Oer de Brêge | Gewond bij het klootschieten

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de Hoofdbrug van Gorredijk Gijsbert Komen (57) uit Gorredijk.

Komen, is dat met dubbel O?

Nee, met eentje, net als het werkwoord.

Dus geen familie van Theo.

Nee.

Woont u hier al lang?

Deze maand elf jaar.

Waar komt u oorspronkelijk vandaan?

Purmerend.

En hoe bent u hier gekomen?

Door mijn ex-vrouw.

U bent hier met uw vrouw gekomen en daarna bent u gescheiden.

Ja.

Was u lang getrouwd?

Nou, vijf jaar. Ze zat alleen maar achter mijn beurs aan, hè?

Ja?

Ja, het heb me veel geld gekost.

Ja?

Ja. Nou ja, het maakt me niet uit, ik ben nu gelukkig vrijgezel, ik kan doen wat ik wil nu.

U bent met uw vrouw hierheen gekomen. Waar kwam u toen vandaan?

Zaandam.

En u dacht niet na die scheiding, nu ga ik terug naar Zaandam.

Nee, ik vind het hier wel gezellig wonen. Ik heb hier nou mijn vriendenkring opgebouwd. Ja, en wat moet je anders. Kijk, en hier is het goedkoper wonen, en als je terug gaat, dan word je in een flat gedouwd.

Ja, en u woont hier nu in een gewoon huis.

In een gezinswoning.

Tuintje er bij.

Ja, twintig meter achter.

Net genoeg om lekker te zitten.

Nou ja, ik heb voor ook nog wel. Ik woon lekker alleen. Bevalt me prima. En ik heb mijn vrienden, hè? Wat ik net zei, Klaas Slotboom, die hier laatst in deze rubriek stond, dat is een goede vriend van me. En Oane Pang, die hier net voorbij reed, van Taxi Moll, daar zit ik mee op klootschieten.

U doet aan klootschieten.

Ja.

Ik ken het woord, maar wat houdt dat in, klootschieten?

Dat is gewoon een bal over de dijk heen gooien.

Ja.

En zo ver mogelijk. En dat doen we met een groep vrienden.

Is het een soort jeu de boules, of zo?

Neeeh, dat niet.

Maar hoe werkt het dan.

Het is gewoon hier, zeg maar.

Hier in de Hoofdstraat.

Nee, dat doen wij op Jonkersland, daar hebben we een parcours van drie kilometer, en dan gooien we die bal over de dijk heen.

Dat is een klein balletje?

Nee, nee, nee, echt een joekel, er zit lood in. Want ik heb hem een keer tegen mijn neus gehad, en toen ben ik buiten bewustzijn geweest.

Ja, echt?

Jaha, hij is gebroken, mijn neus.

Dus het is echt een gevaarlijke sport.

Nou, ja.

Maar die grote bal, dat is de kloot?

Ja, die bal, en daar zit lood in.

En iemand gooit die dus weg, en dan...

Een hele groep jongens, of mannen, laten we het zo zeggen, die moeten er achteraan rennen om die bal weer eh, tegen te kunnen houden. Maar ja, als ie tegen een boom aanschiet, en je staat net op de verkeerde plek, dan kan hij verkeerd aankomen.

Ja, maar wat is dan de sport daarvan?

Gewoon, de gezelligheid met mekaar, onder de vrienden.

En je gooit met mekaar gewoon een bal naar voren...

Ja, om en om doen we dat.

Eentje gooit en de anderen moeten proberen hem tegen te houden.

Nee, zo ver mogelijk, we hebben gewoon een parocurs van drie kilometer. En ja, je gooit hem, dan zeg je: nou, daar komt ie.

Ja.

Nou, en dan eh, moet je die bal, als ik hem gooi, of Oane, of maakt niet uit wie, hij belandt ook wel eens in de sloot.

En dan is het spel uit, of...

Nee, nee, nee hoor.

Dan moet hij vanuit de sloot verder....

Nee hoor, wij hebben haken. Wij gaan niet die sloot in. Maar dan hebben we die bal en dan gaan we gewoon weer verder.

Het lijkt me een beetje op golfen, maar dan met een grote bal en zonder stok.

Nee, maar gewoon uit de hand moet je hem gooien.

En drie kilometer ver, het is dus wel een sport waarbij je lekker in beweging blijft.

Ja natuurlijk.

En gezellig, lijkt me.

En na afloop gezellig een potje bier drinken, met zijn allen.

De tweede helft.

Nou, als het afgelopen is, dan gaan we daar naartoe en dan gaan we gezelig een potje bier drinken. Ja, dat moet toch kunnen? We zijn nog jong.

Ja, 57 is inderdaad nog jong. U heeft geen werk?

Nee, ik ben afgekeurd.

Waarvoor, als ik vragen mag.

Nou, ik ben schilder, dus ik zit met mijn longen eh, en ik ben laatst geopereerd aan mijn bloedaders. Ik heb ook bloedverdunners. Ze kunnen er niks aan doen.

Het is dichtgeslibd, of?

Ja, door het roken.

En nu rookt u niet meer?

Jawel.

Maar wel wat minder, hoop ik.

Nou, dat hoop ik, nou, nee, als ik een potje bier op heb dan blijf ik ook roken. Maar wat heb je anders? Je hebt je vrienden, nou ja.

Maar u weet dat u daarmee uw gezondheid eigenlijk naar de barrebiesjes helpt.

