Recensie | Architectuur in het platte vlak

JUBBEGA

Jurjen K. van der Hoek geeft zijn kijk op de expositie 'Plaats en Energie, met beelden en schilderijen van Monique Kwist en Martin de Jong bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Te zien tot en met 9 april.

Twee kunstenaars die in de wereld van de kunst en daarbuiten elkaar niet kennen, eerder. Conservator Marcel Prins van Kunstlokaal No.8 brengt ze samen in één ruimte. En wonderwel sluit het werk aan ergens op een breekpunt. De één komt van het beeldhouwen en de ander vanuit de schilderkunst daar op die plek terecht. Daar, in de wereld van de architectuur aan de wand. De ruimte van plaats en energie. Niet zo verwonderlijk, want Prins weet telkens in zijn samenstellingen van het tweetal een eenheid te maken. De vlakte van Monique Kwist reist op van de vloer of dwaalt af van de muur. Ze laat de ruimte leven door het met vreemdsoortige modellen te bezetten. Een expeditie naar ruimte, stilte, licht, volume en materiaal. Harde stenen elementen krijgen een zacht karakter van grijze stof. De tweestrijd laat ronde golfbewegingen in barse rechthoeken toe, alsof de steen zich los en vrij wil maken van haar DNA. Het schreeuwt zich fluisterend van de basis een plek in de ruimte. Kwist onderzoekt de bewegingsvrijheid die haar objecten kunnen worden gegeven. Laag bij de grond of hoger tegen de wand. Stroken beton die tegen bouwkunstig geblokt hout geplakt zijn, als de blinde muur van een appartement. Het is de overgang van vloer naar wand, sleutelwerk in de voortgang van het oeuvre – het opent de deur van ‘bloknoot’ naar ‘world architecture’. Bewerkte fotografische beelden op uitgesneden aluminium vormen als silhouetten van gebouwen en bouwwerken. De fotolaag is bekrast zodat het materiaal als drager glanzend bloot komt te liggen. Teer is het bouwsel dat uit karton en papier is gesneden en gescheurd, welhaast een collage. Het lijken tempels die met graffiti zijn besmeurd. Alles in het platte vlak dat de ruimte suggereert. De beeldhouwer denkt zich een geschilderde wereld. En dan komt het werk van Martin de Jong in beeld. Het is de schilder die vast loopt in zijn eigen composities en een nieuw pad inslaat. Hij komt op de weg van de beeldbouwer, de puzzelaar die zijn eigen vraagstuk samenstelt. De Jong zet op hout zijn beeltenis – een lege winkelstraat of een skyline in progress – met snelle verflijnen, vlakken en kwastvegen uit. Er ontstaat een expressieve weergave van een geziene stedelijke omgeving. Hij werkt zo voortvarend dat het medium amper tijd heeft te drogen en wel in lopers over het beeld stroomt. Het resultaat wordt in repen gezaagd, de delen langs elkaar geschoven of verplaatst. Ook worden planken gedraaid en gewisseld. Deze uitkomst lijkt nieuwe aanknopingspunten te bieden om andere uitingen over de eerste laag te zetten. De uiteindelijke plaat geeft, hoewel het beklemmend stil is op straat, het gedoe en de opwinding van een metropool als Rotterdam of Londen weer. De schilder laat de architectuur dansen en plezier hebben, de kleuren bruisen over het asfalt en vloeien tegen de beraamde wanden op. Het is een speelse tussenvorm in werkelijkheid en abstract. Imposant omdat de kijker niet goed ziet wat er valt waar te nemen. De atmosfeer is in beweging gezet door kunstgrepen met zaag en hamer uit te halen. Maar ook werken de voor het herkenbare beeld onwerkelijke kleuren hierin mee. Alsof de reisschets in gedachten een eigen leven is gaan leiden en de herinnering zo een nieuwe beeltenis krijgt. Jurjen K. van der Hoek Zie ook weblog KUNST-stukjes: jurjenkvanderhoek.tumblr.com

Auteur

Fokke Wester