Oer de Brêge | Jaap en Patricia Flonk: ‘De mensen hier zijn fantastic!’

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de brug over de Compagnonsvaart Jaap Flonk (79) en Patricia Flonk-Davidson (70) uit Gorredijk.

Jullie spreken Engels tegen elkaar, hoe lang wonen jullie nu in Gorredijk?

Zij: Een jaar.

Een jaar pas. Mag ik vragen waarom jullie hier nu wonen?

Hij: Jawel. Ik ben oorspronkelijk eh, kom ik van Beetsterzwaag. Ik heb bij Stork gewerkt, daar op de hoek, daar wonen we nu, dus ik ben weer op mijn eigen stukje grond. Wij waren hier twee jaar geleden met vakantie. Uit Nieuw Zeeland.

Wacht even, u bent geboren in Beetsterzwaag, u heeft hier gewerkt en u bent op een gegeven moment naar Nieuw Zeeland gegaan.

Hij: Ja, met Patricia.

Hoe heeft u elkaar ontmoet dan?

Zij: In Engeland, haha.

Hij: Ja, daar deed ik een karwei voor Stork, ja, fabriek bouwen, installatie voor zuivelfabriek. Jaah.

En toen ging u op stap...

Hij: En toen was ik in een hotel, een groot hotel daar, en daar werkte Patricia.

Waar was dat hotel?

Hij: In Carlisle, tegen de Schotse grens aan. Daar hebben we elkaar ontmoet en drie maanden later waren we getrouwd.

En wanneer was dat?

Hij: Dat was in 1975.

Jullie konden niet zonder elkaar?

Zij: Nee!

Hij: Nee. Dat heb je dan, hè?

En toen zijn jullie samen naar Nieuw Zeeland gegaan?

Hij: Ja, want ik was altijd weg, voor Stork. We deden overal installatiebouw. En ja, dan zat Patricia alleen thuis. En dat gaat niet, als je getrouwd bent. Dus toen besloten we om de hele zaak hier in te pakken en naar Nieuw Zeeland te gaan.

Maar jullie hadden ook naar Engeland kunnen gaan.

Zij: Oh, nee.

Nee?

Zij: Haha, nee.

Waarom niet?

Zij: Nee, de mensen zijn een beetje anders in Engeland. Vind ik. Als ik de keuze heb tussen Engeland, Nieuw Zeeland en hier, dan kom ik hier.

Maar uw man was volop aan het werk en u had geen baan hier?

Zij: Nee.

Dan is het inderdaad lastig om steeds alleen te zijn. Maar jullie hebben echt radicaal het roer omgegooid. En echt letterlijk naar de nadere kant van de wereld, want als je hier recht naar beneden gaat, dan kom je volgens mij in Nieuw Zeeland uit.

Hij: Ik was daar vroeger wel voor Stork geweest. Het was voor ons heel makkelijk, want ik kende daar een heleboel mensen.

Die kende u al van het werk.

Hij: Ja. En het was voor ons heel makkelijk om daar weer werk te krijgen. Dat ging heel gemakkelijk.

Ook weer het zelfde soort werk?

Hij: Zelfde soort werk. Zuivelfabrieken, installatiebouw.

En u heeft daar ook werk gevonden?

Zij: Ja, ik had mijn eigen zaak daar, een postkantoor met een boekwinkel. En later heb ik bij een dokter gewerkt.

Voor een arts.

Zij: Voor een arts gewerkt. Een praktisch mannetje.

Als assistente?

Hij: Praktijkmanager.

Zij: Praktijkmanager, en ik nam bloed af. Dat is verboden misschien in Nieuw Zeeland, ik heb geen idee.

Maar de patiënten huilden steeds minder?

Hij: Hahaha.

Zij: Ze hadden geen keus.

Dat heeft u gewoon in de praktijk geleerd, dus.

Zij: Ja, ja.

Maar u had geen medische opleiding.

Zij: Nee, maar de huisarts was een vriend van ons. Hij had die praktijk gekocht en kwam bij ons. 'Julie hebben de zaak verkocht, wil je niet bij mij komen?'

Oh, u had het postkantoor verkocht?

Zij: Ja, die had ik net verkocht. Dus hij zei: wil je niet bij mij komen. Ik zei: ooh, ik was niet zo zeker, maar ja, ik was bij hem nog zes jaar. En later hebben wij een andere zaak opgebouwd, een accommodatie.

Sorry, een?

Zij: Executive accommodation.

Wat betekent dat?

Hij: Nou, dat is een luxe, eh...

Zij: Klein.

