Oer de Brêge | Nella Martinus 'Thuis in Gorredijk'

GORREDIJK

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de brug in de Hoofdstraat van Gorredijk Nella Martinus (36) uit Gorredijk. Zij is al de tweede in haar gezin die in deze rubriek komt.

Nella Martinus, dat klinkt heel Nederlands. Ja, in principe wel, maar ik ben niet van Nederland. Je komt uit Suriname? Curaçao. Wat is het verschil tussen Suriname en Curaçao? Voor ons Nederlanders is dat toch vaak het zelfde. Ja, in Suriname spreken ze meer het dialect van Suriname en Papiaments, maar op Curaçao spreken we echt alle talen, Nederlands, Spaans, Engels, allemaal door elkaar. Hoe lang woon je hier. In Nederland woon ik negentien jaar. En in Gorredijk vijftien jaar. Waarom ben je hierheen gekomen. Nou, mijn oudste zoon die was ziek, die had darmproblemen, en daarom kwam ik naar Nederland met hem, toen hij tien maanden oud was. Hij moest hier naar het ziekenhuis. Ja, steeds voor controle naar de huisarts en al die dingen. En dat was wel op Curacao, maar niet zo goed als hier in Nederland. Hier zijn ze veel beter. En zo kwam ik in Nederland en ik ben er gebleven. Je hebt eerst ergens anders gewoond. Ja, in Tilburg, vier jaar. Hoe kwam je in Tilburg terecht. Dat was mijn eerste plek, in een klein dorpje, dat was heel mooi, bij Waalwijk. Heel rustig, dus echt wat ik nodig had. Daar kwam ik toevallig terecht. Als je dan na vier jaar verhuist, dan ga je niet meer toevallig naar Gorredijk. Nee, ik kwam in de problemen, gescheiden van mijn toenmalige vriend, de vader van mijn oudste zoon. Toen kwam ik in een Blijf-van-mijn-lijf-huis en van daaruit heb ik deze woning gekregen. Binnen twee maanden woonde ik in Gorredijk. En ik ben nooit meer weggegaan. Dus het bevalt goed. Ja, een mooi plekje, waar ik thuis ben. Je hebt nog meer kinderen? Ja, ik heb nog twee jongens. De een wordt zestien en de jongste van negen. Heeft die jongste toevallig deze zomer ook in deze rubriek gestaan? Dat jongetje dat met zijn vriendje graag de bruggen wilde opendoen voor passerende boten? Ja, dat is Aron, dat is mijn zoon inderdaad. Hij zei het al tegen mij en hij vond het heel leuk dat hij in de krant kwam. Ik heb die foto ook bewaard. Heb je werk hier. Nee, ik werk op dit moment niet. Ik heb een uitkering. Ik heb ook last van mijn schouders, vandaar. Ik had wel een baan, bij Baarsma, maar dat was via een Uitzendbureau, dus maar een jaarcontract. Wanneer ze me nodig hadden belden ze mij. Ik wilde graag meer uren en meer dagen werken, maar dat kreeg ik daar niet. Dus ik ben nu zoekende. Nou, wat kun je allemaal, misschien dat iemand die dit leest nog iemand kan gebruiken. Ik heb in de huishouding gewerkt, ik heb bij de Miente gewerkt. Ik kan in de keuken, ik hou van koken, ik kan van alles. Je wilt graag werken. Ja, ik wil graag werken, dat is mijn doel hier. Vroeger werden er vaak grappen gemaakt over Surinamers en Antillianen, dat die lui zouden zijn. Nou, dat is geen grap, dat is gewoon de werkelijkheid. Het is de waarheid, echt, sommigen die willen echt niet werken. Op Curaçao niet. En ook niet hier in Nederland. Ze willen gewoon niet werken. Zulke mensen bevestigen dus het vooroordeel. Heb jij daar last van? Ja, want diegene verpest het voor de andere, zo zie ik het. Ik ben hier met mijn drie kinderen en ik wil graag werken, maar door hun soort krijg ik nu geen baan. Mensen denken: oh, een Curaçaose, die is altijd te laat. Maar dat is niet zo! Ik ben altijd hartstikke vroeg, ik kom eerder dan normaal op afspraken. Ik ben echt niet te lui om te werken, ik wil graag, maar krijg geen baan. Als ik eenmaal een baan heb, zorg ik dat ik het goed doe. Ik doe mijn best en zorg dat ik mijn baan houd. Maar anderen gaan dat gewoon verpesten. Wonen hier in Gorredijk meer mensen van Curaçao. Niet dat ik het weet. Je komt nooit iemand tegen dat je denkt: hé, bekende kop. Nee, ik heb wel een vriendin hier, maar die komt uit Spanje. Voor de rest ken ik niet zoveel mensen. Heb je er last van dat je gediscrimineerd wordt hier? Nee, ik niet. Je merkt er niets van? Oh ja, af en toe wel, maar ik negeer het gewoon. Je hebt er geen last van, maar het gebeurt wel. Ja. En merk je ook dat het erger wordt? Ja, het wordt inderdaad erger, maar ik trek mij er niks van aan. Wat merk je dan. De manier waarop mensen naar je kijken. Toen ik hier kwam wonen was het hoi, hoi, hoi, hoi. Iedereen groette elkaar op straat. Nu kijken ze niet zozeer jou aan. Ze kijken recht voor zich en groeten niet terug. Maar dan heb ik zoiets van: wil je niet groeten? prima, dat is niet mijn probleem. Dat was juist altijd het kenmerk van het platteland, dat iedereen nog groet. Als ik in Amsterdam kom, zeg ik ook vaak hoi op straat en dan kijken ze mij soms heel vreemd aan. Ja, ik groet ook overal waar ik naartoe ga, goedemorgen, goedenavond, dat maakt niks uit, maar als ik dat niet terug krijg, nou, prima. Ik herinner me nog van het gesprek met je zoontje dat jullie naar Curaçao zouden gaan om familie te bezoeken. Nee, joh! Ik wilde wel gaan, op vakantie, maar dat is niet doorgegaan. Mis je het ook, want je bent al negentien jaar weg. Nee, ik mis het niet. Ook niet nu het hier weer zo koud wordt. Nee, ook niet. Volgens mij ben je bijna Fries, of niet. Bijna wel. Het is zo veranderd daar, ik heb daar niets meer te zoeken. Dat is het. Maar je mist de warmte niet en de omgeving. Nee, alles is veranderd. Als ik nu op tv zie hoe het daar is, dan herinner ik het mij heel anders. Dan denk ik: huh? Zo was het toch niet. En dat heb je na negentien jaar al? Ja, echt waar. Maar je bent hier thuis. Ja, ik voel me prettig hier. Ja, af en toe niet, want ook hier is het erg veranderd. Meer huizen, meer mensen. Het wordt hier echt drukker. Ja. Ik kom zelf uit Drachten en dus vind ik Gorredijk niet zo heel groot. Nou, het is wel heel groot hoor. Maar ik heb hier een mooi en leuk plekje, ik hoef hier niet meer weg. Nou, dat klinkt heel tevreden. En tevreden is altijd goed. Ja, dat vind ik ook.

Auteur

Fokke Wester