Oer de Brêge | Op zoek naar verloren tijden

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de Hoofdbrug in Gorredijk Thomas van Maanen uit Driebergen (,,Ik ben 76, de 24ste ben ik 77''). De fietser vroeg waar in Gorredijk misschien het Koetshuis was.

U bent geboren in Hemrik, begreep ik zonet.

Nee, nee, ik ben geboren in Amsterdam, in 1941. In de oorlogswinter zijn mijn ouders naar Friesland gelopen.

Om eten te halen.

Ja, om de hongerwinter te overleven. Dat was met drie jongens. Ik lag in de kinderwagen, mijn broer van drie, nee, ik was zelf drie, en mijn broertje die dus twee jaar ouder was, die zat er bovenop een plank bij en mijn oudste broer liep er naast. Met vader en moeder. En zo zijn we dus langs het IJsselmeer gelopen, dus laat maar zeggen langs Hilversum, Nijkerk en zo verder door, hier naar boven toe, naar Friesland. Kijk, ik weet zelf van die tocht niet zo heel erg gek veel, maar wat ik me nog wel herinner, is dat ik op een gegeven moment ergens binnen was en dat ik een stuk brood in mijn hand had. Dat gaf zo'n indruk, dat ik het eh...

Dat is dus eigenlijk uw eerste herinnering.

Dat is mijn eerste herinnering. Als kind ook. En dat was hier ergens in Friesland, laat maar zo zeggen. En nou méén ik dat wij nog wel eens in Gorredijk naar de kerk gingen naderhand, of dat we hier ook nog even gewoond hebben, maar dat weet ik niet meer.

Het was dus niet alleen een tocht hierheen om eten te halen, maar jullie zijn hierheen gekomen om er een poos te blijven.

Ja. Ja.

En u weet niet of dat bij mensen in huis is geweest...

Nou, naderhand weet ik dat wij in een Koetshuis, en dan moet dat in Hemrik zijn geweest, wat u net zei. En ik weet nog, dat is een van die wonderlijke dingen die je in je leven eigenlijk herinnert, ik meen dat er tegenover dat Koetshuis, min of meer schuin links, een begraafplaats/kerkhof met kerk is, waar ook een klok in een stoel hangt, die op de grond staat.

Ja, dat moet de Witte Kerk van Hemrik zijn.

Okee, nou, dan ga ik in ieder geval daar ook kijken. Want, en dat is heel gek, op een gegeven moment, ze moeten daar bezig geweest zijn met hetzij een steen aanleggen of weghalen of een naam of wat ook ergens op invullen, maar toen vroeg ik aan een van die jongens op die vrachtwagen die daar bezig waren: 'Hé, gaan de mensen niet meer dood?' Nee, ze gaan niet meer dood. Ik denk: Hoi! Want ik was als de dood als die klokken luidden, dat er iemand begraven werd. Als kind maakte dat enorme indruk.

Okee, maar toen woonde u in Hemrik, dan?

Ja, daar moeten wij gewoond hebben, dan. In dat Koetshuis hebben wij een poosje gezeten. En toen zijn we naderhand naar de Poasen, naar een tolhuis gegaan. En daar hebben wij een tijdje gewoond, totdat we in '49 naar Driebergen verhuisden.

Uw ouders zijn dus in de oorlog hierheen gelopen en ze zijn er dus zes jaar gebleven.

Ja. En mijn vader heeft wel intussen werk gezocht in het midden van het land, want hier in het Noorden was weinig werk.

Wat deed uw vader?

Die heeft toen in de beton-emaille gezeten.

Beton-emaille, dat ken ik helemaal niet, wat is dat?

Dat is een bepleistering, die heel veel werd toegepast in de gangen van huizen, want dat was nog wel een beetje bobbelig, het meest dacht ik in de kleuren groen en dergelijke.

Een soort pleisterwerk.

Ja, pleisterwerk.

En dat verkocht hij of dat deed hij?

