Oer de Brêge | Leny van den Hengel uit Gorredijk

Opsterland-Ooststellingwerf

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de brug in de Hoofdstraat van Gorredijk Leny van den Hengel-van den Heuvel ('Ik zit nog net in de zestig, 69 dus) uit Gorredijk.

Wij wonen hier nu negentien jaar en daarvoor hadden we een boerderij in Terwispel, een veehouderij. En daar hebben we dertig jaar gewoond. Dus u woont al bijna een halve eeuw in deze regio. Waar komt u oorspronkelijk vandaan? Hoogland, dicht bij Amersfoort. Dat is grappig, toevallig weet ik dat drie broers Van de Wolfshaar begin jaren vijftig naar Bakkeveen kwamen, ook vanuit Hoogland. Ja, dat waren de eersten, die als pioniers naar Friesland gingen. Wat heeft Hoogland met Friesland, dat zoveel mensen daar vandaan hierheen kwamen. In Hoogland waren grote gezinnen. Veel jongeren wilden boer worden, maar die boerderijen waren er gewoon niet. En in Friesland wel. Zodoende zijn wij ook deze kant opgekomen. Mijn schoonouders hadden een boerderij die weg moest vanwege de uitbreiding van Amersfoort,  dus daar hadden we geen kans. En bij mij thuis op de boerderij waren ook al twee broers die boer wilden worden. De ene is daar boer geworden en de andere in Oosterwolde. Toen u met uw man trouwde wist u al dat hij hierheen wilde. Ja, zo zijn we begonnen. We hadden verkering en toen was het kijken van: waar kunnen we naartoe. Dus toen de boerderij gekocht is, zijn we getrouwd en hier gekomen. Friesland was voor de Hooglanders toen dus al geen onbekend terrein meer. Mijn vader ging altijd fietstochten maken, mijn oudste twee broers konden het dan op de boerderij wel even redden. Toen ik met hem meeging was ik nog een tiener. We fietsten door Noord-Holland en dan met de boot over naar Staveren. Hij maakte geen afspraken, we hadden ook nog geen telefoon, maar toen zijn we dus inderdaad ook in Bakkeveen geweest. Bij Arie en Truus, want Truus is een nicht van mij. We hebben daar overnacht en de volgende dag zijn we nog naar De Veenhoop geweest, want daar woonde ook nog familie van mijn vader. Op zondagochtend zijn we in het klooster in Drachten naar de mis in de kapel geweest. En toen weer richting Hoogland, met een tussenstop in Dalfsen, daar woonde ook weer familie. En als je ergens kwam en ze waren er niet, dan ging je gewoon weer verder. Dat was uw eerste kennismaking met Friesland en de kolonie Hooglanders die hier al woonde. Ja, er zijn ons heel wat voorgegaan. Toch was het ook eind jaren zestig nog wel heel ver weg. Als de schoonouders kwamen, die moesten toch wel onderweg een keer stoppen voor koffie. En we hadden eerst ook nog geen auto, dus we reisden in het begin met de fiets en toen met de brommer naar de trein om naar de familie te gaan. Hoe was het toen u hier kwam in 1968. Je kon merken dat de mensen het  hier niet zo goed gehad hadden. We zagen bijvoorbeeld ook geen mooie tuinen bij de huizen. Dat was in Hoogland wel zo? Ja, in Hoogland had iedereen een prachtige tuin. Het is inmiddels aardig bijgekomen, want nu is het overal wel mooi aangekleed en verzorgd. Was het ook een schok, zo'n heel nieuwe wereld om in te wonen en te werken. Als je zo begint met zijn tweeën, een heel nieuw leven, ik denk dat dat de makkelijkste manier is. Je kunt gewoon samen iets nieuws helemaal opbouwen. Dan moet je wel goed met elkaar kunnen opschieten, want je komt mekaar wel tegen. Ja, en dat heeft ook zijn mooie kanten. We hebben hier onze kinderen gekregen en op een boerderij met koffietijd en zo is papa er ook altijd bij. Friesland is een heel andere wereld, alleen al door de taal, vond u dat ook moeilijk in het begin. Nou, die taal, daar moet je dus echt aan wennen. Spreken doe ik het nog niet, maar ik kan het heel goed verstaan. We hebben ook altijd een beetje in twee wereldjes geleefd, omdat wij Rooms-Katholiek zijn. We gaan nog steeds hier in Gorredijk naar de kerk. Deze parochie is helemaal opgebouwd door mensen die hierheen gekomen zijn, en dat is een heel hechte gemeenschap. We vierden zaterdagavond het vijftigjarig feest van het kerkgebouw. Iedereen is heel betrokken en doet heel veel vrijwilligerswerk. We hopen dat wel te behouden. U heeft veel aan de kerk gehad. Ja, zeker. We stonden met een been in de kerk en een been in het dorp. Voelt u zich na bijna vijftig jaar al Gorredijkster of Fries, of bent u nog steeds Hooglander. Nou, geen Hooglander meer. Als ik mensen hoor die nog wel terug willen, dan denk ik: er is niks meer zoals je het achterliet. Dat is allemaal veranderd.  Dus je moet daar ook weer helemaal overnieuw beginnen. Hoogland is bovendien helemaal opgeslokt door Amersfoort. Nou, de oude kern is er nog wel en we hebben er ook nog wel familie, dat is ook nog wel een hechte gemeenschap binnen Amersfoort eigenlijk. Maar je bent er zelf uit, dus moet je dat weer helemaal opnieuw opstarten. En we hebben drie kinderen met schoonzoons en kleinkinderen hier in Gorredijk en een dochter in Amsterdam, met vriend en kind. Ja, wat moet je in Hoogland zoeken. Dat is hét verhaal van de emigrant. Je maakt deel uit van twee werelden. De oude is niet meer wat het geweest is en de nieuwe wordt nooit echt helemaal eigen. Ja, ik voel me wel helemaal thuis hier. Je burgert in, je gaat bij verenigingen en door de scholen heb je natuurlijk veel contacten gekregen. Ja, dat zou ik niet meer anders willen. U voelt zich echt opgenomen hier. Jazeker. Niet meer de Hooglander die in Gorredijk woont. Nee, dat komt alleen in zulk soort gesprekken weer naar boven. Je hoort wel vaak bij mensen dat hoe ouder ze worden hoe meer het verleden terugkomt. Je krijgt weer wat meer tijd, dus wij gaan bijvoorbeeld wel wat vaker weer naar de verjaardagen van de familieleden die door het hele land heen wonen. Het is nu ook veel makkelijker te doen. En datzelfde zag je een generatie eerder, met mijn ouders, ook al wel. Dat je met het klimmen van de jaren de contacten met de familie aanhaalt. U heeft niet echt een Hooglands accent. Ik ken mensen uit die streek die platter praten. Ja, dat kan ik me voorstellen. Van mijn familie zijn er ook nogal wat die dat hebben, echt het dialect van Hoogland, maar ik ga er vanuit dat ik gewoon Nederlands praat. U sprak als kind wel Hooglands. Ja, en als je het nou hoort moet je om sommige woorden ook wel lachen. Dat je denkt: oh ja, dat heb ik al zo lang niet meer gehoord. Als u bij familie bent, komt het niet ongemerkt terug? Nee, ik praat het dan niet mee. Dat is hier ook zo, een heleboel mensen praten Fries tegen mij, en ik praat gewoon Nederlands terug. Dat gaat heel gemakkelijk. Dus, niet meer terug, Gorredijk is het eindpunt. Dit is gewoon het punt waar we blijven.

Auteur

Redactie