Pofessor Brugman schrijft boek over De Wonderman van Jonkerslân

JONKERSL

ÂN  Daniel Brugman, emeritus professor ontwikkelingspsychologie, schreef ‘De wonderman van Jonkerslân’ over zijn goede vriend, die van zijn arts te horen kreeg dat het niet langer verantwoord was dat hij zelfstandig bleef wonen. Japke Weij liet hem aan het woord over het boek en de hoofdpersoon.

,,Ik heb Charl leren kennen toen hij als timmerman werkzaamheden verrichtte aan het huis van mijn vriendin in Luxwoude. Hij was een tanige, lange man met kolenschoppen van handen, een imposante snor en een bos stroblond haar dat aan alle kanten onder zijn zwarte alpinopet uit krulde. Hij had charme en moet voor vrouwen een aantrekkelijke verschijning zijn geweest. Toch is hij zijn hele leven zonder vaste relatie gebleven. Dit had wellicht mede te maken met zijn compromisloos zuinige manier van leven, waar niet iedere vrouw van gediend is. Het viel me destijds op dat Charl een extraverte en sociale man was, zeer spraakzaam, met bloemrijk taalgebruik, vol mooie metaforen en met veel gevoel voor humor. Hij strooide met citaten uit de wereldliteratuur en droeg graag gedichten voor. Hij citeerde bijvoorbeeld graag Isaak Babel: ‘Een oranje zon rolt langs de hemel als een afgeslagen hoofd’. Reizen noemde hij een omslachtige manier van thuiskomen. Bovendien had hij een bijzondere visie op de huidige maatschappij. Van de westerse consumptie-mentaliteit moest hij niets hebben. Dit was ook de reden dat hij vanuit Amsterdam naar Jonkerslân was verhuisd om daar duurzaam te gaan leven en een nagenoeg zelfvoorzienend bestaan op te bouwen. De naam wonderman kreeg hij waarschijnlijk omdat hij door kinderen een keer zo werd genoemd. Charl schonk aandacht aan alles wat groeit en bloeit, zaken waar andere volwassenen vaak niet naar omkijken. Zo brachten ze een keer een gewonde egel bij hem. Die heeft hij verzorgd en ze maakten kennis met allerlei producten uit de natuur die hij van zijn reizen had meegebracht. Damocles Als mens boeide hij me en ik wilde hem graag beter leren kennen. Ik werd door hem uitgenodigd en dat eerste bezoek zal ik nooit vergeten. Hij liet me plaatsnemen in een stoel onder een groot zwaard dat met een dunne draad aan het plafond hing. Dit stelde het zwaard van Damocles voor. Net als Damocles leven we in een tijd van weelde en voorspoed, maar tevens worden we juist door die levenswijze bedreigd. De ecologische verwoesting is schrikbarend. Bovendien had Charl een afbeelding van het Alziend Oog aan het plafond bevestigd, zodat de eenvoudige sterveling die plaatsnam in die stoel niet alleen het zwaard onheilspellend zag bungelen, maar ook met dat oog geconfronteerd werd. Vervolgens stelde hij gewetensvragen over hoe je het beste kon leven. Charl is een deel van zijn werkzaam leven internationaal touringcarchauffeur geweest. Met name naar de landen die destijds achter het IJzeren Gordijn lagen. Een veelzijdige baan, die hem tot een man van de wereld heeft gemaakt. In Jonkerslân ging hij als timmerman aan de slag, maar op zijn 57ste werd Charl afgekeurd vanwege problemen met zijn rug. Dat gaf hem de mogelijkheid om privé in zijn besteleend lange reizen te maken naar Oost-Europa en Turkije. Tien jaar later werd Parkinson bij hem geconstateerd. Toen hij tot viermaal toe, waarschijnlijk tijdens een delier, buiten bewustzijn werd aangetroffen, zag hij tenslotte in dat hij beschermd moest gaan wonen. Als zijn buurman hem toen niet gevonden had, was hij er nu niet meer geweest. We onderhielden een intensieve briefwisseling, maar deze is afgelopen omdat hij niet meer in staat was te schrijven. Toch ben ik door blijven schrijven en het is uiteindelijk een boek geworden. Ik beschrijf de overgang van een zelfstandig bestaan naar een vorm van beschermd wonen. Dat viel hem enorm zwaar. Charl werd ‘lijdend voorwerp’ van zorg in een maatschappij die hij zijn leven lang heeft verworpen. Zorg geven is zinvol, maar degene die zorg ontvangt, voelt zich nutteloos. Die wordt, in