'Ik wou dat'k hier nooit gekomen was'

Gorredijk

In onze wekelijkse rubriek Oer de Brêge ontmoette redacteur Fokke Wester deze week op de Hoofdbrug van Gorredijk Klaas Slotboom (72) uit Gorredijk.

Waar komt u vandaan?

Ik kom uit Bodegraven

Hoe bent u hier dan in Gorredijk beland?

Ik wou dat ik hier nooit geweest was.

Is dat zo?

Meen ik serieus.

Hoe lang woont u hier al?

Acht jaar.

Dus u bent hier op uw 65ste komen wonen.

Ja.

Waarom?

Ja, vrouwen.

In wat voor opzicht, vrouwen.

Nou ja, je pik achterna lopen. Zo noemen wij dat in Holland.

U bent hierheen gekomen met een vrouw.

Met een vrouw, ja.

En u wou dat u hier nooit gekomen was.

Ergens niet, nee. Zal ik je eerlijk vertellen.

En mag ik vragen waarom niet?

Nou, het volk staat me hier niet aan. Het zijn stugge, nare, rotmensen.

Dat is wel heel bot.

Ja ja ja ja. Zo denk ik er over. De straat waar ik woon ook. Geen een doet zijn smoel open. Omdat ik Hollander ben. Nou, wat zijn jullie dan, Amerikanen? Nee, valt me tegen, de mensen hier.

Ja?

Serieus. Ik heb verder hier... ik heb mijn beestjes en het gaat verder goed. Maar als ik het over moest doen, als ik wist wat ik nou weet, nooit never meer!

Dan was u mooi in Bodegraven gebleven.

Jaha, of ik heb in Groningen gewoond, bij Wolderdorp, achter Delfzijl.

En daar was het wel goed.

Man, prima. Die mensen zijn heel anders. Ik zeg niet dat elk mens zo is, hiero, maar negen van de tien.

Ja?

Als je drie keer goedemorgen zegt, en ze doen der smoel niet open, dan denk je de vierde keer: val dood. Klaar, dat zeg ik gewoon.

Dat vind ik jammer om te horen.

Ja, nee, serieus, valt me gruwelijk tegen. Echt waar.

En er is geen mogelijkheid om terug te gaan naar Bodegraven?

Nee, ik word 73 man, wat moet ik daar nou nog heen. Mijn familie wil me wel terug hebben.

Ja?

Nou, ik heb hier wat schaapjes, ik heb twee honden.

U woont alleen?

Ja, ja, ja.

De vrouw waar u achteraan liep...

Nee.

... die is weer verdwenen.

Portemonnee. Je krijgt geen ruzie met mijn geld. Nee, maar echt waar.

U vertelt het wel lachend.

Ja, nou ja, je moet toch schik maken in je leven. Ik heb net een lekker potje bier gedronken en nu ga ik naar huis. Ik ga wat eten, eerst eventjes naar de winkel. En na't eten dan neem ik er nog een. En mijn kleinzoon komt zo.

Dus u bent eerder getrouwd geweest.

Oh, man. Drie keer.

Drie keer. En alle drie keren gescheiden.

Ja joh. Ik ken niet bij ander volk. En zodra je kinderen om zakgeld gaan vragen, moet je wegwezen. Wegwezen!

Maar u vermaakt zich wel?

Nou, nou, ja, ik vermaak me wel. Dat is geen probleem.

Maar de mensen hier, dat wordt hem niet meer.

Nee. Bent u een echte Fries?

Ja, ik ben een echte Fries.

Oh, nou, dan zeg ik niets.

Haha, zeg het maar hoor.

Nee, ik zeg niks. Klaar.

Maar u heeft het niet zo op Friezen, begrijp ik.

Jawel. Ho even! Ik vind jou een beste kerel.

Okee.

Maar er zijn er bij, die zou je een doodtrap geven.

Nou, nou, dat is wel heel erg.

Ja, nee, klaar.

Maar waarom dan?

Die doen der smoel niet open, die doen of je een brok vuil bent, man.

Maar als ik door Amsterdam loop en ik groet de mensen, dan krijg ik ook niks terug.

Nou, daar loop ik helemaal niet, in Amsterdam. Die mogen van mij ook allemaal aan het gas.

Dat is wel heel erg.

Ja. Ik hou niet van Amsterdammers.

