Oer de Brêge | Muzikanten samen op de fiets

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de Hoofdbrug van Gorredijk de fietsvrienden Cornelis de Kler (76) en Adriaan Volker (80) uit Den Haag.

Jullie komen nu uit Den Haag?

CdK: Nee, wij komen nu uit Nij Beets. We hebben een rondrit gemaakt naar Bakkeveen, want we wilden het Poepekrús bekijken. Dat zegt u wel wat?

Ja, ja, ja.

CdK: En dat is gebeurd. Dat Poepekrús is het einde van een route die ik vorig jaar met Rinus heb gereden naar Lübeck, over de smalste weggetjes. We fietsen veel, ook wel naar Compostella of naar Rome.

Dat zijn wel heel lange routes.

CdK: Ja, Rome dat is het verste, maar alle hoofdsteden van Europa, kun je wel zeggen. Ik ga nu met mijn vrouw naar Weimar fietsen, dat is niet zo ver, maar met hem ga ik richting Frankrijk.

Maar van hier naar Rome, dat is echt een expeditie, dat moet je heel goed voorbereiden.

CdK: Ja hoor, hoewel we ook van tijd tot tijd een hotelletje nemen, we gaan niet in tentjes, maar reserveren van tevoren hotelletjes. Als het duur is is het maar duur.

Jullie zijn nu met vakantie hier?

CdK: Ja, wij komen hier regelmatig, in Nij Beets. Het is voor Ad al de tweede keer en met mijn vrouw ben ik hier al acht keer geweest.

Wat is er zo bijzonder aan Nij Beets?

CdK: Daar hebben wij via vrienden, ook uit Den Haag, een klein chalet. Onze gewone vakantie is naar Weimar, bijvoorbeeld, maar hier gaan wij van tijd tot tijd naar toe. Wij huren het nu en anders huur ik het met Maria, mijn vrouw. Dat hebben we vorige week nog gedaan.

U komt dus regelmatig in deze omgeving. Wat maakt deze streek mooi genoeg om er zo vaak terug te komen?

CdK: Nou, Den Haag is mooier! Nee hoor, haha, ik ben echt een liefhebber van de stad, maar doordat je met je racefietsje overal komt, kom je echt door heel Nederland. Ook wel elders hoor, de Pyreneeën, noem maar op. Maar Friesland? Nou, dan moet ik heel kort een anekdote vertellen. Ik heb op veel plaatsen gewoond, maar ik zat in Twello op de lagere school, de christelijke lagere school. Het hoofd van de school gaf mij les, meester Renema, uit Friesland. En ik weet nog heel goed, dat wij in conflict met elkaar waren. Nou, conflict? Ik kom zelf uit Noord-Holland, de Zaanstreek. Dat was prachtig, vertelde Renema, maar Friesland was toch echt nog een slag mooier.

En daar hadden jullie een conflict over.

CDK: Nou, conflict is een veel te groot woord. Maar ik was een jaar of elf en toen was het al zo: ik was trots op de Zaanstreek, waar ik vandaan kom. Ik woonde toen in Twello, bij Enschede.

Het is waar, waar je vandaan komt, dat blijft voor je zelf bijzonder. Waar komt u vandaan?

AV: Uit Delft. En mijn familie komt uit Sliedrecht. Volker, dat is een bekende naam daar.

Van de baggerindustrie? Volker Stevin?

AV: Nou ja, dat is dan een andere tak van de familie. Maar wat ik hier zo bijzonder aan Friesland vind, is dat alle dingen die ons interesseren, zoals stukjes bos, of mooie landschappen, maar ook dit soort stadjes en plaatsjes, alles is zo makkelijk bereikbaar, fietsend. We zijn ook in Akkrum geweest, bijvoorbeeld. Weer of geen weer, je kunt overal komen, dat vind ik geweldig.

Het ligt allemaal mooi compact bij elkaar, bedoelt u.

AV: Ja, ja. En ik wilde nog even zeggen: vroeger hadden we een clubje vrienden, in Delft, dan hadden we een botter en daar gingen we ook graag mee zeilen. En als het dan stormde of slecht weer was, dan gingen we in Friesland zeilen.

Waarom alleen als het slecht weer was?

AV: Als het stormde.

Maar dan is het toch juist eng om te zeilen.

AV: Dan mag je niet op het IJsselmeer varen.

CdK: Mag ik nog wat zeggen over Gorredijk? Overal zie je bijzonderheden, hè? Wij zijn allebei bijzonder cultureel geïnteresseerd, om eens een groot woord te gebruiken. We staan hier op een brug, die vernoemd is naar een verzetsman. Wij zijn van vlak voor of net in de oorlog, ik geef er ook nog les over op scholen.

U bent leerkracht, of geweest?

CdK: Nou, ik heb lesbevoegdheid, maar ik geef nog steeds gastlessen over: Wat zegt de Tweede Wereldoorlog ons nu. Dat is een landelijk project hoor, wordt op allerlei scholen gedaan. En als je dan dit soort dingen weer ziet, dan denk ik: effe onthouden. Er is veel meer te zien, misschien, maar dit vind ik nou mooi. Ik heb mijn maat er net op gewezen.

Ja, ik zag jullie staan bij het monument op de hoek voor de vermoorde Joden.

