Jacqueline Verhoef: ‘Gras hoeft niet altijd groen te zijn’

Gorredijk

Jacqueline Verhoef is coördinator van Museum Opsterlân, maar zelf ook beeldend kunstenaar. Beide werkzaamheden vullen elkaar aan, vooral nu ze als kunstenaar ook weer een opleiding volgt.

Jacqueline Verhoef, coördinator van Museum Opsterlân, is geboren en getogen in Didam, waar ze tot haar zeventiende heeft gewoond samen met een broer en drie zussen. Haar vader was hoofd van de lagere school. Het was niet zo dat ze als jong meisje al een droombaan in haar hoofd had, zeker niet coördinator van een museum. ,,Ik wist niet wat ik wilde worden en studeren was ook niet mijn ding. Ik heb wel iets met dieren, reed paard en heb veel gesport. Wel heb ik de havo gehaald, maar als ik beter mijn best had gedaan had er wel meer ingezeten.’’

Uitgeloot

Na de middelbare school brak een periode aan van wisselende opleidingen. ,,Ik heb een paar jaar sociale academie gedaan en de opleiding receptioniste bij Schoevers gevolgd. Inmiddels wist ik wel wat ik wilde, maar ik werd drie keer uitgeloot voor de opleiding bezigheidstherapie. Vanaf toen ben ik in de jaren zeventig en tachtig gaan rondzwerven en reizen, zo was ik au pair in Zwitserland en had heeele lange vakanties in Griekenland”, zegt ze lachend.

,,Het was mijn bedoeling om vijf jaar zelfstandig te wonen, zodat ik in aanmerking kon komen voor studiefinanciering en niet meer afhankelijk was van mijn ouders. Ik heb toen gekozen voor de lerarenopleiding bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, richting tekenen en textiel. Het onderwijs zit in onze genen. Hiermee was ik 2e graads bevoegd om les te geven op vmbo-niveau. Ik heb drie jaar lang in Drachten les in beeldende vakken gegeven aan voortijdige schoolverlaters. Dat was heel zwaar.’’

Blauwgras

In 1992 kreeg ik mijn eerste kind en ben ik gestopt met lesgeven. Wel gaf ik cursussen bij verschillende instellingen. In 2006 startte ik mijn eigen atelier, genaamd Blauwgras, naar een grassoort die in deze omgeving voorkomt. Mijn motto voor de cursisten was ‘Het gras hoeft niet altijd groen te zijn’. Met andere woorden: je hoeft niet altijd volgens de realiteit te schilderen.”

Tot de crisisjaren had ze veel cursisten, waaronder veel kinderen. Daarna liep het aantal cursisten terug en kwamen er geen kinderen meer. Bovendien werd haar echtgenoot ernstig ziek. Op dat moment ging ze op zoek naar een betaalde baan. ,,Ik hoorde dat Museum Opsterlân een coördinator zocht. Ik solliciteerde en werd aangenomen voor 20 uur. Ik trof een museum aan met een club heel enthousiaste mensen, er zijn zo’n 40 vrijwilligers actief bij het museum.’’

Lastig

,,Ik begon blanco, eerst maar even kijken wat het allemaal inhoudt. Er is toen een beleidsplan opgesteld met onder andere als speerpunten: het aantal bezoekers verhogen en de educatieve kant meer ontwikkelen. Het streven was ieder jaar 10 procent meer bezoekers te trekken. Dat is best lastig voor een streekmuseum.” Ook het educatieve deel, waarbij geprobeerd wordt met de scholen samen te werken, gaat moeizaam. Dat ligt misschien ook aan het thema : namelijk cultureel erfgoed. Ieder jaar wordt op 4 mei en met Sinterklaas iets voor de kinderen georganiseerd.

Op dit moment is in het Museum de expositie ‘Het Friese paard in beeld’, die loopt tot 5 november. Aan veertien landelijk bekende kunstenaars is gevraagd werken te leveren voor deze expositie. ,,Sommigen hadden nog nooit een paard geschilderd, maar dat werd een uitdaging voor ze. We hadden dit project aangemeld bij de organisatie van LF2018. Het Friese paard is per slot van rekening een Fries icoon, wereldwijd bekend. Helaas is het niet uitgekozen. De expositie heeft wel al veel meer bezoekers getrokken dan we gewend zijn. Gisteren meer dan 40, vandaag weer 39. Het thema is dus van groot belang. In overleg met de vrijwilligers wordt het gekozen.’’

Ware kunst komt binnen

De werken op de expositie zijn overwegend realistisch, figuratief. ,,Bijna ambachtelijk, prachtig en knap gemaakt’’, zegt Verhoef. Eén werk is dat niet. Dat is de installatie gemaakt door kunstenares Wietske Lycklama a Nijeholt. Het stelt een paard voor met daarop een vrouw in adellijke kledij. Het is een installatie met een verhaal, geïnspireerd door het koninklijke in het Friese paard en de adelzaal. Het kunstwerk maakt geen deel uit van de expositie, verbeeldt ook niet specifiek het Friese paard, maar heeft een plekje gekregen in de adelzaal. ,,Niet iedereen begrijpt het of vindt het mooi, maar dat hoeft ook niet. Ware kunst brengt iets teweeg, komt binnen”, aldus Jacqueline Verhoef.

Behalve de expositie worden door het museum meerdere activiteiten gerelateerd aan het thema georganiseerd, zoals een lezing door Udo de Haan, stalmanager bij Stoeterij Het Swarte Paert en dag-arrangementen met een programma. Zaterdag 25 augustus is er vanaf half twee in de Hoofdstraat een draverij-show in samenwerking met de Vereniging Friese Dravers. Zowel aanspanningen als Friezen onder de man doen mee. Informatie hierover is te vinden op www.museumopsterlan.nl.

Niet voldoende

Jacqueline Verhoef heeft het naar de zin in haar huidige werk, doet het nog steeds met veel plezier. En met een klein baantje erbij slaagt ze erin financieel de eindjes aan elkaar te knopen. ,,Het is wel zo dat ik in dit werk overwegend organisatorisch en facilitair bezig ben. Alles moet goed lopen, iedereen moet het naar de zin hebben, enzovoort. Voor mij is dat niet voldoende, ikzelf wordt niet gevoed. Ik ben wel de hele tijd blijven schilderen en tekenen, maar wil mezelf daarin verder ontwikkelen. Dat is de reden waarom ik me bij de Foudgumse kunstopleiding heb ingeschreven. Door mijn vooropleiding kan ik insteken bij de vierde jaars studenten.”

Tekst en foto: Japke Weij