Oer de Brêge | Willem Dubbeldam haalt de verloren jeugdjaren in

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de Hoofdbrug Willem Dubbeldam uit Gorredijk.

Mooie naam, dubbel l, dubbel b, dubbeldam.

Echt Dubbeldam.

Hoe oud bent u?

Negentig.

Negentig? Ach ga weg.

Ja, ik kan er ook niks aan doen. Je mag het zo nakijken.

Dat is niet te zien. Waar komt u oorspronkelijk vandaan?

Barendrecht.

Okee, dat ligt bij...

Rotterdam. Ja, het is tegenwoordig een wijk van Rotterdam, hè?

Ja. En u woont nu in Gorredijk?

Ik woon nu in Gorredijk, boven de bibliotheek.

Hoe lang al?

Zolang het spul daar staat, hè? Tien jaar.

Waarom bent u naar Gorredijk gekomen?

Ja joh, dat is een heel verhaal. Kijk, toen ik zeventien was, toen kreeg ik tbc en toen kwam ik in het sanatorium terecht. Vier, vijf jaar lang. En toen ik het sanatorium in Harderwijk uitging, toen kreeg ik als aardigheidje een van de liefste verpleegsters mee naar huis. En daar ben ik nog steeds mee getrouwd, al vijfenzestig jaar.

Mocht dat, verkering tussen een patiënt en een verpleegster?

Ja, nee, we hadden geen verkering. Nee, beslist niet. Ik was al drie maanden thuis. Want in zo'n situatie is een mens natuurlijk al wereldvreemd. Ik was vijf jaar ziek geweest, dan heb je een verschrikkelijk minderwaardigheidscomplex.

Ja? Vanwege de ziekte?

Ja, je ligt daar al die jaren maar in je nest.

Je wordt verzorgd.

Je wordt verzorgd...

Door wildvreemde mensen.

Ik heb jaren in Zwitserland in dat beroemde sanatorium gelegen.

Van Davos?

In Davos. En ja, als je dan thuiskomt, dan ben je bij mekaar vijf jaar uit de maatschappij.

Hoe oud was u toen u terugkwam.

22.

Dan heb je inderdaad een heel belangrijke periode van je leven gemist, 17 tot 22.

Ja. En toen zijn we een paar jaar daarna getrouwd en mijn vader overleed het jaar daarna, toen werd ik de baas in het timmerbedrijfje van hem.

In Rotterdam.

In Rotterdam, bij Rotterdam. En een paar jongere broers er bij. Nou, daar hebben we een heel mooi bedrijf van gemaakt. We waren eigenlijk een zekere beroemdheid in die omgeving. Een gerenommeerd bouwbedrijf.

Bouwbedrijf Dubbeldam.

Ja. Maar dat bestaat niet meer. Het is onteigend, voor de Betuwelijn en de Veluwelijn en al dat spul, hè? Mijn zoons hebben de centen in de zak gestoken.

Ja?

Ik ben in 1972, toen hebben wij hier al een tweede woning gekocht, bij de Rolbrêge.

Bij Tijnje. Een echte vakantiewoning.

Ja.

En waarom Friesland?

Nou, ik was met een Friese vrouw getrouwd en we gingen vaak naar haar ouders, bij Dokkum.

Oh, dat had ik nog niet meegekregen, dat die verpleegster uit Friesland kwam.

Jahaah. Dus ik was niet alleen verliefd op een Friezin, maar ook op Friesland. En in 1983 zijn we daar definitief gaan wonen.

Dat mocht? Want het was een vakantiehuis.

Ja, maar we mochten het niet als vakantiehuis hebben. Toen wij het kochten in '72 hebben we gelijk mijn vrouw in laten schrijven in Nij Beets. Die woonde daar dan zogenaamd definitief.

Dus jullie waren voor de gemeente gescheiden.

Nou nee, dat niet, maar mijn vrouw woonde daar gewoon. Dat was een tip van de notaris. Die zei dat moet je zo doen, anders moet je elk jaar een hoop belasting betalen.

Maar zij hoefde hier geen belasting te betalen?

Nee, ze bleef daar lekker wonen, zogenaamd. En in 1983 heb ik het helemaal verbouwd en toen zij we er definitief gaan wonen.

En toen is het bedrijf overgenomen door uw zonen.

Ja.

Hoeveel kinderen heeft u?

Wij hebben drie kinderen.

