Sietske Poepjes krijgt eerste drietalige jeugdboek op De Jasker

Nij Beets

Gedeputeerde sietske Poepjes ontvangt donderdagmiddag 12 juli op basisschool de Jasker In Nij Beets het eerste exemplaar van het drietalige kinderboek Mijn pake is crazy!.

Mijn pake is crazy! is het eerste kinderboek voor de basisschool waarin Engels, Nederlands en Frysk geïntegreerd worden. Gedeputeerde Sietske Poepjes neemt het eerste exemplaar in ontvangst in aanwezigheid van leerlingen van de Trijetalige Basisschool De Jasker. In het boek, dat geschreven is voor de bovenbouwleerlingen van de basisschool, worden de drie talen Nederlands, Frysk en English gebruikt, niet naast elkaar, maar organisch geïntegreerd. Het verhaal wordt namelijk vanuit het perspectief van drie personen verteld, te weten de Nederlandstalige Femke, haar pake die Frysk spreekt en de Ierse buurjongen Sean die het English inbrengt.

Pake die je niet kent

Daar staat hij opeens voor je: de pake die je niet kent. Je moet bij hem uit logeren en je belandt in een wereld van kunstenaars waar Fries wordt gesproken, terwijl jij Nederlandstalig bent opgevoed. Door een Ierse buurjongen komt daar voor jou de Engelse taal nog bij. Als je pake ernstig tegengewerkt wordt en zelfs zijn grote kunstwerk dat in het museum zal worden tentoongesteld, wordt vernield; wat doe je dan? De hulp inroepen van je klasgenoten? ‘Mijn pake is crazy!’ is een humoristisch en spannend jeugdboek met als thema’s meertaligheid en kunstbeoefening.

De auteur van ‘Mijn pake is crazy!’ is Folkert Oldersma. Kunstwerken gemaakt door Michel Bouma vormen de illustraties in dit jeugdboek. Het boek maakt onderdeel uit van het meertalige onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’ en het zal gratis aan alle Friese basisscholen worden aangeboden. Voor het onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’ vormt het verhaal in het boek ‘Mijn pake is crazy!’ de start voor diverse activiteiten op het gebied van taal, meertaligheid, wetenschap en technologie, kunsthistorie, kunstbeschouwing en kunstbeoefening.

Onderzoek

Naast dat in het verhaal de talen Nederlands, Fries en Engels organisch zijn opgenomen en dat dit ook geldt voor het lesmateriaal van het onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’, gaan de leerlingen op onderzoek uit naar meertaligheid, naar taal. Bovendien wordt er kennis op het gebied van taal, meertaligheid en dergelijke vergaard door het spelen van het spel ‘De Toren van Babel’.

Zowel bij het onderzoekcircuit op het terrein van wetenschap en technologie als bij het voltooien van het conceptuele kunstwerk ligt het initiatief bij de leerlingen. Zij moeten met oplossingen komen. Onderzoekend en ontwerpend leren zijn dan ook uitgangspunten voor de gekozen didactiek.

Op Basisschool De Jasker wordt sinds 2011 in groep 1 tot en met 8 integraal gewerkt met drie talen: Nederlands, Fries en Engels. Sinds 2014 is De Jasker officieel een Trijetalige skoalle. De ontwikkeling van het onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’ waar ‘Mijn pake is crazy!’ een onderdeel van vormt, is mogelijk gemaakt door financiële steun van de Provinsje Fryslân.

Het boek ‘Mijn pake is crazy!’ is geschreven door Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden). Het boek is voorzien van foto’s van kunstwerken van conceptueel kunstenaar Michel Bouma. Deze werken sluiten aan bij het werk dat de pake uit het boek maakt. Het boek dat 88 pagina’s telt, kost 10 euro en is te bestellen via www.levendleren.nl.

Het verhaal in het kort

‘Is Femke hjir ek?’ klonk het plots zwaar en luid door ons klaslokaal. Net als de andere kinderen keek ik om. In de deurpost stond een grote man met een warrige verwaaide witte haardos. Even eerder hadden we in de gang al zware voetstappen gehoord. Nu zagen we hem in zijn lange leren jas en een helm met stofbril onder zijn arm geklemd. Dat verklaarde het eerdere motorlawaai dat we buiten hoorden.

‘Dat is hem dus,’ dacht ik en ik bekeek hem nieuwsgierig.

‘En u bent?’ vroeg juf Kundina.

‘Har pake.’

‘Klopt dat?’ vroeg ze mij.

‘Ik denk het,’ zei ik aarzelend.

