Poëtisch werk Tjitske Boersma bij Kunsthuis LOOF

JUBBEGA

Wind, water, wad. Eb en vloed. Thema’s van tentoonstellingen die ik ergens ooit las en zag. Ze komen als vanzelf in me op bij het zien van het werk van Tjitske Boersma. De samengestelde beelden zijn te zien in Kunsthuis LOOF en ademen de sfeer van rietkragen en zandplaten, van brak water en zilte lucht. Krom over de reling om de netten vol vis binnen te halen. Jutten langs het strand om met aangespoelde schatten thuis te komen.

Kurk, dobbers, metaal, uitgevreten hout – het dient in de vingers van Boersma als grondstof voor kunstzinnig ogende objecten. Watervogels in De Deelen en paarden op het Noorderleech. Het is een soort recycle kunst – van oude, bijna vergane spullen, nieuwe museale dingen scheppen. En is het gegeven dan minder waar, de aanleiding abstract, dan passen de vormen intrigerend op elkaar. Deze objecten, als producten van een aangenaam tijdverdrijf, trekken voor even de blik naar zich toe. De aandacht blijft kort hangen om te zien welke creativiteit in dit ruimtelijk werk is aangesproken. Meer tot de verbeelding spreekt het vlakke werk, de collages op papier. Maar ook daar, in een semi-abstracte omgeving, zijn eens elders toegepaste materialen verwerkt. Deze prestatie gaat verder dan de eerder genoemde handvaardige arbeid, stijgt daar boven uit om tot kunst met een grote k te worden. Eenvoud lijkt de taal die wordt gesproken, zoals het visserslatijn en het schippersjargon. Een woordenstroom die wordt begrepen als je het vakgebied kent. Maar Boersma spreekt met een simpele beeldvorming die uiting heeft in een enkel vlak en de schampere lijn. Een volzin geminimaliseerd tot een veelzeggend woord dat boekdelen spreekt. Voor een ieder tastbaar en begrijpelijk. Dan heeft een schip aan twee vlakken genoeg om boot te zijn. Voortdurend is op de achtergrond het decor van het leven in en op het water te doorgronden. Telkens is dat de aanleiding om tot verbeelden te komen. Op een abstracte manier is verknipt zeildoek in het vlak geplaatst en zijn draden gespannen om relaties te leggen. Is een lap gescheurd tot wolk of dient geschept papier als een verstilde watervlakte. Als grondstof wel herkenbaar, maar gereduceerd tot een ongecompliceerde  beschrijving. Het onderwerp binnen het vlak is ingeperkt, verkleint, begrenst tot het strikt noodzakelijke om aan te spreken. De grote watervlakte wordt tot meer, grenzeloos beperkt. De wijde omgeving is zo uitgestrekt als een notendop. In het meest recente werk wordt Tjitske als het ware gedragen door de wind. Met de wind in het zeil koerst ze voor de wind de veilige haven uit. Op open water weet ze poëtische vangsten binnen te halen. Dit werk noopt tot dichtregels waarin woorden worden gewogen. De vormgeving is in balans en heeft nog steeds de kracht en vindingrijkheid van het eerdere werk. Hoe speels Boersma in het ruimtelijke werk de vondsten bij elkaar past, zo ongeremd is het werk gegroeid tot een volwassen stijl. De expositie heeft niet voor niets als titel 'onderweg'. Tjitske Boersma is onderweg. Jurjen K. van der Hoek Expositie “Onderweg”, werk van Tjitske Boersma bij Kunsthuis LOOF, Gorredijksterweg 73 in Jubbega. Tot en met 25 september.

Auteur

Marike Van der Molen