Burgerinitiatief ‘Op de bres voor de bij’

Beetsterzwaag

Friesland is de groenste provincie van Nederland, maar voor de wilde bij is het een woestijn. Een burgerinitiatief van Japke Weij moet daar verbetering in brengen.

Voor Japke Weij uit Beetsterzwaag begon het allemaal met een moederdagcadeautje dat ze kreeg van haar zoon: een pakketje met bloembollen, waar bijen blij van worden. ,,Dit zette me aan het denken, ik ging me erin verdiepen en het liet me niet meer los.”

Helft op rode lijst

In september bleek op een symposium in Buitenpost dat Friesland de groenste provincie is, maar voor de wilde bij een woestijn, er leeft niets meer in. Jan-Willem van Kruyssen (projectleider van ‘Silence of the bees’): „Dagelijks rijd ik door Friesland, maar ik hoef nooit mijn voorruit schoon te maken. Hier zijn mensen zich nauwelijks van bewust. Ook niet het belang van de bij voor onze voedselvoorziening. Zonder bevruchting krijg je geen groente en fruit meer. 85% van de bestuiving vindt plaats door honingbijen en wilde bijen en de helft van de 360 soorten Nederlandse bijen staat op de rode lijst. Er liggen veel rapporten en intentieverklaringen, maar er gebeurt nog te weinig.”

Japke Weij: „Ik vroeg me af wat er in mijn eigen dorp en gemeente aan het bijensterfteprobleem wordt gedaan. Uit de informatie blijkt dat je met eenvoudige middelen al heel veel kunt doen. Ik bezocht de websites van Honey Highway en Oerrr (bijenbrigade) van Natuurmonumenten en raakte nog meer geïnspireerd. In het hele land zijn allerlei initiatieven, zoals bloemrijke bermen langs de snelwegen, het maken van bloembommetjes en bijenhotels, stenen en tegels inruilen voor groen, gefaseerd maaien en kruidenmengsels voor weilanden.”

Scholen

Voor het opzetten van haar project wil ze beginnen bij de scholen in haar dorp, om de kinderen bewust te maken en daarmee ook de gezinnen. ,,Zij vormen immers onze toekomstige generatie. Bij kinderen wekt het proces van zaad tot bloem en bijen de nieuwsgierigheid op, waardoor ook de ouders betrokken raken en zich meer bewust worden van de problematiek. Ik zocht contact met de drie basisscholen hier en die reageerden enthousiast. Ze leverden een contactpersoon met wie ik het verder op kon pakken. Geweldig!”

Via de natuurleerkracht van basisschool De Paedwizer kwam Weij in contact met tuinontwerper Nienke Plantinga, die ook al met de tropische kas, waar ze bestuurslid van is, activiteiten had georganiseerd met kinderen. ,,Net toen ze op het idee kwam dat ze ook wel iets met bijen zou willen doen, kruisten onze paden. Het heeft zo moeten zijn. Inmiddels hebben we een werkgroep geformeerd waarvan behalve Nienke en ik ook Aline Noordam en Reinder Haakma deel uitmaken. Een soort Bijenbrigade.”

Wiel uitvinden

Weij realiseerde zich dat ze niet opnieuw het wiel hoefde uit te vinden, maar zocht contact met instanties die te maken hebben met deze problematiek, zoals It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, Natuurmonumenten en bijenverenigingen in de omgeving. ,,Ook de wetenschap is natuurlijk van belang. Je moet wel de juiste dingen doen en onderzoeken welke wilde bijensoort op onze locatie voorkomt, welke inheemse plantensoorten hier bij passen en hoe het zit met de nestgelegenheid. Bijen hebben iedere 15 minuten nectar en stuifmeel nodig om te kunnen leven. Er moet dus voldoende voedsel zijn binnen het vliegbereik, dat is voor wilde bijen tussen 50 en 100 meter.’’

De enthousiaste reacties vormden voor Weij een enorme stimulans om verder te gaan. Zo kwam ze in contact met de projectleider van Silence of the Bees, Jan-Willem van Kruyssen en de bijenlector dr. Arjen Strijkstra, verbonden aan Hogeschool Van Hall Larenstein. Volgens Strijkstra is Beetsterzwaag uitermate geschikt voor dit project vanwege de ruime aanwezigheid van groene structuur, doorlopend in het boerenland. Dit kan goed werken als toevluchtsoord voor bijen.

Friesland knalrood

De bijenlector vindt het initiatief prima, maar wel zeer ambitieus. ,,Je moet ervoor zorgen dat het initiatief iets gaat betekenen en tot actie leidt. Het is van belang de tijd te nemen en niet alles tegelijk op te pakken.’’ Uit een overzichtskaart van Nederland blijkt dat Friesland er knalrood uitspringt. Dit betekent dat onze provincie het voor de (wilde) bij heel slecht doet. Strijkstra: „Friesland is het putje van ons land. De verklaring is de enorme oppervlakte aan weidelanden met een monocultuur. Wanneer boeren bereid zouden zijn een kruidenmengsel met bijvoorbeeld rode klaver in de weide te zaaien, dan zou dat al enorm schelen. Ook kan een klein bijvriendelijk stukje op het boerenerf al verschil maken.’’