Rotterdammers, dan?

Dat wel. Feijenoord.

Maar als ik in Rotterdam over straat loop en ik groet de mensen, dan krijg ik ook geen hoi terug.

Ik wel.

Ja?

Dan doe je het op een verkeerde manier.

Nou, ja, misschien. Maar ik kom hier uit de buurt...

Jongen, je moet me niet verkeerd begrijpen, ik zeg niets van de Friezen, maar er zijn er bij, die zou je gewoon een doodtrap geven. Klaar. Mag toch?

U mag alles zeggen.

Ik ken in Rotterdam ook mensen, die zou ik ook een doodtrap geven. Of in Bodegraven. Maar hierzo? Nee! Dat valt me hier gruwelijk tegen.

Ik vind dat jammer om te horen. Ik hoor het ook bijna nooit. De meeste mensen zijn hier toch vrij tevreden.

Ik ben over heel veel ook wel te spreken.

Het lijkt een beetje op wat ze van Frankrijk zeggen: het is een mooi land, maar jammer dat er Fransen wonen.

Oh, Frankrijk, daar ben ik vaak geweest.

Ja, maar jammer dat hier Gorredijksters wonen.

Sommigen. Sommigen, sommigen. Nee, niet iedereen, je moet het niet verkeerd begrijpen.

Er zitten goeden tussen.

Man, ik heb hier bij de Turf gezeten. Elke dag zomers lekker aan de, hoe heet het?

Bij de Vergulde turf.

Ja, nette mensen, behandelen je netjes, potje bier er bij, zat ik er met mijn honden, nou, was gewoon gezellig. Dus. Maar ik zeg niet iedereen, maar over het algemeen, het valt me tegen.

Jammer om te horen.

Nou ja, klaar, ik mag mijn mening zeggen.

U zei net dat u last van het hart had en last van de benen.

Ja.

Gezondheid is wel heel belangrijk, ook voor hoe je je voelt.

Nee, dat is niet zo goed. Suikerziekte, al een teen weg. Maar dat zeg ik, ik ben bijna 73. Ik neem mijn potje bier en mijn zware shagje nog af en toe, niet zo veel, en verder ga ik naar mijn schaapjes toe.

En u fietst nog lekker.

Ja, fietsen kan ik nog wel. Maar lopen kan ik hier niet vandaan tot aan die rode auto. Dat gaat niet

Okee, dat is honderd meter ongeveer.

Ja, dat red ik niet.

Maar u komt de dag wel door. Een beetje op de beestjes passen, pilsje er bij.

Ja. Pilsje er bij, paar sjekkies.

Eindje fietsen.

Er komen af en toe een paar jongens bij me op visite, of een paar vrouwen.

En uw kleinzoon komt vanmiddag.

Ja, daarom.

U heeft nog wel contact met uw familie.

Ja, met mijn dochters en met mijn zoon en met mijn kleinkinderen heb ik wel contact, dus.

Zolang ze maar niet om zakgeld vragen.

Juistum.

Die kleinzoon komt ook uit Holland nou.

Ja, uit hoe heet dat gat? Bij Almaar in de buurt. Nou, al sla je me dood, ik kan het niet zo gauw zeggen.

Een klein dorpje bij Alkmaar.

Ja.

En die komt echt even bij zijn opa kijken.

Even bij zijn opa kijken.

Er wordt wel goed op u gepast.

Oh ja, ze komen regelmatig.

Dat is mooi.

Heerhugowaard. Daar woont mijn dochter ook.

Nou, dat is geen klein dorpje meer.

Mijn dochter woont er, ik ben er een of twee keer geweest.

Nou, zolang ze op u passen hoop ik dat het u goed gaat.

Nou, er hoeft geen mens op mij te passen. Ik red mijn eigen wel, hoor.

Ja? U heef nu pijn, zie ik.

Ja, ik krijg last van mijn benen.

Nou, dan ga ik u niet langer ophouden. Eet lekker zo meteen.

Ja, dat doe ik zeker, maak je geen zorgen.

En ik hoop dat u nog veel vriendelijke Friezen tegenkomt.

Oh ja, ik zeg niet iedereen, ho ho ho.

Sommigen.

Sommigen, die moet je gewoon, ja...

Succes.

...de nek omdraaien. Jij ook succes, hè