Natuur is een lesmiddel voor ‘kleuterjuf’ Aukje

Beetsterzwaag - ,,Wrotte yn ‘e grûn is o sa sûn.’’ Dit hoort bij juf Aukje van der Velde, al 43 jaar leerkracht bij basisschool de Paedwizer in Beetsterzwaag.

Aukje van der Velde is in 1955 geboren op ‘t Zuid bij Drachten. Als boerendochter leefde ze dicht bij de natuur. Ze mocht haar oudste broer altijd graag helpen met zijn moestuin. Ook wist ze al heel vroeg dat ze juf wilde worden, net als een broer, die ook het onderwijs in ging. Het zit dus wel in de genen. Toen ze 14 jaar was organiseerde ze in haar buurt al kinderpartijtjes en lampionnenoptochten.

Kleuterkweek

Ze deed, zoals dat toen nog heette de kleuterkweek en begon in Bakkeveen als kleuterleidster. In 1985 werd ze leerkracht voor de groepen 1 en 2 bij de Paedwizer, wat ze nu nog steeds met veel plezier doet. Nooit heeft ze de behoefte gehad om les te geven aan andere groepen. „Er valt altijd wel iets nieuws te bedenken als je goed om je heen kijkt en je je bewust bent van je omgeving.”

„Het jonge kind is me al die tijd blijven boeien, ik geniet van de spontaniteit en creativiteit van 4- en 5-jarigen. Ook de onbevangenheid en de verschillen in karakters. Daar kun je iets mee doen, het is nooit te vroeg om daarmee te beginnen. Het probleem van tegenwoordig is dat alles in hapklare brokken wordt voorgeschoteld. Een druk op de knop is het enige wat je hoeft te doen. Het gevolg is dat kinderen meer moeite hebben met articuleren en communiceren. Ook hoeven ze minder na te denken.’’

Spruitjes plukken

,,Ik kan vaak al snel zien wanneer een kind moeite zal krijgen met schrijven en dat is als het met de hand aaiend over het papier gaat. De fijne motoriek is dan nog niet goed ontwikkeld. Je kunt ze dan bijvoorbeeld in een klomp klei laten kneden, de opdracht geven spruitjes uit de schooltuin te plukken of een boomschors te breken. Ik had een keer een jongetje in de groep die geblokkeerd was en nogal introvert. Ik heb hem de opdracht gegeven om te kijken of de bloemen ook water nodig hebben. Dit was precies wat hij nodig had.’’

„Mijn doel is hen veiligheid en zekerheid bieden, ontdekkend bezig zijn en samen oplossingen zoeken. Dit kan al als er bijvoorbeeld een ander kind op je stoeltje zit. Je moet dan als juf niet alles regelen, maar ze ermee confronteren en aan het denken zetten. Verder ben ik van mening dat het beter is hen dingen te laten ervaren dan ze te trainen. Een boekje met allerlei proefjes vinden ze prachtig. Je kunt dan ook reken- en taalaspecten daarin verwerken.’’

Vogeltaart

,,Ik ga regelmatig met hen naar buiten om bijvoorbeeld wormen te zoeken. Dan leren ze dat wormen in lage natte grond te vinden zijn en dat je ze met behulp van een riek en trilling naar boven kunt laten komen. Je kunt dan ook weer een link leggen met scheuren die ontstaan door trilling en wat dat kan betekenen. Ook het maken van een zogenaamde vogeltaart met onder andere zonnebloempitten van de zonnebloemen die ik ieder jaar zaai, is een succes.’’

,,In de kleutertuin zijn we vooral in het voorjaar en herfst aan het werk. Bollen zitten er al in. Over een poosje gaan we weer planten en zaaien. In de oogsttijd gaan we er iets van koken en natuurlijk ook opeten. Tijdens deze kooklessen komen er ook weer veel voorbereidende taal- en rekenbegrippen aan de orde. Zo kunnen we op velerlei manieren de natuur de school binnenhalen.”

Andere interesses

,,Verder wil ik de kinderen zo goed mogelijk voorbereiden voor de komende jaren en hen zo breed mogelijk in aanraking brengen met verschillende dingen. Ieder kind heeft een bepaalde affiniteit, ook afhankelijk uit wat voor soort gezin het komt. Het voordeel is dat de andere leerkrachten weer andere interesses hebben, zodat de leerlingen gedurende de schooltijd in aanraking komen met bijvoorbeeld muziek, kunst of drama en zich daarin kunnen ontwikkelen.’’

,,Het bezoek aan de tropische kas is een vast onderdeel van het lesprogramma. De bijenkast die daar staat maakt veel indruk. Ook wordt aansluiting gezocht bij dingen die in het dorp gebeuren. Een goed voorbeeld hiervan is het bijenproject ‘Op de bres voor de bij’. Daarvoor hebben de kinderen samen met een imker een bijenkas bekeken en bloembommetjes gemaakt.’’

Schoolreisjes

„Wat ik nog het allerleukste vind is het organiseren van eigen bedachte schoolreisjes. Eigenlijk heel simpel en dicht bij huis, een keer zelfs hier bij het Witte Huis. We doen dan van alles, iets met de natuur, muziek, kunst en spelen. Het thema was ‘Wat hebben bomen ons te vertellen?’ De kinderen van tegenwoordig gaan dikwijls naar pretparken en reizen al heel jong overal naartoe. En toch vonden ze dit schitterend. En dit past echt bij mij.”

In haar vrije tijd heeft Aukje als hobby liturgisch bloemschikken en wandelen. Bovendien zet ze zich in voor Roemeense zigeunerkinderen, via hulporganisatie Phoneo. Ieder jaar gaat ze er naartoe. De kinderen leven er onder erbarmelijke omstandigheden. Doordat de ouders vaak in het buitenland werken worden de kinderen aan hun lot overgelaten met als gevolg dat ze gaan zwerven en het criminele pad op gaan. De hulporganisatie probeert dit te voorkomen door ze al heel vroeg een basisverzorging te geven. Aukje coördineert het kledingdepot. Op de vraag of ze na haar pensionering daar meer tijd in gaat steken antwoordt ze: „Maar ik heb ook nog een man.”<eindpunt_rood>

Tekst: Japke Weij