En uw zonen hebben de zaak overgenomen, maar toen moest het bedrijf daar weg.

Ja. En ze hebben de slimmigheid gehad om de buurman, dat was een staalconstructiebedrijf, er bij te kopen. Maar ze lagen langs de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht, daar hadden wij een nieuw bedrijf gebouwd, maar ja, die jongens kregen veel te veel centjes in de zak, joh.

Die hadden geen zin om nog langer te werken.

Nou, die waren ook de vijftig al gepasseerd.

Normaal ga je, als je bedrijf daar weg moet, ergens anders verder. Maar inderdaad, als je voorbij de vijftig bent...

Ze hebben het personeel allemaal uitgekocht. Dat waren jongens die werkten allemaal vanaf dat ze van de lagere school kwamen of van de andere school bij ons. Want we hadden vast personeel, die hun hele leven bij ons bleven. We hadden een gezellig bedrijf.

Het is een heel goed teken als zoveel mensen hun jubileum vieren bij een bedrijf.

Zeker. Ik woon nu al weer zoveel jaren hier, maar ik kreeg een maand of drie geleden een overlijdensbericht toegestuurd van een van die mannen.

Even kijken, 1983, dat is dus 35 jaar geleden dat u bij het bedrijf betrokken was. En ze denken nog steeds aan u.

Ja. Nou, aan de Legewei had ik een pottenbakkerij.

In Tijnje.

In Tijnje, nou dat is Nij Beets hè? Het is net aan de andere kant van de weg. Meneer Van Dijk woont er nou. Of nee, meneer Van Dijk is vertrokken weer, onze wethouder.

Die burgemeester is geworden.

Jaha, ik geloof dat hij daar ook weggejaagd is.

Ja, hij is opgestapt. Maar u bent daar een pottenbakkerij begonnen, als hobby?

Nou ja, als kind zijnde vond ik dat al zo fantastisch, dat... dat...

Dat omhoogtrekken van de klei.

Ja. Ik ben een man die altijd werkt. En nog, ik schilder, want daarboven kan ik natuurlijk geen potten meer bakken.

U maakt nu schilderijen.

Ja.

Mooie schilderijen?

Nou, dat weet ik niet. Sommigen vinden ze mooi en anderen vinden er niks aan.

Wat voor stijl is het?

Mijn eigen stijl, haha.

Maar tekent u vazen met bloemen of...

Ja, en dieren en gekkigheid. Ja, nee, zomaar.

Heeft u al eens een expositie gehad.

Ja, toen het museum hier opende, toen heb ik een expositie gehad van mijn vazen en alles.

Pottenbakkersspullen.

Ja, pottenbakkersspullen. Maar die schilderijen, nee. Ik heb een broer die erg goed kan schilderen en ik heb een zus die wereldberoemd is. Die exposeert tot in China toe. Die is emailleur, dat is heel apart.

Dat is met een emaille-techniek?

Ja.

Maar u schildert elke week nog?

Ja, ja. Als ik tijd heb.

U bent altijd druk?

Ja, ik maak me eigen druk. Nee, nou heb ik het niet druk meer.

Uw vrouw leeft nog?

Mijn vrouw leeft nog. Die is 88.

En jullie wonen gezellig samen, boven de bieb.

Boven de bieb. Daar woon je prachtig.

En u maakt zo nu en dan even een loopje door het dorp.

Ja, ik moet mijn knieën een beetje in beweging houden, hè?

Daar heeft u last van?

En ik fiets nog. Nee, ik ben zo gezond als een vis.

U rijdt ook nog auto?

Nee, dát is mijn probleem, ik mag niet meer autorijden want mijn ogen zijn slecht.

U bent daarvoor afgekeurd.

Ja.

Dan word je een stuk minder mobiel ineens.

Jaha. Ja, we moeten nou... We hadden natuurlijk mijn negentigjarig feestje, dat wilde ik in Barendrecht vieren, want daar wonen dus nog kinderen en kleinkinderen daar in die omgeving, en toen zijn we in de Valys gegaan.

Dat is een soort taxi?

Die reizen door heel Nederland heen. Als je lid bent dan heb je zoveel honderd kilometer, dan kun je voor een koopje reizen. Dat wordt door de overheid gefinancierd.

Het is net zoiets als de Plusbus hier in Opsterland.

Ja, het is een soort taxivervoer, door heel Nederland heen. Het is heel handig, hoor, heel veel mensen maken er gebruik van, vooral oudere mensen.