Dat deed hij in opdracht, want hij werkte dan bij een firma. Helemaal precies weet ik dat eigenlijk niet meer, maar ik weet wel dat hij dus in die beton-emaille gezeten heeft. Hij is naderhand huisschilder geweest, in Driebergen, maar dat heeft hij niet lang kunnen volhouden, want hij had een slecht ingewand. Op een gegeven moment heeft hij 's nachts een bloeding gehad dat het bloed tegen de muur spoot.

Ai!

Een maagbloeding. Dus dat schilderwerk werd op een gegeven moment minder en toen moest hij wat anders zoeken en daar heeft hij dus een tijdlang zelfstandig borstels verkocht, was, koffie, thee, noem maar op, daar ging hij mee langs de deuren.

Hij was dus niet iemand om stil te blijven zitten.

Nee, dat kon niet, want ja...

Toen was Drees er ook nog niet, natuurlijk.

Ik vertelde dus dat ze met drie jongens hier naartoe kwamen, maar in de oorlog kwam én mijn oudere zus, die had overwinterd, letterlijk, in Badhoevedorp, die was daar achtergebleven bij een schillenboer, en twee zusjes onder mij, een tweeling, die was ondergebracht bij mensen in Amsterdam. Die kwamen als Hollands Welvaren de oorlog door.

In Amsterdam?

In Amsterdam.

Terwijl jullie vanwege de honger naar Friesland gingen.

Wij zijn daar toen weggevlucht en zij zijn daar gebleven. En een van die twee die wilden ze eigenlijk niet afgeven. Maar ja, wij waren veels te gek op die twee.

Maar na de oorlog zijn die dus bij jullie gekomen.

In Hemrik, ja. En daar ben ik op school geweest. Wij spraken ook gewoon Fries.

Ja? En verstaat u het nog?

Nou, een heel klein beetje. Maar mijn tweede broer heeft daardoor later zijn vrouw leren kennen. Zij kwam naar Driebergen. Zij was daar in een huishouding op de IVA, het Instituut voor de Autohandel, daar was ze intern. Ze ging bij ons naar de kerk en zo hebben ze elkaar leren kennen. Op een gegeven moment was ze met haar vriendin, twee Friezinnen onder elkaar. En toen zeiden ze: we kunnen rustig Fries doorpraten, want ze verstaan ons toch niet. Wat zeggen jullie daar, zei mijn broer in het Fries terug. Die meiden wisten niet wat hen overkwam. En zo is't gekomen. Mijn schoonzuster is helaas een paar maanden terug overleden, ze kwam uit Oranjewoud.

Maar u heeft tot 1949 in Hemrik gewoond en toen is uw gezin verhuisd naar Driebergen.

Ja, inderdaad. En in Driebergen heb ik eigenlijk mijn jeugd, voor mijn herinnering doorgebracht.

Wat heeft u later gedaan voor werk?

Ik ben pianostemmer. Nog steeds.

Ja? Zelfs op uw leeftijd nog?

Ja hoor.

Als je een goed gehoor hebt, en je kunt een beetje met die...

Een beetje, beetje...

Een beetje draaien en...

Jaah, precies, met die stempennen. Ik heb dat vanaf '64, eerst die tweejarige opleiding op het bedrijf gehad in Utrecht, en daarna met zo'n pak kaarten de weg op. Bijkans nagenoeg zonder telefonische afspraken.

U was zelfstandige?

Nee, ik zat in loondienst. In '75 zelfstandig geworden en dat heb ik tot en met '87 gedaan en daarna ben ik weer ondergedoken bij een firma op de Veluwe. En daar heb ik tot mijn pensionering gewerkt.

Waarom word je pianostemmer. Dat je pianist wilt worden kan ik me wel voorstellen, maar...

Ja, daar ben ik tegenaan gelopen. In de zin van: ik wilde eigenlijk orgelbouwer worden. En daar heb ik dus de opleiding voor gedaan, als houtbewerker op de LTS.

Maar dat is wel een bijzonder beroep voor een puber, om te kiezen.