Onverwacht gaat Femke logeren bij haar pake, die ze niet goed kent. Pake is een excentrieke kunstenaar die de gekste oplossingen voor heel alledaagse zaken bedenkt. Hij bouwt machines die hij kunstwerken noemt, maar waarvan Femke niet overtuigd is dat het kunst is. Femke verkent met hem dan ook wat kunst is en wat niet.

‘Do moast better sjen!’

‘Ik kan toch kijken,’ zegt Femke verontwaardigd. ‘Ik heb toch ogen in mijn hoofd.’

‘Mar brûkst se ek? Dêr giet it om. Do moast leare om oars te sjen.’

‘Scheel, bedoel je?’

‘Femke, do wolst my net begripe.’

‘Natuurlijk wel, maar jij zegt van die rare dingen.’

Pake woont aan de rand van de stad, waar Femke tevens Hinke, de buurvrouw van pake, en haar Ierse kleinzoon Sean leert kennen. Femke is Nederlandstalig opgevoed, maar pake weigert Nederlands met haar te praten. Hij blijft het Fries gebruiken. In de contacten met de buurjongen gebruikt Femke Engels. Aanvankelijk verloopt het contact met pake een beetje stroef, maar al snel wordt het een mooie, stimulerende tijd voor Femke. Pake werkt druk aan een grote installatie die binnenkort een plaats zal krijgen in het museum.

Zijn huis heeft pake (ook aan de buitenkant) ‘versierd’ met zijn kunstwerken. Dat is een doorn in het oog van een plaatselijke gemeenteambtenaar. Die vindt dat het werk snel verwijderd dient te worden. Als hij zijn kunstwerken niet verwijdert, zal de ambtenaar er zelf voor zorgen dat dit gebeurt. Door een actie van Femke en Sean tonen de buren zich solidair met pake en worden hun huizen ook omgetoverd tot kunstwerken. En wanneer de ambtenaar over wil gaan tot de verwijdering van de kunstwerken, blijkt het hele rijtje arbeiderswoningen opgenomen te zijn in een gemeentelijke kunstroute.

Alles lijkt opgelost te zijn, maar niets is minder waar. Op een dag worden de kunstwerken van pake vernield, waaronder zijn werk voor het museum. Pake zelf is bij de vernieling dermate gewond geraakt dat hij het kunstwerk niet kan restaureren of afmaken. Terwijl de expositie zo ontzettend belangrijk voor hem is…

Meertaligheid

In Friesland kiezen sommige scholen ervoor om in drie talen les te geven: Nederlands, Frysk en English. Dit inspireerde Stichting Lepel tot de ontwikkeling van het meertalige kunstproject ‘Keunst en Fleanwurk’ waarin naast kunstbeoefening, taalonderzoek en wetenschap en techniek een plaats kregen.

Bij meertaligheid in het onderwijs worden de verschillende talen vaak apart aangeboden, niet samen en ook niet geïntegreerd in de andere schoolvakken. Bij ‘Keunst en Fleanwurk’ gebeurt dit wel. In een meertalig voorleesverhaal wordt het Nederlandstalige meisje Femke geïntroduceerd. De leerlingen op school volgen haar belevenissen en die van haar Friestalige pake en de Ierse, Engels sprekende, buurjongen Sean.

Opdrachten

Regelmatig wordt het verhaal onderbroken door opdrachten die de leerlingen moeten uitvoeren en die in het verlengde liggen van Femkes verhaal. De leerlingen voeren proefjes uit, verdiepen zich in kunsthistorie, doen taalonderzoek, spelen een taalspel en bouwen gezamenlijk aan een conceptueel kunstwerk. Overal speelt meertaligheid een rol en de gezamenlijke noemer is: anders (leren) kijken en het stimuleren van een onderzoekende houding.

In het basisonderwijs zijn meertaligheid, begeleiding bij kunstbeoefening en kunstbeschouwing en het wetenschaps- en technologie-onderwijs vaak onderdelen waar leerkrachten met betrekking tot inhoud en didactiek mee worstelen. Mede op grond van opgedane ervaringen op scholen in Akkrum, Folsgare en Waskemeer en in workshops met leerkrachten, wil Stichting Lepel onderwijsgevenden bij deze ‘handelingsverlegenheid’ helpen door het attractieve lesprogramma ‘KEUNST EN FLEANWURK’ aan te bieden voor de leerlingen van groepen 6 van het basisonderwijs. Onderdeel van het programma is de begeleiding van de deelnemende leerkrachten.

