Recensie | De ongelijksoortige vormen van Marcel Prins

Opsterland-Ooststellingwerf

Jurjen K. van der Hoek zijn gedachten over het werk van Marcel Prins dat op dit moment en tot en met 11 december te zien is in Kunstlokaal No.8 in Jubbega.

Het sluyt als een tanghe op een vercken, dat seght-men van al, dat qualijck past. Dat schijnt zo te lijken als je de gedrochten van Marcel Prins op het eerste gezicht ziet. Ze kunnen zo uit de schilderijen van Jheronimus Bosch gevallen zijn. En eigenlijk is dat ook zo, want Prins heeft zich laten inspireren door onder meer de “tuin der lusten” en de “verzoeking van de heilige Antonius” en wat te denken van de “allegorie op de gulzigheid” en het “narrenschip”. Helemaal in zijn stijl heeft hij een beeldengroep samengesteld uit afvalmateriaal, een gerecycled harmonieorkest dat zo in een stoet over de heuvels kan trekken naar het land van Maas en Waal –et laand van Lend’ en Kuinder. Deze kunst sluit als zes vingers in een handschoen en gaat daarom, in tegenstelling tot wat Kunstlokaal No.8 gewoon is te doen, op in een solotentoonstelling. De objecten zijn zo vreemdsoortig dat ze bij elkaar geplaatst al voldoende ophef veroorzaken en geen andere kunstwerken naast zich dulden. Prins heeft geen stel, maakt geen tweetal want is eensoortig in zijn uitingen. Bij het opruimen en herschikken van het atelier kwamen zoveel onderdelen van gebruiksvoorwerpen voor het daglicht, dat zich als vanzelf een leger aan objecten ging vormen. Marcel Prins is een meester in het samensmelten van ongelijksoortige vormen, in het assembleren en reconstrueren van afgeschreven elementen door de welvaart. Dit Boschjaar 2016, uitbundig gevierd in het Noordbrabantse, leek Prins uiterst geschikt om zijn creaties aan de kunstgeschiedenis toe te voegen. Ze hadden mooi in optocht kunnen staan langs de Verwersstraat, aangeprezen als de meest chique straat van Den Bosch, tot de ingang van het Noordbrabants Museum. Maar hoewel het werk in de ban is van Bosch mocht het niet verhuizen van Noord naar Zuid. Nu kan het gezien worden in Jubbega en weet men in het Brabantse land niet wat men mist. Voor Friesland een stemmige afsluiting van dit kunstige themajaar. Marcel heeft goed gekeken naar de figuren die Jeroen Bosch ten tonele voert, maar doet er zijn eigen ding mee en schrijft voor elke acteur een andere rol om uit te spelen. Ene zaken worden uiterst letterlijk genomen, maar andere aangelegenheden zijn zinnebeeldig van bedoeling. Doodsvogels, hellevegen, valsspelers, ze zwemmen mee in het kielzog van het halve gare schip der dwazen. Prins zet hier eigenlijk een kroon op zijn werk om de beeldende mogelijkheden van materiaal en plaats te onderzoeken. Het schijnt het hoogst bereikbare, maar niets is wat het lijkt omdat in zijn attitude alles kan. De beelden in deze getoonde reeks nodigen uit tot bekijken, analyseren en filosoferen. Wat was het, wat werd het en wat zal het zijn. Ze overschreeuwen zichzelf een weg in de ruimte. De objecten Valsspeler en Narrenschip, en ook Zaagtoren dat van een kubistische eenvoud getuigt, zijn in uiterste balans hoewel deze een tegendraadse kleurstelling kregen aangemeten. In de reeks van twaalf soldaten nemen deze drie krijgers een bijzondere plaats in. En dan vinden langs de wanden en in het raamkozijn nog kleine modellen hun plek. Daarvan is het Octaaf de aardigste vondst van op welke manier een in onbruik geraakt instrument een zevende leven krijgt. Prins is koning in zijn eigen monarchie. Jurjen K. van der Hoek ------- Tentoonstelling Joen’16, objecten van Marcel Prins, bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 11 december. Zie ook weblog KUNST-stukjes: jurjenkvanderhoek.tumblr.com

Auteur

Redactie