Méér leven en iets minder doen

Gorredijk

Marc de Jong is een van de kunstenaars die deelneemt aan de expositie Het Friese paard in beeld in museum Opsterlân in Gorredijk. Deze expositie is nog tot 5 november te bezichtigen.

Marc de Jong werd in 1946 als bakkerszoon geboren te Rauwerd. Hij heeft nog een tweelingzus en een oudere broer. „Ons gezin was best creatief, mijn moeder was, naast haar werk in de bakkerij, hoedenmaakster en coupeuse en mijn vader deed veel aan muziek, hij componeerde zelf en was dirigent bij diverse zangkoren.”

Talent

„Dat ik talent had voor tekenen werd al snel gezien en gestimuleerd door zowel mijn ouders als de leraren op de lagere school. Ik wilde al van kinds af aan schilder en tekenaar worden. Ik deed vaak mee aan tekenwedstrijden en heb er heel wat prijzen mee gewonnen. Toen ik twaalf was, we woonden toen in Oranjewoud, kreeg ik privéles van Louis G. le Roy, beeldend kunstenaar en onder andere tekenleraar in Heerenveen.’’

,,Hij is bekend geworden met de Ecokathedraal in Mildam. Hij was zeer kritisch als het ging om lesgeven, dat was alleen voor de zeer talentvolle kinderen. Vier jaar lang ging ik iedere week op de fiets naar hem toe en kreeg ik opdracht allerlei onderwerpen uit het hoofd te tekenen op kleine velletjes papier.” Marc heeft ze nog allemaal bewaard en laat ze zien. „ Net zoals later op de academie werd ik toen heel bewust van het feit, dat goed kijken altijd heel belangrijk is voor je creatieve ontwikkeling.”

Etalages

„Ik heb de detailhandelsvakschool in Groningen gedaan en in Almelo het beroepsdiploma etaleur gehaald, plus een avondcursus Handenarbeid A en B. Ik ben toen 8 jaar etaleur geweest bij een herenmodezaak in Franeker. In die tijd ontwierp je en schilderde je de decors voor de etalages zelf, dus kon ik daar heel goed mijn creativiteit in kwijt. Mijn etalages werden op een gegeven moment zo bekend dat er hele schoolklassen langs kwamen om ze te bekijken. Vervolgens kreeg ik een baan als reclame chef bij de CAF, nu Welkoop geheten, waar ik 13 jaar heb gewerkt.”

In die tijd volgde hij in de avonduren de Academie voor de Beeldende Kunst in Leeuwarden, wat later de Minerva werd, hij studeerde in 1977 cum laude af. In de jaren die volgden richtte Marc samen met zijn vrouw in 1986 in Heerenveen een grafisch vormgevingsbureau op. Mede doordat zij een van de weinige grafische ontwerpbureaus in het Noorden hadden die was aangesloten bij een landelijke beroepsvereniging, en door de grote creatieve naamsbekendheid, werd dit bureau succesvol.

Burn-out

,,In 2001 wilden we allebei wat anders en gingen we fuseren met een ander bureau. Dit ging niet goed, met een voor mij ernstige burn-out tot gevolg. In deze periode kwam er niets creatiefs uit mijn handen, al probeerde ik het wel, tot op een gegeven moment ik weer doeken, verf en kwasten ging aanschaffen en weer elke dag ging schilderen. In 2006 kreeg ik de gelegenheid een eigen galerie in Beetsterzwaag te beginnen en gedurende een periode van tien jaar heb ik met veel plezier Galerie Marc de Jong gehad.”

,,Ons ideaal is altijd geweest ooit nog eens landelijk te wonen, nu ik de verplichtingen niet meer heb die uiteraard bij een galerie horen. We begonnen om ons heen te kijken en na lang zoeken is het Drenthe geworden, waar in het buitengebied tussen Wapse en Diever, vlakbij het natuurgebied het Drents-Friese Wold, prachtige woningen in boerderijstijl werden gebouwd. En in één daarvan wonen we nu, sinds vier weken. Aan kunst maken kom ik voorlopig nog niet toe, hoewel we heel rustig aan doen met het binnenschilderwerk en het aanleggen van een nieuwe tuin.’’

,,We doen bijna elke dag wel wat, maar als het mooi weer is dan zijn we op de fiets samen met Ties onze Ierse terriër in de hondenkar Drenthe aan het ontdekken, dus, zijn we veel onderweg en genieten! Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar vakbroeders, galeries en musea in Drenthe en zou ik zo langzamerhand zelf wel weer wat willen creëren. Mijn kleine atelier is al klaar, eerst moet het huis wat meer ingericht zijn, dat geeft een beter gevoel. Inspiratie en ideeën genoeg.”

Tekst: Japke Weij