KEUNST EN FLEANWURK Is een project over kunst, meertaligheid (Nederlands, Fries en Engels), wetenschap en technologie voor het basisonderwijs. Met ‘KEUNST EN FLEANWURK’ heeft Stichting Lepel een meertalige lessenreeks ontwikkeld voor het basisonderwijs waarin kunst, technologie en onderzoek op het terrein van taal en natuurkunde een plaats krijgen.

Het programma omvat:

- het voorleesverhaal;

- de inzet van meertaligheid bij alle activiteiten;

- een onderzoekcircuit op het gebied van technologie en wetenschap (onderzoekend en ontwerpend leren);

- een activiteit waarbij de leerlingen uitgedaagd worden op het gebied van

conceptuele kunst, waarbij handvaardigheid, wetenschap en techniek worden ingezet om alledaagse gebruiksvoorwerpen een andere functie te geven;

- ‘De schoenendoos van pake’; een kunstbeschouwingsprogramma waarin de samenhang in de kunsthistorie zichtbaar wordt gemaakt;

- onderzoek op het gebied van taal: woorden, zinsopbouw, de eigen taalkaart, wereldtalen

- het informatieve en leerzame taalspel ‘De toren van Babel’.

- een opdracht waarbij creativiteit en anders kijken/denken centraal staat;

- een afsluitende expositie van de gemaakte werkstukken/kunstwerken;

- een projectwebsite waarop afbeeldingen van de door de leerlingen gemaakte werkstukken/kunstwerken geplaatst worden en tevens het lesmateriaal en handreikingen voor de leerkracht staan;

- een scholingsbijeenkomst voor leerkrachten op het terrein van kunst, wetenschap, technologie, ontwerpend en onderzoekend leren.

De praktijk

1. De leerkracht leest het (meertalige) verhaal voor.

2. De leerlingen doen in het verlengde van de gebeurtenissen in het verhaal, onderzoek (rond natuurkundige principes die te gebruiken zijn in onderdeel 5).

3. De leerlingen doen aan de hand van het verhaal onderzoek naar taal en spelen het taalspel.

4. De leerkracht vervolgt het verhaal waarin de kleindochter te maken krijgt met (vooral conceptuele) kunst.

5. De leerlingen volgen het kunstbeschouwingsprogramma (‘De schoenendoos van pake’), krijgen inzicht in kunststromingen.

6. De leerkracht vervolgt het voorlezen; er ontstaan problemen rond de kunstwerken van pake. (Als pake uitvalt vlak voor zijn zeer eigenzinnige technische kunstwerk in een museum zal worden opgesteld, roept zijn kleindochter Femke de hulp in van de kinderen uit de bovenbouw. Hoe kan het kunstwerk van pake afgemaakt worden?)

7. Een kunstenaar (een vriend van pake) bezoekt de school. De leerlingen worden aangespoord tot participatie. Zij helpen het kunstwerk van pake te herstellen.

8. Er volgt een afsluitende tentoonstelling van het werk van de leerlingen in de school, maar ook in een regionaal museum en op de website.

‘No no no, that’s art.

‘Dan kun je alles wel kunst noemen,’ merkt Femke spottend op. ‘Waarom is dit dan geen kunstwerk?’

Ze wijst naar het opgehangen brandblusapparaat.

‘That’s to stop a fire.’

‘Waarom dat niet en die wc-pot daar wel?’

KEUNST EN FLEANWURK maakt gebruik van de (natuurlijke) onderzoekende houding van de leerlingen in het basisonderwijs en het doet een beroep op hun creativiteit. Daarbij kiest het bewust voor integratie van diverse disciplines. Creatief, wetenschappelijk en probleemoplossend denken dreigen door de druk om te presteren op het gebied van taal, lezen en rekenen, in het onderwijs op de achtergrond te raken. Juist deze onderdelen zijn voor het basisonderwijs, maar ook voor het vervolgonderwijs en het maatschappelijke vervolg hierop, van grote betekenis.

Leonardo da Vinci

In het verleden waren deze vaardigheden en de verwevenheid van verschillende gebieden van denken en werken (zoals kunst, wetenschap en technologie) duidelijker zichtbaar dan tegenwoordig. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Leonardo da Vinci, waar creativiteit zich niet beperkte tot één terrein en juist sprake was van integratie van kunst en wetenschap.

Meer recent heeft onderzoek van de wetenschapper Elliot Eisner aangetoond dat kunst en wetenschap op diverse manieren overeenkomsten vertonen en elkaar positief kunnen beïnvloeden; daarbij gebruik makend van taal als verbindende factor. Waarbij aangetekend dient te worden dat uit onderzoek is gebleken dat meertaligheid een positieve invloed heeft op de hersenontwikkeling.