Ja, je zat onder het orgel in de kerk, en dat hoorde je. Dat vond je een machtig instrument. Plus, bij ons thuis werd op het harmonium gespeeld, onder andere de muziek van Jan Zwart, die was heel bekend. En bij ons waren ze toch wel muzikaal. Mijn moeder die had zelf als jonge meid van een jaar of twintig een koor, een kinderkoor, van tweehonderd kinderen. Dus bij ons thuis was muziek toch wel aardig ingeburgerd.

Maar u leerde dus voor orgelbouwer.

Ja, nou ja, houtbewerking. En dat orgelbouwen heb ik dan bij een firma in Utrecht gedaan, de Gebroeders Van Vulpen. Dat heb ik gedaan van '55 tot '59/'60. Toen ben ik nog een jaartje ondergedoken, want het orgelbouwen is wel een leuk ding, maar daar was een vaste kern, waar je als jonge knul moeilijk tussenkwam. Dus toen ben ik er een jaartje van afgestapt, achter de toonbank bij een ijzerhandel gewerkt, ook in Utrecht, en daarna de militaire dienst. En daarna ben ik gaan solliciteren bij de firma waar ik het pianostemmen geleerd heb. Dat kwam doordat die mensen regelmatig in die winkel kwamen. En toen zei ik tegen een van die chefs, ik zeg joh, heb jij voor mij geen werk op die werkplaats. Want ik wilde eigenlijk wel weer wat met mijn handen doen. Hij zegt: Nou, op de werkplaats hebben wij geen werk voor je, maar als je pianostemmer wilt worden, daar is behoefte aan. Dus, nou, zodoende ben ik eigenlijk in het pianostemmen gerold. En dat heb ik nu al neer dan 55 jaar zo'n beetje gedaan.

Kan iedereen het leren, of heb je er een absoluut gehoor voor nodig.

In principe zou het moeten kunnen, maar er zijn wel dingen die je eigenlijk dan moet aanleren, en ja, in zekere zin moet je het ook horen. Toch wel. Die chefs, en hij had er nog twee collega's lopen, die hadden alledrie wel een goed gehoor, maar ze hoorden niet wat ik dan weer hoorde.

Je moet steeds tonen vergelijken, geloof ik, hè?

Ja, kijk, het is zo met pianostemmen (BEL). Oh, we gaan zo omhoog.

Okee, dan lopen we even naar de kant.

Als je een piano stemt, en zeker zoals ik het doe, op het gehoor, dan begin je met het eerste octaaf in het midden.

En dat wordt dan zeg maar de norm, de standaard.

Dat is meteen de standaard, dan, wanneer dat goed gestemd is. Maar een piano bestaat dus uit snaren en toetsen, en iedere hamerkop die aanslaat, slaat drie snaartjes aan. Dat noem je een koor. En nou is het een kwestie van dat koor strak trekken. Je begint dan met de centrale A en dan pak je de volgende A in het volgende, hogere octaaf. En dan ga je met intervallen de zogenaamde temperatuur leggen. En dat is de onderlinge verdeling binnen één octaaf. En dan ga je vanuit dat octaaf de hele piano doorwerken. En zo heb ik dus, toch wel in mijn leven, heel wat leuke dingen meegemaakt.

En u heeft duizenden piano's gestemd.

Jahaa.

Heeft elke gestemde piano dan hetzelfde geluid, of hebben ze...

Nee, ze hebben een eigen karakter.

Elke piano heeft zijn eigen karakter.

Ja, zelfs de piano's uit de zelfde fabriek. Dat komt: het hout komt van verschillende bomen. Het is levend materiaal, alhoewel het dan dood moet zijn om het te bewerken. Maar ja, elk instrument heeft zo zijn eigen karakter.

Dus er zijn geen twee piano's die precies gelijk klinken.

Nee.

Dus elke piano moet ook op zijn eigen karakter worden gestemd.

Min of meer wel, ja. Dat doe je eigenlijk al.

Dus het is niet een absolute toon.

Ja, in de zin van iedere A, ga je vanuit, moet 44 herz zijn. Dat is een standaard. Het principe blijft nagenoeg gelijk.

En nu even terug naar het begin. Waarom bent u hier?

Dat zeg ik, ik wil eens even terug naar mijn roots.

U bent nu voor het eerst hier terug.

Ja.