CdK: Weet je wat ook aardig is? Ik ben hier vorig jaar geweest, daar zaten wat mannen daar in die, eh... en dat had te maken met de turfvaart. Nij Beets ligt er nog net niet aan, maar daar hebben we een gesprek over gehad en er moest nog het een en ander aan de kanalen gebeuren. Toen kreeg ik een leuke linnen tas, ja, die heb ik nu mee naar Nij Beets, met allerlei leuke documentatie daarover.

Over de Turfroute.

CdK: Ja.

Nij Beets is intussen ook geopend, dat kanaal, dus dat staat nu in verbinding hiermee.

CdK: Ja, ik weet het, ze varen er ook. Nee hoor, dat is prima, dat is mooi.

Julie zijn nu met zijn tweeën, in dat chalet in Nij Beets.

AV: 't Is een klein chaletje.

Jullie gaan vaker met zijn tweeën op stap?

AV: Jawel.

Hoe kennen jullie elkaar?

CdK: Van de muziek.

AV: Ja, ik zat achter hem in het klarinetensemble, in Den Haag. Ik zag hem altijd van de achterkant, tot we een keer met elkaar gingen praten en toen bleek dus dat we de zelfde hobby's hadden. Muziek maken en culturele dingen.

En fietsen.

AV: En fietsen, natuurlijk. Ik heb ook nog een kennis, die heeft een vakantiehuis in Longres, dat is in Frankrijk, daar zijn we en paar keer geweest. Daar kun je ontzettend mooi fietsen.

Maar daar in de heuvels moet je natuurlijk wel omhoog en hier is alles lekker vlak.

CdK: Maar juist die verschillen zijn zo fantastisch, hè. Wat daar ook aardig is, maar dan moet je al weer een eindje rijden, dat je de Tourmalet op kan.

Dat hebben jullie ook gedaan?

AV: Ja hoor, maar dat is al lang geleden, voor mij.

CdK: voor Ad al lang geleden, voor mij nog vorig jaar. En ook dit jaar hebben we in principe, als mijn vrouw mij toestemming geeft...

Dan gaan jullie samen de Tourmalet weer op.

AV: Nee, dat is een beetje passé.

CdK: Ik doe het nog wel. En als jij langzaamaan zou doen, dan kon je het ook nog wel

Maar het gaat wel omhoog.

CdK: Kent u het?

Nee, maar als ik het op televisie zie, dan lijkt het mij een verschrikkelijke helling.

CdK: Nee, het is prachtig.

AV: Ik wil ook nog iets zeggen over dat ik, ja dat is dan niet alleen Friesland, maar ook Groningen, dat ik het zo mooi vind om langs die lintbebouwing, lintdorpen te fietsen. En daar kan ik over zeggen, dat in de oorlogsjaren, de hongerwinter in het Westen, hebben we overleefd, mijn broer en mijn zus en ik, doordat we als hongervluchteling uit Delft met zijn drieën op een adres in Kiel Windeweer bij Veendam zijn terecht gekomen. Het heet geloof ik Kielerdiep, daar gingen in de oorlog ook de turfschepen door. Heel hoog opgetast en dan stond daar vaak een vrouw op met een lange helmstok.

U bent emotioneel nog steeds aan Groningen verbonden, begrijp ik.

AV: Nou, ja, ik ben er vaak wezen kijken om te zien hoe dat boerderijtje er nu uitziet. Het was een piepklein boerderijtje, maar in mijn kinderervaring was het heel erg groot. Met een dikke knol en met paard en wagen, dat was fantastisch. Zo hebben we daar de honger overleefd. Maar dat was geen Friesland, dat was Groningen.

CdK: Sorry dat ik je even onderbreek, maar wij zijn al bezweet en we komen straks wel nat thuis als dit nog heel lang duurt.

Ik zal jullie niet al te lang ophouden, want daar komt inderdaad een donkere lucht aan. Hoe lang zijn jullie hier al?

CdK: We zijn pas twee dagen hier, volgende week donderdag vertrekken we weer.

Mooi, dan kunnen jullie nog net de krant meenemen waarin dit stuk komt.

CdK: Hoe heet die?

Woudklank.

CdK: Oh, ik geloof dat we die krijgen, joh. En hoe heet die rubriek?

Oer de brêge.

CdK: Oh ja, dat zei je al.

AV: Over de brug.

CdK: Nou ja, maak er maar een mooi verhaal van.

Zal ik doen, prettige vakantie verder.

CdK: Ja, gaat lukken. Weet je, we wilden eigenlijk naar Groningen, naar het museum, maar we waren al te laat, dat doen we morgen wel.

Zijn jullie al naar Escher geweest, in Leeuwarden?

CdK: Dat is in Den Haag, joh, het Eschermuseum.

Maar in Leeuwarden hebben ze nu...

CdK: Ja, ik weet er alles van, ik ga ook wel kijken.

AV: Ik wil nog wel zeggen dat ik nog meegedaan heb met die culturele manifestatie in Leeuwarden. 3 maart was dat, een Joods festival was daar en ik speel in een klezmerorkest.

Als klarinettist.

AV: Nee, als sopraansaxofonist.

U zat in het orkest achter hem, fietst u nu ook steeds achteraan?

AV: Nou, hij weet hier de weg beter dan ik. Als hij ineens moet stoppen, dan zit ik toch liever een eindje achter hem.

Dus net als in het orkest, gewoon achter hem blijven en een beetje volgen.

AV: Ja. Maar ik speel in zijn oor, dat is veel erger, haha.

CdK: Wat zegt ie?

Hij is al doof, hindert niks.

CdK: Ja, dat is waar.