kijken. In de bewuste nacht had mijn pake wel iemand op de boeg gezet, maar deze man was net even weg – naar de wc of een borrel halen of even opwarmen. Tja, dat gebeurde met die kou. En toen kwam de aanvaring.’’

Na de oorlog ging het leven simpelweg verder, concludeert Bouwman op de kade aan het IJ. Uitgebreide festiviteiten en dankbetuigingen waren er niet. Mensen moesten door, de Jan Nieveen moest varen. ,,En als er toch een bijeenkomst was georganiseerd om mijn pake te bedanken, was hij niet gekomen. Joden meenemen deed je gewoon. Je gaat je niet laten toejuichen, zeker niet met die juridische procedures die nog tegen hem liepen.’’

Ook zijn vader heeft Haije Bouwman later niet veel over de oorlog verteld. ,,Bij hem moest ik de verhalen er eveneens uittrekken. Hij was ook niet zo spraakzaam. Bovendien was de interesse er bij mij op jonge leeftijd niet zo.’’ En dus vogelde hij zelf, vele jaren later, het een en ander uit over zijn pake. Hij las boeken en dook de archieven in. Met een gemengde uitkomst. Toch overheerst trots, vertelt hij aan de waterkant. ,,Ja, pake hat it goed dien.’’

Het project over de 'crèchekinderen'

In 1942 en 1943 zijn naar schatting 210 Joodse kinderen uit Amsterdam naar Friesland gesmokkeld. In de hoofdstad waren deze kinderen door de Duitsers van hun ouders gescheiden en ondergebracht in de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. Een bijzondere oorlogsgeschiedenis waarin ook het Friese verzet en veel gewone gezinnen een prominente rol hebben gespeeld.

Een van de belangrijkste smokkelroutes naar Friesland ging over het IJsselmeer met de Jan Nieveen, de ‘Lemmerboot’. Een andere route was met de boot van Enkhuizen naar Stavoren of met de trein via Utrecht en Zwolle naar bijvoorbeeld Leeuwarden.

Stichting De Verhalen wil met het project De Terugkeer van de Joodse Kinderen de kinderen – voor zover zij nog in leven zijn – opsporen. In het project werken Omrop Fryslân, Friesch Dagblad en Leeuwarder Courant samen. Er is een speciale website: joodsekinderen.nl

De zoektocht loopt tot mei 2020. Dan vieren en gedenken we dat ons land 75 jaar geleden is bevrijd. Op 1, 2 en 3 mei staan tijdens de onderduikdagen de levensverhalen centraal van de Joodse kinderen die naar Friesland zijn gesmokkeld.

Terugkeer van de Joodse Kinderen

De Terugkeer van de Joodse Kinderen is een samenwerkingsproject van Stichting De Verhalen, Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Omrop Fryslân en Tresoar. Provincie Fryslân verleent subsidie. Het project omvat behalve reportages in de media de Onderduikdagen begin mei, theatervoorstelling Smokkelbern en vier documentaires op NPO2. Kernredactie: Gerard van der Veer (SDV), Karen Bies (OF), Marja Boonstra (LC), Martijn van Dijk (RUG), Wybe Fraanje (FD).

www.joodsekinderen.nl

info@joodsekinderen.nl