Vluchteling in een rijtjeshuis in Gorredijk

GORREDIJK

Sinds een jaar woont Ahmed Koul Ali met zijn vrouw Alaa Halabea en hun zesjarig dochtertje Bessan in een rijtjeshuis in Gorredijk.

Tekst en foto: Japke Weij In de keurig ingerichte woning herinnert geen enkel voorwerp aan Syrië, het land waar hun roots liggen. Dat is op zich niet zo gek. ,,Ik ben gevlucht met alleen een rugzak. Het was een vreselijke tocht, waar ik 25 dagen over heb gedaan. Eerst via Turkije in een klein bootje naar Griekenland en van daaruit lopend door onder andere Macedonië, Servië, Hongarije richting Nederland. Het was in augustus, overdag was het snikheet en 's nachts heel koud. Ik was alleen en sliep vaak in het bos.” Stamppot Uiteindelijk kwam hij terecht in het AZC in Ter Apel waar hij elf maanden bleef. Hij kan zich herinneren dat hij iedere dag stamppot kreeg. ,,We hebben gekozen voor Nederland omdat het voor een moslim een veilig land is, zonder discriminatie.” Een mooi land met molens en veel bloemen, dat was het beeld dat hij had van Holland. ,,De bloemen zie je in het voorjaar, voor de oorlog was het bij ons ook heel mooi. Het is hier wel heel vlak.” ,,Tot twee jaar geleden werkte ik in Syrië als assistent-laborant in een ziekenhuis dat van de overheid is. Door voor de overheid te werken, lijkt het alsof je partij kiest voor de overheid, terwijl dit niet zo hoeft te zijn. Er wordt steeds meer druk uitgeoefend om voor de regering te gaan vechten. Er zijn bovendien veel verzetsgroepen actief die er ook op uit zijn binnen korte tijd zoveel mogelijk strijdkrachten te verzamelen om zo meer macht te krijgen.” Ravage ,,Als je partij kiest voor een bepaalde groepering, loop je het risico door een andere te worden vermoord. Je kunt niemand meer vertrouwen. Veel van mijn broers en zwagers zijn ook naar het buitenland gevlucht. Mijn ouders wonen nog in Syrië, in Homs, een grote stad waar ik ben geboren en acht jaar heb gewerkt.” Alaa laat foto's zien van wat ooit hun woning was. Een grote ravage, alles met de grond gelijk gemaakt. ,,Het was heel gevaarlijk om buiten te lopen, elk moment kon er een bom ontploffen.” Na een verblijf in AZC's in Ter Apel, Zwolle, Doetinchem en Oranje kreeg Ahmed in Gorredijk een woning toegewezen. ,,Toen ik eenmaal een verblijfsvergunning had, kon ik mijn vrouw en dochter over laten komen. Zij konden met het vliegtuig naar Schiphol reizen.” Altijd angst Alaa werkte als apotheekassistente ook voor de overheid. Voor haar gold hetzelfde als voor Ahmed. Ze voelde zich bedreigd. ,,Ik ben in het geheim gestopt met mijn werk en vertrokken.” Ook hun dochtertje Bessan heeft alleen maar nare herinneringen aan Syrië. ,,Je kunt in Syrië niet zomaar de straat op gaan. Altijd de angst voor aanslagen en bombardementen. Hier gaat ze naar school en ze vindt het prachtig. ‘Wanneer mag ik weer naar school’, vraagt ze regelmatig. Ook het Nederlands is geen probleem, wij leren zelfs ook van haar.” Ze krijgt ook nog les in haar moedertaal, maar daar interesseert ze zich steeds minder voor. Zelfs haar oma, waar ze altijd gek op was, verdwijnt naar de achtergrond. Op de vraag of ze vriendinnetjes heeft noemt ze zo een tiental namen op. Ahmed en Alaa vonden het belangrijk zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren en van daaruit stap voor stap proberen werk te krijgen op hun vakgebied. De opleiding die ze in Syrië hebben gedaan, staat in Nederland gelijk aan mbo 4 niveau. Beiden gaan tweemaal in de week naar de RUG in Groningen met als doel het staatsexamen Nederlands te halen. Daarnaast heeft Ahmed een parttime baan als analist bij een bedrijf in Heerenveen. Alaa doet vrijwilligerswerk bij Etos. Iedereen groet Het eerste jaar hebben ze veel hulp gehad van begeleidster Mini Hazelhoff, vrijwilligster bij Timpaan Welzijn. Al met al hebben ze het beiden heel druk en nauwelijks tijd om contacten met de dorpsgenoten te hebben. Ook met de twaalf andere Syrische gezinnen in Gorredijk hebben ze nauwelijks contact. ,,We hebben aardige mensen ontmoet, iedereen groet elkaar hier, dat waren we niet gewend. Ik vind het wel heel moeilijk een gesprek te voeren met mensen uit Gorredijk, waar moet je het over hebben?” Ahmed heeft een volkstuintje waar hij in de zomer veel te vinden is. Ook heeft hij zijn tuin zelf aangelegd met een vijver en een terras. In de hoek heeft hij met sierstenen een vloertje met een Arabisch decoratief motief aangelegd. Ahmed en Alaa zijn beiden Moslim. In Drachten en Heerenveen zijn moskeeën waar ze hun godsdienst kunnen praktiseren. Grote stad Wat de toekomst betreft willen ze op termijn toch wel graag naar een grote stad, gewend als ze zijn aan het stadsleven. ,,Het is hier zo stil, we praten tegen de muren.” Een belangrijk cultuurverschil vinden ze de familiebinding. ,,Wij hebben dagelijks contact met onze ouders door middel van WhatsApp. Voor ons zijn ouders heel belangrijke adviseurs, zij hebben levenservaring en bij belangrijke beslissingen vragen we altijd naar hun mening. In Nederland hebben de volwassen kinderen veel minder contact met hun ouders. Ze hebben meer vrijheid en komen hooguit een paar keer per jaar een bezoek en dat is het dan. Mijn ouders zijn eind 50. In Syrië ben je dan oud, door de voortdurende stress, spanning en angst die ze ervaren.” Een eventuele terug keer naar Syrië zal er waarschijnlijk niet van komen. Het vertrouwen is volledig weg, de conflicten zijn niet opgelost en vervolgens zal het nog wel 20 jaar duren voordat alles weer opgebouwd is.

Auteur

Fokke Wester