Rekenkamercommissie: gemeente Opsterland heeft betere controle op grootschalige en complexe projecten

Opsterland-Ooststellingwerf

 De rekenkamercommissie van de gemeente Opsterland heeft onderzocht in hoeverre de aanbevelingen zoals die in 2010 gedaan zijn door de commissie Hermans, door het college van burgemeester en wethouders zijn opgevolgd.

Deze commissie heeft in haar aanbevelingen lessen geformuleerd voor het vervolg van het project Polderhoofdkanaal én voor de aanpak van andere grootschalige projecten binnen de gemeente. De rekenkamercommissie concludeert in haar onderzoeksrapport onder andere dat de gemeente Opsterland het project Polderhoofdkanaal na het onderzoek van de commissie Hermans snel en effectief heeft bijgestuurd. Verder heeft de gemeente vanaf 2010 gewerkt aan een andere werkwijze en cultuur waarbij expliciet aandacht is gekomen voor de rol van raad en college en voor te behalen doelen. In praktische zin is zo aan veel van de aanbevelingen van de commissie Hermans invulling gegeven, aldus de rekenkamercommissie. De essentie van de aanbevelingen van de commissie Hermans, versterking van de rol van de raad, is onderbelicht gebleven, zo concludeert de rekenkamercommissie. De raad wordt wel meer en beter dan voorheen geïnformeerd over projecten. Echter, in veel dossiers ontbreekt een sturende betrokkenheid of is deze beperkt tot informele of vertrouwelijke gesprekken. Conclusies Naar de indruk van de rekenkamercommissie heeft de gemeente Opsterland een betere controle gekregen op grootschalige en complexe projecten. De rekenkamercommissie vraagt echter ook nadrukkelijk aandacht voor zaken die voor verbetering in aanmerking komen zoals de sturing door de gemeenteraad. Aanbevelingen De rekenkamercommissie beveelt de gemeenteraad daarom aan om het het college opdracht te geven om de systematiek van projectmatig werken nadrukkelijk ook toe te passen op ontwikkeltrajecten en de initiatiefase van ontwikkelingen, om in de periodieke rapportages over projecten en ontwikkelingen expliciet te benoemen wat de uitgangspunten zijn en wat in de aankomende periode van de raad wordt verwacht. Het college moet aan de raad rapporteren op welke wijze een onafhankelijke advisering aan directie en college is geborgd, met daarbij specifieke aandacht voor advisering over projectmatig werken. De gemeenteraar moet het college vragen over een jaar expliciet te rapporteren over de uitvoering van aanbeveling. Bovendien zegt de Rekenkamercommissie: ,,Weeg als gemeenteraad telkens af of een informerende of consulterende bijeenkomst dan wel een informerende brief van het college voldoende recht doet aan de controlerende en kaderstellende rol van de raad, met daaraan gekoppeld de vraag of de conclusies uit een bijeenkomst of een brief in formele zin vastgelegd zouden moeten worden ten behoeve van latere verantwoording."

Auteur

Redactie