Bestrijden grauwe gans faalt, vogels zoeken zelf ook oplossing

GORREDIJK

De bestrijding van grauwe ganzen faalt, zo blijkt uit meetgegevens. De vogels zelf zijn echter prima in staat hun aantallen te reguleren.

Deze gegevens kwamen aan het licht vorige week tijdens de lezing voor natuurvereniging Geaflecht door onderzoeker Romke Kleefstra van SOVON. Deze dialezing over de grauwe gans is gegeven op dinsdag 20 februari, maar door een misverstand pas aangekondigd in onze krant van 21 februari. Daarom hieronder een verslag van de avond.

Tekst: Jet Hofstra, Geaflecht

Ooit waren de grauwe ganzen volop aanwezig in Friesland en was dit hun natuurlijke omgeving. Maar ze werden bejaagd, verjaagd en de ganzen verdwenen. Tot er in 1950 een nest werd gevonden van een gans. De comeback was een feit en het ging, met hulp van de mens, al snel weer goed met de grauwe gans. Hoe staan we er nu voor? Toegenomen Romke Kleefstra, onderzoeker bij de SOVON, vertelde aan de ruim 20 aanwezigen bij de lezing-avond van natuurvereniging Geaflecht te Gorredijk over de grauwe gans. De hoeveelheid ganzen in de natuurgebieden was fors toegenomen. It Fryske Gea en Staatsbosbeheer wilden weten hoeveel broedparen er in hun gebieden waren, wat de effecten waren van het beheer, of wel/niet ingrijpen resultaat had. In 2014, 2015 en 2016 deed SOVON onderzoek naar deze vragen. Er waren drie manieren van beheer. Ten eerste: afschot van paartjes, als tweede het eieren prikken zodat ze niet uitgebroed werden en de derde optie was het vergassen. Romke liet aan de hand van tabellen en grafieken zien dat alle drie methodes weinig of onwenselijk resultaat hadden. 0,3 jong SOVON had inmiddels in de gebieden de broedparen en de groot geworden jonge vogels geteld. Ze kwamen tot de slotsom dat ieder paar gemiddeld 0,3 jong zou moeten grootbrengen om de populatie in stand te houden. De beheersmethodes leidden ertoe dat na bijvoorbeeld het eieren prikken, er over genoemde jaren gemiddeld 0,6 jong was opgegroeid. In gebieden waar niets werd gedaan, kwamen eveneens 0,6 jong tot volwassenheid. Er was dus geen effect meetbaar. Bovendien was het prikken duur qua tijdsinvestering. Ook bleek dat afschot te weinig resultaat had. Drie uren werk om een gans te schieten (als gemiddelde) is te duur en bovendien geeft het voor andere dieren veel onrust. En bij het vergassen kwamen onwenselijke bijverschijnselen (het onderling vertrappen van de ganzen in de vangkooien) aan het licht. Bovendien was de populatie een jaar later zelfs toegenomen. Reislustig Daarnaast rees de vraag of alle ganzen die werden vernietigd wel de ganzen waren die van oorsprong in het gebied thuishoorden. Nadat de ganzen door Romke en zijn helpers waren voorzien van een halsband, ontdekten ze dat ganzen behoorlijk reislustig waren. De ganzen van de Deelen bijvoorbeeld zijn verzot op een reisje naar het Lauwersmeergebied of Denemarken. Daar ruien ze en dan komen ze weer terug. Dus de ganzen die hier zitten, zijn grotendeels afkomstig uit andere gebieden, zelfs uit Duitsland. Eén gans kon langdurig worden gevolgd en dat leverde boeiende data op. Deze gans had een broedplek en op een andere plaats een plek om te ruien. In tien jaar tijd had ze een keer een nest gehad en drie jongen groot gebracht. Ze had daarmee aan haar opdracht voldaan: zorgen voor nageslacht. Nieuwe vijand Een ander aspect is dat er een ‘natuurlijk’ beheer is. Er is een maximum aan het aantal broedparen wat een gebied aankan, in verband met het beschikbaar zijn van veilige plekken waar de vos niet bij kan. Verder is er sprake van predatie: naast de vos, is nu ook de de zeearend een nieuwe vijand. Tenslotte kan het ook voorkomen dat de eieren onbevrucht zijn, of het nest wordt om welke reden dan ook verlaten. De conclusie was dat genoemde beheersmethoden niet het beoogde effect hadden. In gebieden waar helemaal niets wordt gedaan houdt de populatie zichzelf prima in stand. Desondanks gaat het beheer door, worden er eieren geprikt en de jacht verruimd. Om toch maar iets te doen. SOVON pleit ervoor dat onderzoeken doorgaan. Meten = weten. Het nieuwe trekgedrag dient onderzocht te worden. De ganzen zoeken blijkbaar zelf ook naar een oplossing: tegenwoordig zoeken ze steeds vaker de stadsparken en groene wijken in de bebouwing op om te broeden Toendra Romke Kleefstra toonde tussen de grafieken door ook schitterende dia’s van de ganzen in hun natuurlijke omgeving. Met name in de Terkaplester poelen deden de foto’s soms denken aan een Arctische toendra. In dat gebied zijn veel kolganzen aanwezig. Deze gans heeft een hele schone, frisse omgeving nodig. Dat er een vaste groep in de poelen verblijft, zegt iets over de omgevingsfactoren aldaar! Ganzen zijn boeiende dieren. Bekend is hun trouw aan de ‘familie’. Kleefstra maakte ook het sociale aspect mee. De ganzen hielpen elkaar bijvoorbeeld om de onderzoekers te verdrijven. Een mooie avond met ontnuchterende cijfers en resultaten, en door het heldere verhaal van Romke Kleefstra heel boeiend om naar te luisteren en te kijken!

Auteur

Fokke Wester