Voor het eerst sinds 1949.

Voor het eerst sinds '49 ben ik weer inderdaad...

Wat mooi dat ik u hier dan toevallig tref.

Ja, inderdaad.

U bent hier vandaag aangekomen.

Net, ja. Ik heb mijn auto ergens daar neergezet. Als je vanaf de snelweg hier naar binnen rijdt, dan op de provinciale weg krijg je twee rotondes en dan heb ik hem meteen links geparkeerd, in zo'n vak.

En u heeft de fiets meegenomen en u gaat nu lekker...

Ja, ik denk laat ik mijn fiets maar meenemen.

U bent nu hier alleen, begrijp ik. U bent niet getrouwd?

Ik ben getrouwd geweest, 51 jaar, met een Nijkerkse. Wij hebben ons huwelijk in Driebergen gewoond. Mijn vrouw is drie jaar terug overleden. We hebben vier kinderen, waarvan een al bij onze Hemelse Vader is, mijn vrouw ook. En ik heb zelfs een achterkleinkind, vijf kleinkinderen, en het tweede achterkleinkind is op komst. Dus...

Het gaat allemaal wel door. Maar u gaat nu zoeken wat u nog van vroeger terug kunt vinden.

Ik ga op zoek naar waar ik eventueel geweest ben. Maar nu ik u hoor over Hemrik en dat Koetshuis, dan ga ik denk ik door. Ik ga hier wel even kijken, want ik meende dat wij hier ook nog wel eens ergens naar een kerk zijn geweest, een gereformeerde kerk, want mijn ouders waren in die tijd gereformeerd. Want ik kan me nog herinneren dat er ook met boventoon gezongen werd.

Oh, dat is wel bijzonder.

Ja, volgens mij tenminste wel.

Echt die oude vorm nog, met hele noten.

Ja, ja, zoiets staat mij bij. En wij kerkten ook nog wel eens in Ureterp of Wijnjeterp. Wij gingen daar ook op zondagsschool. Ja, dat deden we lopend, uiteraard, want een fiets, in die tijd, hoehoe.

Herinnert u zich ook nog mensen uit die tijd, kinderen die bij u op school zaten, misschien.

Achter ons, waar wij toen zaten, op de Poasen, heet dat dan, daar stond een boerderij met twee jongens, echte Friese namen ook. En dan ook weer schuin tegenover ons, wel iets verder weg, links, op de Poasen, zat een melkrijder, Harke, ook een echte Friese naam.

Ja.

En daar ben ik een keer mee geweest naar zijn melkfabriek, met paard en wagen.

Dat was bij Wijnjeterp?

Ja.

Die melkfabriek is nu gesloopt.

Nou, ik denk dat dat in Drachten was, kan dat?

Ja, dat kan ook.

Met de kar helemaal. Ik dacht dat hij dan in Drachten de melk afleverde. Meen ik.

Vroeger had elk dorp hier zijn eigen melkfabriek.

Oh ja, dat kan, maar Hemrik was volgens mij niet van een melkfabriek voorzien. Dat had ik dan wel geweten. Want wij gingen die Poasen dan inderdaad richting Drachten.

Okee. Olterterp was ook nog een melkfabriek. Maar u gaat nu zo meteen daarheen fietsen, wat verwacht u te zien.

Ja, ik bekijk het, maar Hemrik daar heb ik inderdaad wel herinneringen aan.

Ook dat tolhuis staat er nog. Het staat volgens mij zelfs te koop. Ik weet niet of u nog geld genoeg overheeft...

Ja, ik ben er ooit nog wel eens een keertje, heel kort, langsheen gereden.

Om hier in de buurt een piano te stemmen?

Ja, ik moest in Joure wezen, bij een directeur, een oud-directeur van een betonblok fabriek.

En toen heeft u eventjes een omweg gemaakt.

Ja, maar die had hier een tweede huisje.

Okee, maar nu gaat u even...

Even neuzen.

A la recherche du temps perdu.

Ja.

Mooi, ik wens u een heel mooie fietstocht en ik hoop dat u vindt wat u zoekt.

Ja, zal licht lukken.