Recensie | Het geconstrueerd zijn van Biewinga en Klinkhamer

GORREDIJK

 Jurjen K. van der Hoek laat zijn licht schijnen over de expositie Constructies van Wim Biewenga en schilderijen van Han Klinkhamer bij Galerie Hoogenbosch aan de Stationsweg 66 in Gorredijk. Te zien tot en met 19 november.

Er is alleen ruimte en stilte. Ogenschijnlijk gebeurt er niets in het werk van Wim Biewenga. Maar dat is gezichtsbedrog, een optische illusie. Want er is beroering onder het waarneembare vlak en tussen de getrokken lijnen. Het niets is schijn, er valt van alles te zien. Er is onrust in de verwerking van verf, de huid verbergt aantekeningen van eerdere gedachten. Biewenga’s constructies verlangen een keurige afwerking, het netjes binnen en langs de lijntjes kleuren, maar krijgt deze niet en nergens toegemeten. Gelukkig maar! Het blijft daardoor handwerk – spontaan en levendig. De gespeelde stilte van Wim Biewenga hangt langs de gemaakte ruimte van Galerie Hoogenbosch. In getoonde schetsen is te zien hoe de schilder tot zijn beelden komt. Met ongekleurde denklijnen zet de tekening zich op. De kunstenaar bereidt zijn schepping onvast voor. Het is nog een gedachte, de ingeving. Het krijgt pas de bezieling op doek of in hout, dan is er de vaste hand en de scherpe toets. Op doek en paneel lijkt het beheerste vlak en de onbewogen lijn geen uitgangspunt te hebben en nergens een doel te kennen. In maaksels van hout krijgt de statische vorm beweging. Het beeld van Biewenga is een uitsnede in het grote geheel van de omgeving. Een detaillering die op grote schaal ongezien blijft. De schilder deelt zijn werk in en bouwt het op zoals een architect een gebouw schetst of een stratenplan uittekent. Hoewel er enkel vlakken zijn waar eens een lijn de zichtbaarheid versterkt, vervlakt de beeltenis nergens. De compositie blijft interessant, ook al wordt het beeld almaar meer abstract. Hoever kun je gaan, vraag ik me af, tot er nauwelijks meer iets te kijken rest maar de ontroering stand houdt. Ruimte en stilte. Biewenga’s kunst is een geconstrueerd niet zijn van wat het zijn kan zijn. En is. Je went aan vormen en denkt daardoor in beelden herkenbare situaties te zien. Maar Biewenga haalt nu juist deze herkenning uit die gewenning van het dagelijkse kijken. Hij gaat eraan voorbij. Het detail krijgt bij hem een nieuwe betekenis. Hoe tegengesteld aan deze persoonlijkheid is het wezen van Han Klinkhamer. Het beeld lijkt minder technisch en bedacht, het komt zoals het er is. Of er schijnt te zijn. Geen abstracte weergave van het zichtbare, maar wel in een gedachte vormgeving. De landschappelijke schilderijen kunnen door iedere denkbare omgeving geïnspireerd zijn, maar duiden wel degelijk een herkenbare plaats. De waarneembare plek is er in versimpeld, de verf droog uitgestreken of in dikke klodders pigment op het doek gekwakt. Het gaat Klinkhamer om de grond waarop hij staat, daarom is de horizon telkens boven ooghoogte geplaatst. Op die einder zweeft een pestbosje of een kerkdorpje, boven de ruigheid van grasland en heideveld of een keurig aangeharkte akker. Dichterbij in het gezichtsveld tieren onkruiden welig over ongeordende plaggen aarde. Klinkhamer construeert zijn gezichtsveld beheerst. Tablettekeningen hebben dan de idee van grafiek. De drogenaald ets afgedrukt op waterig papier. Het geeft de schets van wat op groot formaat in de collagetechniek is uitgewerkt. Om als het ware stengels en bladeren in de groene vingers te krijgen. Van een afstand vormen deze samengestelde beelden volledig te doorgronden beeltenissen. Maar met je neus tussen het gras en het hoofd in de struiken blijken de collages ineens veel meer interessant. Dunne repen blank of eerder betekend papier zijn over en langs elkaar geplakt, daarna is er een belijning op gezet. In samenspraak is het meer dan plantaardig. Je hoort de bijen zoemen, de wind ruisen door de graspluimen en je ruikt het groene zijn. Zie ook weblog KUNST-stukjes: jurjenkvanderhoek.tumblr.com

Auteur

Fokke Wester