Hij: Eh, hotel, ja.

Samen.

Zij: Him? Oh, nee!

Hij: Ik? Nee, ik had mijn werk.

U heeft zelf die accommodatie opgebouwd. U kunt niet met hem werken?

Zij: Oh ja, je kunt met hem werken.

Hij: Maar daar had ik geen tijd voor. Ik had een full-time job.

Zij: En hij was er ook niet 's avonds, dan zat ik op het balkon, met gasten, met pils, haha.

Ja, kwamen er ook veel Nederlanders?

Zij: Nee, maar meestal Americans, Canadians, Irish, Australians.

Okee. Maar dat was natuurlijk wel een belangrijk element in jullie stap naar Nieuw Zeeland, jullie konden daar allebei qua taal goed uit de voeten.

Hij: Jazeker, dat was geen enkel probleem. Heel veel mensen gingen er zo op de bonnefooi heen en dat is niet zo makkelijk, hoor. Voor ons was het net alsof we er thuiskwamen.

Ja? En u heeft daar tot uw 65ste gewerkt?

Hij: 67. Dat hoefde niet, maar ik heb nog twee jaartjes doorgedaan, want ik vond het altijd mooi, mijn werk, dus. Maar op het laatst dan moet je er toch een keer een punt achter zetten.

Ja, maar zolang je gezond bent en het leuk vind, dan kun je wel even doorgaan.

Hij: Ja en toen zijn we naar het Zuidereiland vertrokken. Want we woonden op het Noordereiland. Daar heb ik nog vliegen geleerd.

Vliegen? U bent piloot nu.

Hij: Ja, recreatie.

Had u ook een eigen vliegtuig?

Hij: Nee, die huurde ik bij de club. Maar hier moet je weer helemaal van de grond af aan beginnen.

Dat brevet geldt hier niet?

Hij: Nee.

Okee, maar toen hij met pensioen ging heeft u uw hotel verkocht?

Zij: Ja, daar vond ik iemand voor.

Flink aan verdiend?

Zij: Oh, yeah! Haha.

Maar toen bent u naar het Zuidereiland gegaan als rentenier, zeg maar.

Hij: Ja.

Zij: Een paar jaar. Wij dachten: daar zijn we nog niet gewest, dat wilden wij graag zien.

Hij: Dat gedeelte van het land.

Daar was u nog nooit geweest?

Hij: Op vakantie een paar keer. Maar we zeiden: nou, dan gaan we daar een tijdje wonen. Eens zien hoe dat allemaal gaat. Ja, en toen zijn we het hele eiland rond geweest om te zien en na twee jaar zeiden we tegen elkaar: we hebben het wel bekeken, we gaan weer naar het Noordereiland, haha.

Ook weer rentenieren, niet meer een bedrijf opzetten.

Zij: Nee, nee, huisje gekocht.

U had pensioen, maar hebben ze daar ook aow of zoiets.

Hij: Ja, het zelfde systeem.

Okee, dus je kunt er rustig leven op je oude dag.

Zij: Oh ja. Anders was ik niet teruggekomen, haha.

Maar jullie wonen nu hier in Gorredijk, mag ik vragen waarom?

Zij: Wij probeerden een appartement in Beetsterzwaag te kopen, maar er was iemand ons net voor. Zo zijn we hier in een appartement gekomen.

Maar waarom terug naar Nederland?

Hij: Oh, ja, ik heb hier nog veel familie, broers en zusters en zo, en als je daar bent...

Zij: Als er iets gebeurt met mij dan was hij alleen.

Hij: Ik wou daar alleen niet wonen.

Voor u is het bekend, u bent hier opgegroeid, maar voor u is het toch een vreemde omgeving.

Zij: Nee, nee, de mensen zijn hartstikke lief, echt! Iedereen zegt dag, of hallo of hoi. Ja, ik vind het prachtig. Eerlijk!

U spreekt ook al heel goed Nederlands.

Zij: Ik doe mijn best, maar ik maak wel foutjes.

Maar dat hindert niks.

Zij: Ik ga boodschappen doen en die jonge meisjes en de jongens willen altijd een beetje Engels met mij praten.

Ze weten dat u Engelstalig bent?

Zij: Ja, maar ik heb het best naar mijn zin. Ik heb veel lol hier. En een mooi gebouw.

Ja, u heeft een mooi appartement?

Zij: Ja, wij wonen boven en we hebben het allemaal vernieuwd en we hadden een mooie dag, Burendag?

Ja? Dat was een mooie dag?

Zij: Ja, we hadden ze allemaal uitgenodigd voor een bakje koffie.