,,Het voordeel van Beetsterzwaag is de enorme variatie aan landschappen, met veel boomwallen en singels, die zorgen voor een hoge biodiversiteit. Boomwallen zijn voor boeren vaak een hindernis, ze leveren niets op. Het is echter van groot belang dat ze in stand blijven en worden versterkt. De wilg is bij uitstek een geschikte boom voor bijen en de distel, laat die vooral staan. Met een ander hekkelbeleid kan ook veel worden bereikt. In plaats van ieder jaar beide waterkanten te hekkelen, zoals nu gebeurt, doe je het eerste jaar een kant, het volgende jaar de andere kant en het derde jaar hekkel je niet. Dit kan heel goed en is ook nog kostenbesparend.”

Hommels

„Van de soorten die veel te lijden hebben zijn de hommels er het slechtst aan toe. Je zou je daar op kunnen focussen en kolonies hommels steunen. De meeste hier voorkomende bijen nestelen ondergronds, ze hebben behoefte aan kale, schrale zandvlaktes. Je kunt dit eenvoudig creëren door heuveltjes (gericht op het zuiden) te maken op een terrein. Ook liggende boomstammen waar je gaatjes in kunt boren zijn ideaal. Het belangrijkste is dat het voedsel en de nestelmogelijkheid binnen vliegbereik (tussen 50 en 100 meter) liggen en er in de maanden maart tot en met oktober sprake is van een zogenaamde ononderbroken bloeiseizoen met nectar en stuifmeelplanten.’’

,,Ook moeten initiatieven langdurig effect hebben, anders lok je ze ergens naartoe, en dan houdt het weer op. Dat is vaak het probleem bij ondoordachte plannen met eenjarige plantensoorten. De bloeitijd is beperkt, na maaien is er niets meer, de boel vergrast snel en dan vernietig je alles wat is opgebouwd. Continuïteit is van het grootste belang, dus een goede voorbereiding en afspraken over een goed beheer. Je kunt streven naar corridors, zodat bijen zich goed kunnen verplaatsen en verspreiden.”

Melkkoe

Belangrijk is volgens Strijksma dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de honingbij en de wilde bij. De honingbij kan beschouwd worden als een melkkoe voor de imker. Wat goed is voor de honingbij kan zelfs slecht uitwerken voor de wilde bij, want het zijn voedselconcurrenten van elkaar. ,,Maar als je je sterk maakt voor de wilde bij, dan doe je het ook goed voor de honingbij. In contact met imkers is het verstandig te polsen hoe zij daar in staan.’’

Een leuk initiatief in de gemeente Westerveld was het plaatsen van demonstratiebakken met bloeiende bermplanten bij supermarkten, het gemeentehuis en scholen om zoveel mogelijk inwoners te bereiken. Hierdoor merken inwoners hoe aantrekkelijk een bloemrijke berm eruit ziet en hoe saai de strakke grasberm is. Ook interessant is het onderzoek door (bovenbouw)scholieren van basisscholen, opgezet door Van Hall Larenstein. Die stelt hommelkasten beschikbaar die op scholen worden geplaatst, waarbij leerlingen van de bovenbouwgroepen meewerken aan een onderzoek. „Dit is een belangrijk awareness instrument voor schoolkinderen.”

Paardenbloem

Het golfterrein en parken waar vaak geen enkele bloeiende plant is te bekennen, zouden volgens de Bijenbrigade ook heel geschikt zijn om iets voor bijen te doen. Verder is het goed om te weten welke bloemen goed zijn. Je zou denken dat hortensia’s goed zijn voor bijen, het tegendeel is waar. Ze hebben schijnbloemen, maar geen voeding. Een paardenbloem daarentegen is een fantastische bijenplant.

Tenslotte een aantal tips voor bijen in de tuin:

- meer groen en minder steen geeft meer bijen.

- er moet altijd wat bloeien, vroeg, laat, en iets er tussen in, zodat bijen altijd iets te eten hebben.

- gebruik natuurlijke soorten, aansluitend op de omliggende natuur en landschap, geen gekweekte, die bevatten minder voedsel.

- combineer nestelgelegenheid (zandheuvel of bijenhotel op het zuiden) met bloemen in de buurt.

- gebruik geen gif.

- en onkruid bestaat niet voor bijen.

Voor meer informatie over het bijvriendelijk inrichten van de tuin en een voorbeeldtuin: j_weij@hotmail.com.