En toen heeft u uw feest gehouden in Barendrecht. Groot feest?

Nou, een man of vijftien.

Vooral naaste familie.

Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Je kent dat soort wel.

En het was gezellig.

Ja, bij Valk. Meneer Valk die heeft dat altijd goed geregeld.

U bent nog een echte Barendrechter?

Nou ja, Barendrecht is zo verschrikkelijk druk, ach man.

Die hele Randstad is druk.

Die Randstad hè? Het is allemaal even vol. Kijk, toen ik in 1983 uit Barendrecht vertrok, toen kreeg ik het verwijt: 'Ja, jij hebt heel Barendrecht volgebouwd en nu het vol is ga je weg!'

Hahahaha.

Ja jonge, je zoekt het maar uit.

Ja, maar daar zit natuurlijk wel wat in.

Ja, tuurlijk. Ik heb veel winkels gebouwd daar, banken gebouwd, we hadden een prachtig bedrijf.

Hou oud was u toen u het bedrijf overnam? U vader stierf een jaar na uw trouwen?

Ja, toen was ik 26. Ja, dat was de goeie oude tijd, jonge. En we hebben die tijd meegemaakt, van winter '62, '63, toen bouwden wij allemaal woningen voor de verkoop, nou toen stonden de mensen aan de deur haast te huilen: wanneer ben ik aan de beurt.

Ik kom nog wel eens bij echtparen die zoveel jaar getrouwd zijn en tegenwoordig hoor je dan vaak dat ze na hun trouwen bij hun ouders moesten inwonen omdat er gewoon geen woningen waren.

Ja, dat gebeurde daar ook. Maar er was een proefproject van een bedrijf uit Rotterdam. die zette een serie van 24 proefwoningen neer, een apart project, en mijn vader die was toen de timmerman, die wist van bouwen af. Die zei: man, voor die prijs daar kunnen wij zelf geen huis voor bouwen. Maar hij mocht dat Friese meisje nogal graag, en hij had negen kinderen, dus hij dacht: weer eentje opgeruimd. Hahaha, de goeie ouwe tijd was dat.

Ja.

Allemaal grote gezinnen.

In die tijd schoten de nieuwbouwwijken overal natuurlijk als paddestoelen uit de grond. Dus een prima tijd voor een aannemer.

Ja, natuurlijk. Wij hadden het geluk dat wij een burgemeester hadden, die was daar ook... Een oude Fries, burgemeester Douma, die was daar net burgemeester geworden, en daar waren wij een huis voor aan het bouwen, een ambtswoning. Toen mijn vader overleed zaten we net in de fundering. En die burgemeester had de architect gebeld: je kunt dat niet door die kwajongens laten maken, natuurlijk, je moet een andere aannemer opzoeken. Ja, had die architect gezegd, dat spijt me jonge, maar dat kan natuurlijk niet. Die vertelde mij dat later. Dus wij hebben die woning zo razendsnel en zo perfect opgeleverd, we konden nooit geen kwaad meer doen bij de burgemeester.

Mooi!

Ja, als er ergens grond vrij kwam, dan belde hij mij op. Dan zei hij: Dubbeldam, schrijf gauw een brief.

Ja hè? Geweldig. In die tijd kon zoiets nog zo geregeld worden, natuurlijk.

Ja, de burgemeester was de baas in zo'n dorp, hè? Dat ging zo.

Maar u zou niet terug willen.

Naar Barendrecht? Nee. We hebben er wel eens over gedacht, maar het is ook haast niet meer te doen man. Het huis dat ik in Barendrecht verkocht toen wij er weg gingen, dat staat nou te koop, nee, het is pas verkocht voor 980.000 euro.

Dat is gewoon een miljoen.

Ja, en dan denk je jonge, jonge.

Dat heeft u er niet voor gekregen in '83.

Neehee! Ik heb wel een goede prijs gekregen, maar eh...

Ja, dat is inderdaad niet meer te doen.

Je kunt in Barendrecht niet meer, zoals hier, we zitten daarboven en hebben een prachtig huis, we zitten als vorsten. Als je dat in Barendrecht hebt, dan moet je duizend, tweeduizend huur betalen. Dat is onbegonnen werk.

Het is hier rustig en ook nog betaalbaar.

Zo is het.

Maar dat moeten we eigenlijk niet verder vertellen, want dan komt iedereen hierheen, natuurlijk. En dan wordt het hier ook duur.