Met één koekje? Want dat is typisch Nederlands, schijnt het.

Zij: Oh ja? Haha, nee met een groot stuk. En twee bakjes koffie, haha. Maar dat waren echt lieve mensen in de Draaier, hè?

Hij: Ja, dat heet de Draaier, hè? Daar hebben ze een restaurantje. Met boeken en zo.

Draaier, zo heet het appartement?

Hij: Dat gebouw heet Draaier. Er zijn daar drie gebouwen en wij zitten in de Slijper, en dan heb je de Gieter.

Oh ja, dat is aan het eind, Voltawerk.

Hij: Ja precies, en daar werkte ik vroeger. Toen het Stork was.

Dat is van ZuidOostZorg, of niet.

Hij: Ja. Die zitten beneden en voor de rest is het appartementen.

En dat woont leuk.

Hij: Ja.

Tussen al die oude mensen.

Hij: Hahaha, wij zijn ook oud.

Zij: Wij konden niet geloven hoe groot die appartementen zijn, daarboven.

Hij: Nee, veel ruimte hoor.

Zij: Echt! Ik had nooit in een appartement gewoond, eerst schrok ik er van, maar...

Het is wel makkelijk, je hebt geen tuin meer om te onderhouden.

Zij: Maar dat mis je. De tuin. We hebben altijd tuin gehad.

Hij: We hebben altijd een grote tuin gehad, in Nieuw Zeeland. Maar ja, dat hoeft nou niet meer, hoor.

Scheelt wel een hoop werk, hè?

Hij: Ja, zeker...

Zij: Ik heb dat nooit gedaan, dat was zijn taak.

Ah, dus het scheelt hem een boel werk.

Zij: Ik ben de kok, hij is de tuinman.

Hoe vind u kerst hier...

Zij: Fantastic.

Want in Nederland vieren we dat toch heel sober, als je het vergelijkt met de Engelstalige landen.

Zij: Maar als je in je badpak in de keuken moet staan! Als het zo heet is moet je maar eens proberen om een kalkoen in de oven te krijgen. En ham en och, nee.

Hij: Je viert het daar middenin de zomer, hè?

Zij: Maar hier is het echt...

Hij: We hopen hier nog een beetje sneeuw te krijgen.

Het klimaat is wel een beetje te vergelijken?

Zij: Hahahaha.

Hij: We hebben hier nu een goede zomer gehad, vanzelf, maar over het algemeen is het hier een beetje frisser.

Zij: Een klein beetje frisser.

Oh ja? Ik dacht dat Nieuw Zeeland dichter bij de pool zat.

Hij: Ja, als je op het Zuidereiland zit, dan zit je niet zo ver van Antarctica af.

Maar het is hier kouder. Dan heeft u het wel getroffen afgelopen zomer.

Zij: Al twee jaar, hè? Het eerste jaar met vakantie.

Hij: Oh, fantastisch, ja.

Was u hier met vakantie toen u besloot van we gaan hier toch weer wonen?

Hij: Jaah. Eigenlijk waren we het helemaal niet van plan. We waren hier gewoon met vakantie.

Bij familie.

Hij: Ja. En toen waren we weer terug in Nieuw Zeeland en zei Patricia tegen mij 'zou je wel terug willen?' 'Mwôh, ja', zei ik 'ik voel me hier ook wel een beetje thuis, maar eh'.

Zij: Alles ingepakt.

Hij: Toen hebben we gewoon besloten om terug te gaan. Zomaar.

Op de bonnefooi. En daarna pas hier zoeken om een echte woning.

Hij: Ja. We hebben eerst tijdelijk gewoond in Beetsterwaag, in een appartementje.

En u bent hier gelukkig.

Zij: Jaah, fantastic.

Mooi.

Zij: De mensen hier, ja, iedereen, ik kan het niet echt duidelijk maken, maar de mensen zijn fantastisch.

Hij: Het voelt goed, hè?

Zij: Ja, ik heb dat andere gelezen, dat u heeft geschreven in deze rubriek, over die man, die vond het hier niet zo leuk.

Oh ja, Klaas.

Zij: Ik moest er om lachen. En ik zeg: ja, als je hier door het dorp loopt en je ziet iemand, dan moet je ook hallo zeggen of dag, of doewiedoewie en alles. Dat moet van je zelf komen, niet alleen van die andere mensen.

Dat verhaal ging wel heel Nederland door.

Zij: Oh ja, ik vond het fantastisch, echt prachtig.

Mooi. Ik wens u een geweldig 2019 en nog heel veel geluk samen in Gorredijk.