Technologie, maar ook teken- en handvaardigheid worden in het basisonderwijs vaak via sturende programma’s aangeboden. Juist op deze gebieden zijn creatieve oplossingen nodig. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat als leerlingen zelf doen, zelf ervaren (onderzoeken, ontwerpen) de leerstof beter beklijft. Daarom is er binnen ‘Keunst en Fleanwurk’ qua inhoud en werkvorm bewust gekozen voor gevarieerde lessen, waarbij vooral gebruik wordt gemaakt van het zelf onderzoeken door leerlingen. Bij onderzoek en spel zijn de leerlingen actief betrokken bij de leerstof en de leeropbrengst dus groter.

Eervolle vermelding

Het project ‘Keunst en Fleanwurk’ ontving van de Taalunie een eervolle vermelding. ‘Voor de ontwerpers en ontwikkelaars van Keunst en Fleanwurk is de paradigmashift die plaatsvindt in het leren van taal in de huidige en nabij toekomstige (Europese) samenleving goed verwoord. Het leren van taal wordt niet langer simpelweg beschouwd als het bereiken van de ‘beheersing’ van één, twee of zelfs drie afzonderlijke, geïsoleerde talen, met de ‘ideale moedertaalspreker’ als ultiem rolmodel. Het doel is nu veeleer om een linguïstisch repertoire te ontwikkelen waarin alle taalvaardigheden een plaats hebben.’

(De Taalunie i.h.k.v. het Europese Talenlabel, 2016)

Ontwikkelaars

Bij de ontwikkeling van het project ‘Keunst en Fleanwurk’ werkten beeldend kunstenaar Michel Bouma, leerkracht en auteur Folkert Oldersma en onderwijskundig begeleider Jimke Nicolai nauw samen. Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) is afkomstig uit het onderwijs en auteur van tv-drama, theaterprogramma’s, handboeken voor het onderwijs (op het gebied van hoogbegaafdheid en onderzoekend leren) en diverse lesmethodes. Hij is (mede)ontwikkelaar van o.m. het ontdek-doecentrum De Magneet te Groningen. Sinds 2015 heeft hij zich toegelegd op het schrijven van informatieve boeken en jeugdboeken. Voor uitgever Levend Leren te Nij Beets schreef hij educatieve kinderboeken, waaronder de Eiki & Oeki-reeks en ‘Schokkend’ een jeugdboek over de aardbevingen in Noord-Nederland. Voor Clavisbooks (Hasselt-Amsterdam-New York) schreef en schrijft hij jeugd- en young-adultboeken.

De illustraties

De illustraties in het boek zijn foto’s van kunstwerken gemaakt door Michel Bouma. Michel Bouma studeerde af als theatervormgever aan Academie Minerva te Groningen, waarna hij decors voor toneel ontwierp en realiseerde, maquettes bouwde in opdracht van architecten, rekwisieten maakte, logo’s en huisstijlen ontwierp, interieuropdrachten vervulde en grote tentoonstellingen vorm gaf. Maar na ruim vijftien jaar hoofdzakelijk toegepast artistiek bezig te zijn geweest, legt Michel zich de laatste jaren vooral toe op wat sinds zijn kinderjaren eigenlijk al een passie is: het bedenken en maken van wonderlijke objecten en bijzondere installaties. Zijn kunst is regelmatig te vinden op kunstroutes, -manifestaties en -festivals. Daarnaast begeleidt hij op creatieve wijze mensen die op de een of andere wijze moeilijkheden ondervinden in hun leven of gebukt gaan onder een mentale of psychische beperking. Tevens verzorgt hij workshops in ‘creative awareness’ en lessen ‘Anders Kijken’ in het basisonderwijs.

Binnen het onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’ verzorgt Michel Bouma de activiteiten met kinderen die leiden tot de bouw van een grote kunstinstallatie. Het onderwijskundige deel van het onderwijsproject ‘Keunst en Fleanwurk’ waar het boek ‘Mijn pake is crazy!’ een onderdeel van vormt, is in handen van Jimke Nicolai. Jimke Nicolai werkt voor het Bureau voor Levend Leren. Bureau Levend Leren (BLL) ontwerpt en onderzoekt uitdagende onderwijsarrangementen en heeft een educatieve uitgeverij. Hij is onderzoeker, pabodocent, pedagoog en onderwijskundige. Hij werkte als leraar en directeur in het primair (freinet) onderwijs, was directeur van een pedagogische academie, was coördinator van de Freinetbeweging en hij trad op als projecteider 3TS (trijetalige skoalle).

Nadere informatie:

www.levendleren.nl

www.folkertoldersma.nl.

www.stichtinglepel.nl