Ja.

Maar ik weet het uit ervaring, het is heel lastig om te stoppen, hè?

Ja, nou ja, het is het enige wat ik nog heb. Kijk, want ik heb geen vriendin, geen kinderen. Nou ja, wat moet’k anders? Als ik thuis kom, dan is dat het enige. Ik vermaak me wel met mijn vrienden.

U noemde zonet Klaas Slotboom, die is door heel Nederland beroemd geworden omdat hij zat te kankeren op Gorredijksters.

Nou, nou ja, kijk ik heb ook wel bepaalde mensen, ja, die ik niet mag, omdat ze mij ook niet moeten. Nou ja, daar heb ik schijt aan.

Maar u heeft verder geen moeite met iemand...

Nee, want ik ga gewoon met iedereen om waar ik mee omga. Het is mijn leven en niet dat van hun. Nou ja, wat moet je nog meer weten. Ik ben niet getrouwd, ik heb geen kinderen.

Maar u komt de tijd wel door.

Ik wel.

Beetje roken, beetje klootschieten.

Klootschieten, ja, dat vind ik een heel mooie sport.

Doet u dat vaak?

Dat is alleen dinsdags.

En waar beginnen jullie dan?

Op Jonkersland. Daar hebben ze de strepen staan, daar beginnen we.

En dan is er echt een vast parcours dat je afloopt.

Eén vast parcours.

Van drie kilometer lang.

Ja, en daar ben ik ook een paar weken terug uit de tijd geraakt, dat’k de sloot in ging.

Oi!

Toen moest Oane Pang met een rotgang, en Rooie Auke, die hebben me toen uit de sloot gehaald. En toen kwam ik bij en Oane, die net hier voorbij kwam in de taxi, die werkt bij Moll, die kreeg mij op de kant.

Hoe raakte u in de sloot?

Ik kreeg die bal tegen mijn neus aan.

Oh, dat was pas een paar weken geleden!

Ja, en ze hebben me er uit gehaald, nou ja, ik kon gelijk door naar ‘t ziekenhuis.

Tjongerschans?

Ja, Heerenveen. Met een rotgang.

En hebben ze de neus gezet?

Nou, niet gelijk, hij was alleen maar gebroken, gelukkig.

Ze kunnen niet alles in gips zetten, natuurlijk.

Nee, maar ik werd gehecht, want ik had er een wond bij. Nee, die jongens, daar ben ik ze ook dankbaar voor. Want Rooie Auke die sprong er gelijk in. Ik had net mijn nieuwe bril op, ik zeg: en mijn bril! Maar die was nog heel.

Die lag ook in het water.

Nou, die lag op de kant. Nou, die hebben mijn leven gered. Maar als je niet goed uitkijkt, dan ken het verkeerd aflopen.

Maar iemand anders gooide dus die bal en die kwam tegen de boom aan?

Nee, die weg, daar heb je allemaal richels, en daar kwam die op. En dan stuitert hij omhoog, en toen tegen de boom, en toen kwam hij tegen mij aan. Nou ja, en die jongens hebben me uit de sloot gevist.

En daarna heeft u al weer kloot geschoten?

Ja, ja, gisteren nog.

En kun je dan ook winnen? Hoe win je bij klootschieten?

Nou, we doen gewoon partijen. De ene keer is het vier partijen en de andere keer is het twee. Maar ja, je moet zo ver mogelijk die bal gooien. Maar ja, de ene keer wil het wel en de andere keer niet. Nou ja, dat is pech hebben.

En zit er ook nog een bepaalde tactiek aan vast.

Nou, je moet hem gewoon onderhands gooien.

Ja. En zo ver mogelijk.

Ja.

Het is niet zoals bij jeu de boules dat je zo dicht mogelijk bij een doel moet komen.

Nee, gewoon over deze dijk heen gooien. Dat is hier bij de brug, gewoon over die dijk heen gooien.

En zo ver mogelijk.

Ja.

En dan er achteraan.

Ja, dat doen die anderen dan hè?

Maar er is niet aan het einde een vlaggetje...

Nee, nee...

of een kuiltje...

nee, nee...

waar hij in moet....

nee, nee. Wij hebben gewoon een parcours, en die lopen we elke dinsdag.

Is er ook een speciale vereniging voor?

Nou ja...

De klootschietvereniging Gorredijk?

Jaha. Oane Pang doet dat.

Ik had er nog nooit van gehoord.

Of Oane Blokzijl.

Zo heet hij officieel.

Ja.

En Pang...

Ja, dat is de bijnaam van hem.

Waar komt die van?

Ja, die woont hier vlak achter.

Ja, maar hoe komt hij aan die bijnaam.

Ja, dat is gewoon zijn bijnaam.

Ik hoop dat hij dit niet erg vindt.

Nou, dan krijg je het wel te horen. Hij reed hier net voorbij, met de taxi. En met die man heb ik ook twee jaar in Duitsland gewerkt.

Als wat? Als schilder?

Ja, als schilder.

Gewoon huisschilder.

Nee, flatten. Binnen en buiten. En in de DDR heb ik gezeten met hem, dus. Nou, dat was een mooie tijd.

Hij rijdt nu taxi en u bent afgekeurd.

Ja, en ik loop nou gewoon thuis. Lekker rustig.

Mooi leven.

Ik ken doen wat ik wil.

Okee.

Moet je een biertje?

Nee dank je, ik moet nog rijden.