Smallingerland wordt 'proeftuin' bij aanpak overgewicht

DRACHTEN

Smallingerland doet mee aan de proeftuin obesitas/ kinderen met overgewicht. Smallingerland is een van de vier gemeenten in Nederland die daarvoor is gevraagd door C4O (Care for Obesity).

Samen met Den Bosch, Amsterdam en Oss kan Smallingerland meedoen aan de proef, waarbij inhoud, kennis en financiering van zorg van kinderen met overgewicht/ obesitas centraal staat. In een latere fase kunnen andere gemeenten ook meedoen, waaronder Maastricht, Almere en Zaanstad. Landelijk invloed Het college van b&w heeft het voorstel aangenomen, omdat de gemeente op die manier landelijk invloed kan uitoefenen op bijvoorbeeld de nieuwe Richtlijn JGZ overgewicht, de rol van huisartsen, de gewenste financiering en het landelijk model. Daarnaast profiteert de gemeente ook van de uitwisseling van kennis. De aanpak van overgewicht is een van de speerpunten van Smallingerland, die al sinds 2012 JOGG-gemeente is (Jongeren Op Gezond Gewicht). JOGG en Care for Obesity werken al zo'n 10 jaar nauw samen. De inhoud voor de proeftijd wordt vooral door de gemeente geleverd, maar de uitvoering gebeurt in nauwe samenwerking met de GGD Fryslân en het merendeel van de Friese gemeenten binnen het Friese platform 'Nuchter over gewicht', dat door de GGD Fryslân wordt ondersteund. Om deze reden is het volgens het college dan ook handig om het projectleiderschap van de proeftuin ook bij de GGD Fryslân onder te brengen. Voor de uitvoering zijn per gemeente 10 uur per week beschikbaar voor een projectleider, die wordt betaald door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Twee jaar De proeftuin moet in een periode van twee jaar (van 21 november 2016 tot december 2018) een landelijk model opleveren dat helderheid geeft over de gewenste inhoud van ondersteuning en zorg, samenwerking van organisaties, op elkaar aansluitende processen en genoeg geld om de aanpak van overgewicht te kunnen ondersteunen. De proef moet ook zorgen voor meer kennis, opleidings- en trainingsmateriaal voor diverse groepen professionals en werkbare methodes. Uit de Vijfde Landelijke Groeistudie van TNO (meting uit 2009) blijkt dat in Nederland ongeveer 14 procent van de kinderen overgewicht heeft, 2 procent obesitas en 0,5 procent ernstige obesitas. Zowel overgewicht als obesitas, bij zowel jongens als meisjes was bij de laatste nationale meting in 2009 hoger dan bij de vorige metingen in 1997 en 1980. Impact enorm De impact van overgewicht en obesitas op het leven van kinderen kan enorm zijn, aldus de eindrapportage van het Care for Obesity-project Kwaliteit van Leven uit 2015. ,,Kinderen en adolescenten met obesitas hebben een verhoogde kans op fysieke en psychosociale gezondheidsproblemen, zoals symptomen van depressie en angst, een laag zelfbeeld, sociale afwijzing (pesten en stigmatisering), wat vervolgens kan samenhangen met een verminderd functioneren op school.'' ,,Deze nadelige lichamelijke en mentale gevolgen dragen bij aan een verminderd ervaren 'kwaliteit van leven' door kinderen met obesitas. De negatieve invloed van obesitas op kwaliteit van leven van kinderen hangt samen met allerlei sociaalmaatschappelijke gevolgen op de korte en lange termijn, zoals minder goede kansen op de arbeidsmarkt, nadelige gevolgen voor inkomen en sociaal economische positie en een groter zorggebruik.'' In onze participatiemaatschappij hebben kinderen met overgewicht en obesitas dus geen makkelijke uitgangspositie. De juiste aandacht voor deze kinderen draagt ertoe bij dat deze kinderen aangehaakt blijven en meedoen in de maatschappij.

Auteur

Fokke Wester