Dat is zo. Toen wij in Friesland kwamen wonen in 1983, en ik zag wat er in Heerenveen aan industrieterrein ontwikkeld werd, zei ik wel eens: waar wij voor gevlucht zijn willen ze hier allemaal hebben.

Haha, ze volgden u hierheen.

Jaha, wat is er niet gegroeid in die tijd alweer.

Ja. Nou is het in Gorredijk nog redelijk rustig gebleven en gemoedelijk

Ja, dit is een hartstikke leuk dorp.

U heeft hier ook vrienden?

Jazeker, we hebben altijd op de bridgeclub gezeten. Maar dat werd nou een beetje te veel voor mijn vrouw, die kon het niet meer volhouden. Dat zijn van die dingen, nou ja.

Maar ja, als je 88 en 90 bent...

Ach jong.

Alles wordt wat minder.

Alles wordt minder, maar we genieten er wel nog van, van het leven. Ik kan echt niet zeggen, als je ziet hoe sommige oude mensen lopen te tobben en op krukken lopen, en allemaal pijn lijden, dan denk ik: jongens wat hebben wij het goed.

Dat is ook zo.

Dus ik haal het nu in wat ik in mijn jeugd verloren ben.

Dat is mooi. Ja. Die verloren jaren komen toch nog van pas.

Die komen toch nog van pas. Ja, je hebt er nou eigenlijk achteraf geen benul van wat je toentertijd, ja, je had eigenlijk geen jeugd, hè?

Nee, van 17 tot 22, dat zijn wel essentiële jaren. Dan ben je aan het puberen, dan ben je alles aan het ontdekken, dan volg je je studie. U heeft wel een opleiding kunnen doen?

Nou, ik had mijn ambachtsschool opleiding en ja, dan kom je terug natuurlijk na zo'n tijd van ziekte, dan ga je trouwen, maar toen ben ik naar de Avond-MTS gegaan en daar heb ik mijn diploma's Bouwkunde gehaald.

Even kijken, wanneer was u 17.

Dat was in 1947.

Vlak na de oorlog. U had tbc, heeft u daar veel last van gehad in uw jeugd?

Nou, in mijn jeugd niet. Je krijgt dat op een gegeven moment omdat je besmet raakt, hè? Je wordt helemaal doorgelicht, joh, dat is helemaal fout.

Dat kwam toen heel vaak voor, natuurlijk.

Ja, het kwam heel vaak voor.

En nu volgens mij helemaal niet meer, in Nederland.

Nou, het gekke is, het is altijd nog te zien, hè? want een broer van mij is pas nog aan alle kanten doorgelicht, die is nou 84, daar heb je speciale programma's voor. Toen zei die arts: jij hebt tbc gehad. Nee, dat was niet zo. Nou, hij had toch een litteken op zijn long.

Hij heeft het officieel dus niet gehad, maar stiekem eigenlijk wel.

Ja.

Dus als ze bij u naar de longen kijken, dan zien ze een heel groot litteken.

Ja. Ach, alles heeft zijn voor- en nadelen. je gaat een beetje anders naar het leven kijken als je zo lang in bed gelegen hebt. Waar maken de mensen zich eigenlijk toch druk over, denk ik wel eens.

Je waardeert alles meer.

Ja, inderdaad.

Je neemt alles niet zomaar voor lief.

Nee.

U heeft dus al heel lang genoten, begrijp ik.

Ja. Ik zag helemaal het nut er niet van in om miljonair te worden. Mijn twee zoons die hebben dat bedrijf overgenomen, die wilden dat graag en die jongens verstonden hun vak goed. Ik denk: lekker wegwezen en doen wat ik als jochie al graag wilde doen: pottenbakken!

Ja, want in 1983 was u in de vijftig, dat is lekker vroeg om te stoppen.

Ja, ik was 53 toen ik stopte.

Dan heeft u inderdaad de verloren jaren ingehaald.

Ja, inderdaad. Maar ik verbaas me er dan over als mensen, ja, dat is misschien een afwijking van mij, maar als mensen... Die machtswellust en die hebzucht. Als iemand miljonair is, dan wil hij miljardair worden. Dan denk ik, wat... Nou ja, vooruit dan maar.

Mensen willen altijd meer.

Nooit gelukkig. Maar hier in Gorredijk moeten we maar dankbaar wezen dat het allemaal zo kan.