Oer de Brêge | Hennie Kootstra-Matahelumual

Opsterland-Ooststellingwerf

Redacteur Fokke Wester ontmoette op de brug in de Hoofdstraat van Gorredijk Hennie Kootstra-Matahelumual (60) uit Gorredijk. Zij is geboren in Kamp Nuis, groeide op in Drachten en woont met haar gezin al 25 jaar in Gorredijk.

Hoe ben u hier zo terecht gekomen? Mijn man werkte bij De Vries, de kozijnenfabriek, en wij konden naar Lippenhuizen of Gorredijk. En ik wilde niet naar Lippenhuizen, daar kwam mijn man vandaan. En hoe bevalt het in Gorredijk. Ja, geweldig. In het begin niet, hoor, toen wilde ik wel kruipend terug naar huis, kruipend richting Drachten. Maar je hebt hier alles, hè? Je hebt hier alles en dat is prima. Ik wil hier niet meer weg. U mist Drachten niet meer. Nee, als we wat willen kopen doen we dat hier. Alleen als het echt niet lukt, dan gaan we naar Drachten. Zolang u het hier kunt krijgen, haalt u het hier. Ja, precies. U bent Moluks, weet ik, want ik heb vorig jaar nog een verhaal gemaakt met uw vader en twee van uw broers. Ja, mijn oudste broer is in Indonesië geboren, maar de rest van de kinderen in Nuis/Marum. Voelt u zich Molukker? Als ik in de woonwijken in Marum kom, dan wel, maar hier niet meer. Het verwatert toch. Wordt u nog wel eens negatief benaderd. Ja, en vooral de laatste tijd weer, met de asielzoekers en al die toestanden. In het begin was het hier in Gorredijk trouwens wel heel erg. Bij de Hema werd ik in de gaten gehouden alsof ik een dief was. Toen ben ik gewoon naar de baas gegaan. Ze zeiden echt: die mevrouw moet je in de gaten houden. Ik had een kinderwagen bij me, mijn dochter was net een paar maanden, en toen voelde ik het echt. Ik zei tegen de bedrijfsleider: om vier uur kom ik terug met mijn man. Praten we dan wel verder. En hij heeft zijn excuus aangeboden, hoor. Hoe merkte u dat dan. Gewoon, hij keek me aan en volgde me. Hoe lang is dat nu geleden? Mijn dochter is nu drieëntwintig. Er is veel veranderd. Toen de Molukkers hier 65 jaar geleden kwamen, was het heel gewoon om hen 'zwartjes' te noemen. Dat zouden we nu niet meer in ons hoofd halen. Nee, wij waren de eersten en we hebben altijd heel goed meegedaan. Mijn broers en zus in Drachten spreken ook gewoon Fries. Ik ben de enige die het niet doet, terwijl ik wel met een Friese man ben getrouwd. Maar door de komst van de asielzoekers is het voor u dus weer erger geworden. Ja, vind ik wel. Ik merk nu weer dat mensen in winkels hier mij niet meer vertrouwen. Dat is van de laatste jaren. Echt. Gelukkig heb ik veel vrienden en kennissen en buren, dat is geweldig. Kon niet beter. Maar door alle ontwikkelingen rond asielzoekers en Wilders is het voor u toch veranderd. Ja hoor, vind ik wel. Mijn broers en zussen hebben misschien het voordeel dat ze Fries praten. Daarmee schep je misschien toch een andere sfeer. Zeker. Als mijn man en ik samen in de winkel zijn, vragen ze mij: wordt u al geholpen. Dan zeg ik: we horen bij elkaar. Dat verwachten ze dan niet, hè? Dat merk je. Maar ik geef wel weerwoord, dat kan me niks schelen. Maar in sommige gevallen is het minder prettig geworden. Bent u bang dat het misschien nog erger wordt? In Amerika is nu Trump aan de macht. Ja, laten we hopen dat Wilders hier niet... Maar je moet gewoon voor jezelf opkomen. Je moet sterk in je schoenen staan, anders red je het niet, hoor. En dat is raar. Het is alleen maar een kleurtje. Ja, het is toch asociaal. U bent niet anders dan een ander, alleen uw kleur is anders. En u bent niet eens heel donker. Nee, en dan noemen ze dat ook nog zwart, hè? Ook met Zwarte Piet, dan zeggen ze gelijk: Nou, Hennie, hoe vind je dat nou? Dan zeg ik: ten eerste ben ik niet zwart en ten tweede ben ik als kind ook opgegroeid met Sinterklaas. Maar dat willen ze niet geloven. Ik ben gewoon Nederlands, Fries. Maar dat helpt niets, als je op je paspoort of ID-kaart een donkere huidskleur hebt. Merkt u ook dat u bijvoorbeeld op Schiphol er eerder uit wordt gepikt? Nee. En mijn zoon en dochter, die mijn kleur hebben maar wel iets lichter, die reizen veel en hebben er ook geen last van. Maar mijn zoon hoort het bijvoorbeeld wel bij het voetbal. Pak die zwarte, roepen ze dan, of pak die Chinees, omdat ie een klein beetje spleetogen heeft. Maar hij houdt zich ook wel sterk. Lijkt me toch vervelend. Vooral omdat het jarenlang helemaal geen rol meer heeft gespeeld. Net als met die treinkaping. Oh, jij hoort daar ook bij. Ik werkte vroeger in Rispinge, het bejaardenthuis in Drachten. Mensen waren niet bang, maar ze zeiden het wel, jij hoort daar ook bij. Dat krijg je. Dat heb je ook soms met Turken of Marokkanen. Het is niet leuk als je wordt afgerekend op wat een ander fout heeft gedaan. Maar ja, dat is het leven, volgens mij. Daarom zeg ik: ik ben blij met mijn buren en vrienden en kennissen. Als ik die niet had, dan was het erg.

Auteur

Redactie