Martina: 'Drachten kan zich als Stijlstad pas echt onderscheiden'

DRACHTEN

Met een drukbezochte bijeenkomst voor genodigden en een zonnige modeshow van Stijlkleding voor een groot publiek is vanmiddag op het Museumplein de tweede van vier Stijlexposities in Museum Dr8888 geopend.

Tot en met 25 juni zijn in het museum alle ontwerpen te zien die Theo van Doesburg maakte voor Drachten. Dat zijn bijvoorbeeld de kleurontwerpen voor de Torenstraat, glas-in-loodramen, schilderijen en poëzie. En dat is voor het eerst, stelt het Museum trots. Daarnaast is er ruime aandacht voor het werk van de Drachtster broers Evert en Thijs Rinsema en de Drachtster architect Cornelis Rienks de Boer. Onderscheidend De Stijl in Drachten: Theo van Doesburg, kleur in architectuur. Dat is de volledige titel van de tentoonstelling. En het eerste deel daarvan, De Stijl in Drachten, moet voortaan een onlosmakelijke combinatie worden, als het aan museumdirecteur Paulo Martina ligt. ,,In een studie naar de honderd grootste steden van Nederland wordt over Drachten gezegd dat die stad geen onderscheidend vermogen heeft. Dat roep ik al jaren. Maar er is een oplossing: noem Drachten voortaan de Stijlstad, leg de nadruk op deze rol van Drachten in de kunsthistorie. Want er is hier genoeg te zien en te beleven en als straks het Van Doesburg Rinsemahuis wordt geopend kun je je als Drachten echt onderscheiden.'' Martina wees trots op de manier waarop de Drachtster ondernemers De Stijl inmiddels in de armen hebben gesloten. Veel etalages zijn versierd met Stijlontwerpen en ook worden nieuwe producten gemaakt die een relatie hebben met de kunststroming. Dat de Stijl tot de verbeelding spreekt blijkt volgens de museumdirecteur wel uit de brede manier waarop het onderwerp door de media is opgepakt. ,,Tot zelfs in de New York Times is over ons geschreven.'' Ook bij de kassa is te merken dat Dr8888 met De Stijl een trekker van formaat in huis heeft. Exacte cijfers zijn nog niet bekend, maar Martina gokt op minstens een verdubbeling van het aantal bezoekers. ,,En we zitten op schema. Terwijl de echte klapper nu moet komen.'' Grondlegger Martina had nog een pleidooi, namelijk om Van Doesburg de eer te geven die hij als grondlegger en oprichter van De Stijl verdient. ,,De landelijke campagne om 100 jaar De Stijl te vieren heet Mondriaan to Dutch Design. Mondriaan is het visitekaartje dat wereldwijd aanspreekt, maar daarbij wordt Van Doesburg onterecht opzij geschoven.'' Zijn pleidooi werd onderschreven door Thijs Rinsema, wiens boek over de briefwisseling tussen de Rinsema's en Van Doesburg vanmiddag werd gepresenteerd. Rinsema, die eerder al drie boeken wijdde aan de kunst van zijn oudoom Evert en de grootvader naar wie hij is genoemd, plaatste overigens een kanttekening bij de mondiale aandacht. ,,Als de New York Times het heeft over Theo Rinzema, tja, wat moet je daar nu mee. In een van de brieven uit de jaren twintig worden al twijfels geuit over de rol van de media en dat is blijkbaar nog niets veranderd.'' Ook Wies van Moorsel was het met Martina eens. De erfgename van Van Doesburg, die haar archief in 1980 aan de Staat had geschonken, kreeg ook het eerste exemplaar van het boek. ,,Toen ik destijds het archief van de familie aan de Staat schonk, verwachtte ik wel dat er uit geput kon worden voor exposities en publicaties. Maar dat dat zelfs na 37 jaar nog zou doorgaan, dat had ik niet kunnen denken. Het zijn allemaal cadeautjes voor mij. Voor alle boeken over Van Doesburg en De Stijl heb ik inmiddels een aparte boekenkast moeten aanschaffen'', aldus Van Moorsel. Knoopjes Na de opening verzorgde Ruth de Jong van La Moda een spetterende modeshow op het Museumplein. In samenwerking met Museum Dr88888 heeft zij een complete modecollectie ontworpen van De Zaaier, een van de vier ontwerpen die Theo van Doesburg maakte voor de rijks Landbouw Winter School in de Torenstraat. Ook de medewerkers van het Museum waren vanmiddag gekleed in De Zaaier. Martina niet. ,,Het is dameskleding, de knoopjes zitten aan de verkeerde kant'', sprak hij verontschuldigend. Tot de eerste bezoekers van de expositie behoorden ook Hans en Anneke Volbeda. Zij wonen al een flink aantal jaren in de voormalige Landbouwschool en zagen dus hun woning als onderwerp terug op de expositie. Bezoekers die bij hen thuis de beroemde ramen van Van Doesburg willen zien, kunnen dat regelen bij het Museum. ,,Sy ha in eigen kaai en kinne der altyd yn, ek as wy der net binne. Dat it sa'n bysûnder hûs is ha wy sels eins al net mear yn'e gaten. Foar ús is it in normaal hûs, mar dat is it fansels net. Dat kinst hjir wol sjen.''

Auteur

Fokke Wester