‘Ik heb het schot gehoord’

Op 30 maart hebben Daan Feenstra en Irma van Wieren, twee spelers van het project Theater na de Dam, Koos Visser geïnterviewd. Anna Schreuder en Danique Pekelsma, twee jonge aspirant journalisten uit Drachten, hebben het interview vervolgens uitgewerkt tot dit artikel. Het is onderdeel van een serie over de voorstelling ‘Oorlog in Smallingerland’, die op 3 en 4 mei speelt in De Lawei.

Koos Visser was vijf jaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. Hij is op 15 oktober 1934 geboren. Hij woonde samen met zijn ouders en drie broers en zussen in huis. Zijn vader was machinist bij de N.T.M (Nederlandse Tramweg Maatschappij) en reed richting Groningen en Leeuwarden. Vroeger was Koos, naar eigen zeggen, een boefje. Af en toe was hij wel een beetje roekeloos, en hij was erg nieuwsgierig.

Wanneer was het eerste moment dat u hoorde dat er oorlog was?

Dat was in 1940. Mijn buurman, buurman Visser, was ook trammachinist, maar hij reed ook wel in bussen. Die bussen reden met soldaten naar de Afsluitdijk, naar Kornwerderzand. Op een dag kwam hij terug naar huis met een van die bussen, en in die bus zaten kogelgaten. Toen vertelde mijn buurman wat er zich had afgespeeld op Kornwerderzand. Op dat moment wist ik dat het oorlog was.

U vertelde dat uw vader trammachinist was, wat weet u nog van de tramstaking?

Daar weet ik nog heel veel van. Het was ’s morgens, 5 uur, mijn vader kwam terug van een vroege tramdienst. Hij zei: ,,We gaan staken.’’ Die situatie was ontzettend hectisch; ik lag op bed met een ontstoken knie en we hadden een Jodin en twee onderduikers in huis. Eén onderduiker was met mijn vader meegegaan naar Ter Idzard bij Wolvega, en de andere onderduiker, Theo, een student uit Utrecht, was naar Appelscha of Smilde gegaan. De Jodin was door de verzetsbeweging opgehaald en naar een ander onderduikadres gebracht.

Ik werd op een fiets vervoerd naar een boerderij vlakbij, mijn moeder was daar ook. Daar zijn wij ondergedoken geweest. Mijn broer zat ondergedoken voor de Noorderijsbaan bij boer Veenstra en mijn zus zat in de Folgeren bij Kooistra. Toen werd er dus gestaakt en het personeel van de werkplaatsen werd allemaal naar het station gebracht, want zij waren niet op tijd gewaarschuwd. De Duitsers stonden daar voor hen en er was één man, een van der Veer, die was gewend om naar zijn vrouw te lopen, zij woonde tegenover het tramstation. Hij trok zich van al die mannen met geweren niks aan en liep van het station richting het huis. Hij werd gewaarschuwd, maar hij liep gewoon door en werd daar doodgeschoten. Ik heb het schot gehoord, ik lag op bed. Ik heb het schot gehoord.

Realiseerde u zich op zo’n jonge leeftijd dan al dat er onderduikers in huis waren?

Jazeker. Als mijn vader vanuit Groningen terugkwam met de laatste tram, dan lagen wij al op bed. Dan hoorden we soms geluiden. Mijn vader nam namelijk na zijn laatste dienst soms mensen mee uit Groningen die gezocht werden. Dan sliepen ze bij ons en kregen ze ontbijt van mijn moeder. Voordat wij uit bed waren, waren ze alweer vertrokken. Dat was, zeg maar, mijn vaders verzetswerk. Hij deed dat helemaal op zijn eigen houtje.

Wat deed u meestal in uw vrije tijd?

We speelden altijd met de kinderen van de buurt. Dat kon dan niet op de straat, maar de trambaan was toen een zandpad. Daar speelden wij vaak met elkaar. Als je dan de trambaan afliep, had je daar allemaal wijken met water erbij. Daar gingen we altijd heen om te zwemmen in de zomer, als het een beetje warm weer was. Ja, in de oorlogstijd deden we dat ook. Dat was heel normaal. Daar stond je toen nog helemaal niet bij stil.

Wanneer had u door dat het einde van de oorlog in zicht was?

Ik weet nog heel goed 6 juni 1944, dat ze dan ’s morgens vroeg boven zaten op de zolder naar de radio, de BBC, te luisteren. Wij zaten in de keuken een boterham te eten, want wij moesten naar school. Mijn moeder holde toen naar beneden en riep: ,,Ze zijn geland.’’ De Geallieerden waren toen dus in Normandië geland. Dat kan ik me nog heel goed herinneren.

Hoe was het dan om bevrijd te worden?

Dat was een feest! We kwamen weer thuis en we waren weer als een gezin bij elkaar. Dat was eigenlijk onze bevrijding. En later, na de oorlog, ging je pas beseffen wat er allemaal gebeurd was. Dan dook je pas die geschiedenis in.

Hoe is het voor u om nu terug te denken aan de Tweede Wereldoorlog?

Dat is moeilijk. Hoe ouder je wordt, hoe vaker de herinneringen terugkomen. Ik heb nu wel dat ik ‘s nachts droom, en dan komt het weer helemaal terug, Al die verschrikkelijke dingen. Die ik toen wel doorhad, maar niet goed begreep. Dat begrijp ik nu wel, en dat is heel moeilijk. Je moet ermee leren leven als je ouder wordt.