Theun de Leeuw speelt oude Jumping Jack

Tijnje - In de maand dat de optimisten onder de weidevogels weer terug in de weilanden zijn is Theun de Leeuw terug op de plek waar een liefde voor het leven begon.

We schrijven dan het jaar 1956, toen Theun de Leeuw tien jaar oud was. Samen met zijn twee veel oudere broers Romke en Frits naar de TT van Assen. Beide broers waren al jaren gek op motoren en voor Theun ontvouwde zich een geheel nieuwe wereld: ,,It wie in feest doe’t ik foar de earste kear it lûd fan de motoren hearde.’’

Zelfgemaakte motor

De gevolgen konden in huize De Leeuw met Pieter en Jantsje als de liefdevolle ouders - ‘Ik ha in geweldige jeugd hân’ – niet uitblijven. Als twaalfjarige met een NSU meedoen aan het bromfietsracen, want omdat Theun qua lengte voorlijk was kon hij voor ouder doorgaan. Op zijn zeventiende ging het richting 350, 500 en de zijspan motoren. Met als curieus moment 1968, toen Theun met een zelfgemaakte motor met een VW-motor erin met zijspan meedeed.

Qua temperament is het racen altijd aanwezig geweest bij De Leeuw, ook al moest hij het met 28 jaar opgeven, want toen eiste het bedrijf alle energie op. Inmiddels is dat bedrijf zo’n zes of zeven jaar geleden van de hand gedaan en lag de weg open voor de ‘Demo’s’. Het is beslist geen racen, zo benadrukt De Leeuw met een lach, ook al bekent hij wel dat als hij eenmaal die helm op heeft hij een geheel ander mens wordt. De helm en het geluid van zo’n vier-cilinder, voor De Leeuw is het muziek, geen lawaai maar ‘lûd’ dat hem tot een gelukkig mens maakt.

Jumping Jack

Geen wonder dat De Leeuw al weer een aantal jaren coördinator is bij de Sportklasse voor motoren tussen 1965-1975. En dat is weer onderdeel van de landelijke Stichting Rijdend Motorsport Museum, dat vanaf morgen een belangrijke motorische rol speelt in de tien voorstellingen van Jumping Jack op het TT-circuit in Assen. De muzikale voorstelling is gewijd aan het leven van de in 1984 verongelukte coureur Jack Middelburg. Met Matteo van der Grijn als de Jack Middelburg van vroeger en Theun de Leeuw als een fictieve oudere Middelburg. ,,Kwa postuer lykje Matteo en ik wol wat op elkoar.’’

De Leeuw bouwt zijn eigen Honda-motoren van voor 1975, want het Japanse Honda is zijn merk. In een loods ergens in Tijnje, geen geschikte plek voor een foto, zegt hij lachend. Niet dat het topgeheim is, maar niet alles hoeft in de krant. De Leeuw bemiddelt tussen het organiserende BUOG van Pieter Stellingwerf en Kees Botman en deleden van de RMM. ,,Want ik meitsje wat makliker kontakt mei de mannen.’’

Oordoppen

Wat wel in de krant mag, is het waarom van de motorsport. Op de motor ben je geheel op jezelf aangewezen, niet afhankelijk van een medemens. Fouten kun je alleen zelf maken, ,,De motor stiet op dy te wachtsjen, hy nimt je mei, as je no wolle of net.’’ Met helm op en oordoppen in. Dat laatste is niet overbodig. ,,Dy monteurs fan eartiids binne hast allegearre dôf. Tsjintwurdich ha wy allegearre eardopkes yn.’’

De Leeuw moet lachen om die ene keer tijdens een repetitie van Jumping Jack. Hij zat op een motor die uit een vrachtwagen moest worden gereden. ,,Tsien man der omhinne. Ik ha se warskôge, mar dat foel wol wat ta, seinen se. Ik starte, en doe stienen der acht bûtendoar. Dy tochten dat der in gebou deldondere wie….’’

Intensive Care

Toch bekent ook De Leeuw schoorvoetend dat hij weleens te overmoedig is geweest, toen hij eenmaal ‘verslavend’ in het ‘zadel’ zat. Vijf jaar geleden ‘bin ik der ôftettere’ tijdens een demo in Gorredijk. Verkeerd inschatten en daarna twee dagen op de intensive care. Het heeft hem wel voorzichtiger gemaakt, maar de liefde voor het ‘lûd’ van die unieke vier-cilinder van een Honda blijft onverminderd de mooiste muziek die er is.

Tekst Rynk Bosma