zijn woorden, schatplichtig. Testscore Mijn motivatie om dit boek te schrijven is tweeledig. Ten eerste probeer ik zijn sobere levenswijze te begrijpen vanuit zijn karakter en vanuit zijn opvattingen over duurzaamheid. Charl was voor mij een moreel voorbeeld door zijn bedachtzaamheid en zorgzaamheid. Een keer gaf ik hem een psychologische test mee naar morele ontwikkeling. Zijn testscore was uitzonderlijk hoog, even hoog als van een professionele ethicus. Dit betekent dat hij een goed inzicht had in waarden als individuele vrijheid en sociale rechtvaardigheid, waarop onze samenleving berust via sociaal contract of idealiter zou moeten berusten. Door zijn praktische vaardigheden wist hij zijn opvattingen ook waar te maken in zijn dagelijks leven, waar de maatschappij keer op keer faalt. Een tweede reden om te schrijven is dat ik zicht probeerde te krijgen op de continuïteit van de zorg. De artsen, verpleegsters en verzorgsters waarmee hij te maken heeft, wisselen veelvuldig. Zij moeten het doen met summiere aantekeningen en hebben nauwelijks zicht op de persoon die achter de patiënt schuilgaat. Bovendien zijn er door de zorgverzekeraars allerlei regelingen opgesteld over vervangende medicijnen die voor Parkinson patiënten zeer ongunstig kunnen uitpakken. Charl verbleef inmiddels in drie verschillende instellingen, door hem ‘vrouwenburchten’ genoemd. Die verhuizingen waren niet door hem gewenst en hebben hem elke keer, geestelijk en lichamelijk, ernstig ontregeld. Bij de gezondheidszorg heerst een hokjesmentaliteit. Niet het welzijn van de patiënt staat voorop, maar de specifieke kwaal waar de professionaliteit van het personeel op is afgestemd. Aspirientje Door zijn Parkinson heeft hij heel veel zorg nodig. Afgezien van de wanen en hallucinaties is hij geestelijk goed helder, goed georiënteerd en ook niet zwaarmoedig. Belangrijk is de juiste en tijdige dosering van zijn medicijnen, Levodopa. Krijgt hij daarvan te weinig, dan verstijven zijn spieren, krijgt hij teveel dan gaat hij hallucineren. Bij dat laatste slaat zijn fantasie op hol. Hij vindt dat zelf meestal niet erg, zolang het maar niet angstaanjagend is. Hij vindt medicijnen chemische troep, waar veel te veel aan verdiend wordt. De gewetenloze hebzucht van de medische industrie is voor hem de reden dat hij nog nooit een aspirientje heeft genomen. Hij vergaat soms van de rugpijn, maar de wetenschap dat de pijn tijdelijk is, is hem zoeter dan de euro die de medische industrie aan hem zou verdienen. Op dit moment zit hij weer niet op de juiste plek, alhoewel hij zich wel goed aanpast. Het personeel vindt zo'n bijzondere patiënt op de afdeling dementie wel leuk. Hij kan nog steeds mooie verhalen vertellen. Hij kon ook goed luisteren, maar door zijn doofheid is dat nu problematisch. De bedoeling is dat er een soort van tuintje voor hem geregeld wordt, zodat hij daar aan de slag kan. Verder zou hij voor wat betreft dagbesteding meer hebben aan een lezing over Russische literatuur dan aan bingo. Vroeger ging hij veel om met kunstenaars, politiek bewuste jongeren en alternatieve denkers. Instellingen als het Rosa Spierhuis voor kunstenaars, schrijvers enzovoort zouden ook op provinciaal niveau beschikbaar moeten zijn. Particuliere zorginstellingen zijn vaak veel te duur en bieden een luxe waar hij afkerig van is.'' Boek klaar. En verder? Naschrift: Hoofdpersoon Charl Deksels wordt op dit moment verpleegd in Beetsterzwaag. Het woudhuisje van Charl is verkocht aan een student bouwkunde, die het in oorspronkelijke staat wil behouden, maar ook wil renoveren. Charl Deksels is momenteel nog goed ter been en kan zonder hulpmiddelen (rolstoelen en rollators zijn niets voor hem) wandelen naar de Hoofdstraat. Het is dus mogelijk dat je de auteur met zijn hoofdpersoon daar aantreft, dit keer niet met een alpinopet maar iets ‘gebreids’ op zijn hoofd. De wonderman van Jonkerslân verscheen bij uitgeverij Brave New Books, telt 220 pagina's en is verkrijgbaar via bol.com.

Auteur

Fokke Wester